De beste tip voor als je sporten verschrikkelijk vindt

Sporten is niet zo mijn ding. Nooit geweest. Ik ben jaloers op mensen die sportverslaafd zijn.

Sporten maakt bij hen een stofje in het hoofd aan, waaraan ze verslaafd zijn. Sporten ze niet, dan voelen ze zich rot en worden ze chagrijnig. In coronatijd vertoonden deze mensen echt afkickverschijnselen. Ik was vooral blij dat ik nu een alibi had om niet al te veel te bewegen.

Vorig jaar heb ik, in een poging van mijn hoge bloeddruk af te komen, drie maanden lang, elke dag een uur gewandeld. “Je zal zien, na drie maanden kan je niet meer zonder”, zei mijn huisarts. Ik wist beter. Blijkbaar mis ik het orgaan dat dat stofje aanmaakt. Toch was dat wandelen niet alleen een opgave. Als ik eerlijk ben, genoot ik er ook wel van. Maar veel meer mentaal. Lichamelijk bracht het mij niet zoveel. Mijn bloeddruk bleef ongewijzigd en ik viel geen gram af. Niet echt stimulerend om voor nog eens drie maanden bij te tekenen.

Het werd rustiger, stiller. Alsof door het wandelen in mijn gedachten een zekere orde werd aangebracht.

Maar in mijn hoofd gebeurde wel iets tijdens zo’n wandeling. Het werd rustiger, stiller. Alsof door het wandelen in mijn gedachten een zekere orde werd aangebracht. Wij mensen kunnen tientallen gedachten tegelijkertijd denken en daar word je soms gek van. Die gedachten zijn namelijk lang niet altijd coherent. Ze spreken elkaar vaak tegen en hoe meer je denkt, hoe gekker je wordt. Maar als je loopt dan kan je maar één kant op. Elke stap die je zet, geeft richting. En voor mij geldt: hoe langer ik loop, hoe meer mijn gedachten ook één richting op gaan.

Een aantal jaar geleden maakte ik een programma over de Camino, de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. Daar zei een man het ooit zo: “Toen ik begon te lopen voelde mijn hoofd als een wasmachine, waarin alles door elkaar draaide. Na weken lopen is de machine gestopt met draaien, het deurtje is geopend en de kleding ligt nu keurig op stapeltjes. Kleur op kleur. Er is weer orde in mijn hoofd.”

De vakantie breekt aan. Tijd voor rust in het hoofd. Maar eens kijken waar mijn wandelschoenen liggen.