1993, Zuid-Korea: spraakverwarring

Nu de reislustige Derk Bolt door de coronacrisis nauwelijks meer voor Spoorloos over de grens kan, blikt hij terug op bijzondere verhalen. In 1993 deed hij zijn eerste zoektocht.

‘Telkens als ik iemand aansprak, moest ik bukken’

De allereerste zoektocht die ik samen met mijn cameraman Eus voor Spoorloos heb gedaan, begon in Seoul. We zochten de moeder van een in Nederland woonachtig adoptiekind. Ik weet dat we toen nog geen zendermicrofoons hadden. Buitengewoon onhandig. Als je verderop iemand zag lopen die je gauw even iets wilde vragen, kon je er niet snel achteraan rennen. Je moest toch rekening houden met de cameraman en de lengte van je microfoonsnoer. Ik was nog nooit in Azië geweest. De mensen in Zuid-Korea waren zowat half mijn lengte en als ik tijdens het filmen iemand aansprak, moest ik steeds bukken. Dat was een komische gewaarwording. Ik kon ook werkelijk niets van de gesprekken volgen. Uiteraard hadden we een tolk bij ons. We kregen de aanwijzing dat de familie van de moeder op het eilandje Jeju-do woonde, een soort honeymooneiland waar veel Japanners trouwen. De tolk kon door onvoorziene omstandigheden niet mee. Op het eiland aangekomen, zijn we bij een Japans restaurant gaan eten en diende het taalprobleem zich gelijk aan. Ze verstonden niet eens “yes” of “no” en het lukte ons zelfs niet om sashimi of sushi te bestellen. Uiteindelijk zijn we naar de keuken gelopen om het aan te wijzen.

Dat beloofde wat als we de volgende dag moesten rondvragen naar haar moeder. Uiteindelijk deelden we ons probleem met de directeur van ons hotel. Hij sprak gebrekkig Engels en wilde de volgende dag als tolk met ons mee over dat prachtige eiland. We vonden de familie van haar moeder. Zij bleek een nagelsalon te runnen in Los Angeles. Na overleg met de Spoorloos-redactie in Hilversum hebben we twee tickets geboekt en lukte het ons om haar te vinden.

Dankzij de mooie plaatjes en de succesvolle uitkomst was het een modelzoektocht, precies waarnaar je streeft als programmamaker.’