Column: Gedenken

Hoe kun je rouwen als de uitvaart van je naaste maar met 30 mensen mocht? En waar kun je troost vinden als je dierbaren in eenzaamheid zijn gestorven?

Het zijn de vragen die velen met zich mee dragen in deze herfst. Want ze konden in deze coronacrisis niet dat laatste woord ten afscheid zeggen of samen bidden aan het sterfbed. Dat doet verdriet, ook zovele maanden later. Daarom vinden er op allerlei plekken herdenkingen plaats in het najaar. 

Een uitgestelde requiemviering deelt in iets dat groter is dan je eigen rouw.

Zo zullen honderden religieuzen in de Sint Jan te Den Bosch bij elkaar komen om de tientallen overleden monniken en zusters te gedenken. Met het voorlezen van de namen, een voor een. En steeds zal er dan een kaars worden aangestoken. Dat gebeurt in een votiefmis waar Gerard de Korte als bisschop van Den Bosch de celebrant zal zijn. Hij heeft goed begrepen dat je samen moet komen om te ervaren dat je niet de enige bent in je verdriet, dat je in zo’n uitgestelde requiemviering deelt in iets dat groter is dan je eigen rouw en dat je troost kunt vinden bij de Heer.

Zuster Marcelliana zal daar niet bij zijn, deze unieke vrouwelijke religieuze uit Schijndel. Ze is met haar 106 jaar te oud om de reis te maken en ze vindt op een andere manier troost. Als zuster van liefde leerde ze te zorgen voor de ander en daarin de Ander te ontmoeten. Die eeuwige Ander is altijd in haar hart. Een paar weken geleden was ik op een dinsdagochtend in de kapel van de zusters. Daar zat een kleine vrouw hardop te bidden. Met gebogen rug en hoofd, de ogen gericht op de tekst. Ze is met haar 106 jaar nog goed bij de les en doet in haar doofheid het enige wat haar rest: hardop bidden.

Daarom is ze ook het liefst in de kapel. Om God te danken. Voor haar leven als hulp in het ziekenhuis van Geldrop, voor iedere dag die haar gegeven is, voor het zusterschap. Als ze bidt is ze verbonden met alle zusters, de doden en de levenden. Daarom hoeft ze niet naar Den Bosch. De doden zijn altijd bij haar, in haar hart. Want daar woont God, daar is de eeuwigheid.