Dilemma's met Sven Kockelmann

Journalist Sven Kockelmann geldt als een van de beste interviewers van Nederland. In zijn KRO-NCRV-radioprogramma 1 op 1 legt hij een gast het vuur aan de schenen. Hoog tijd om hem een aantal dilemma’s voor te leggen.

Optimist of pessimist?
‘Ik word elke dag bijzonder vrolijk wakker. Ik heb zelden tot nooit last van een ochtendhumeur en ik zie bij elk probleem dat ik tegenkom eerder de oplossingen dan de uitzichtloosheid. Natuurlijk worstelen we mondiaal al ruim een jaar om van corona af te komen. Het is een heftige periode waar ik ook erg moe van word. Maar ik beschouw het wel als een voorrecht dat ik als journalist over al die ontwikkelingen mag berichten. Ik kan er iets mee. Daardoor blijft het niet lang opgesloten in mijn systeem. Journalistiek gaat vaker over slecht dan over goed nieuws. Dat kan soms invloed hebben op mijn gemoed. Maar ik bedenk me dan dat het in de journalistiek draait om de uitzondering op de regel. Anders is iets geen nieuws. Dus op het moment dat de journalistiek alleen maar positief nieuws zou brengen, is het pas écht bedroevend gesteld met de wereld. Zo simpel is het.’

Ik heb afgeleerd om mensen altijd te willen behagen

Fons de Poel of Paul Witteman?
‘Het televisie-vak heb ik geleerd van Fons de Poel. Hij is een van de grootste grondleggers van onze moderne, actualiteitentelevisie. Toen hij het bij Brandpunt voor het zeggen kreeg, zat daar een nieuwe lichting mensen die hij allemaal persoonlijk heeft opgeleid onder wie ikzelf. Ik heb jaren met hem gewerkt. De Brandpunt-traditie staat voor: brutaal zijn, geen ontzag voor gezag hebben, overal vooraan willen staan en een vlerk durven zijn. Dat Brandpunt-DNA heeft hij echt in mijn bloed gebracht. Maar de technieken van het politieke interview heb ik weer van Paul Witteman geleerd. Ik begon in 1991 als stagiair bij Achter het nieuws waar hij presentator en eind- redacteur was. Fons en Paul zijn vanaf midden jaren tach- tig allebei gezichtsbepalende televisiepersoonlijkheden geweest en hebben de actualiteitenjournalistiek volwas- sen gemaakt. Ik heb het enorme voorrecht gehad om van beide heren veel te kunnen leren.’

Een goed restaurant of een goed recept?
‘Een goed restaurant vind ik fijn, maar ik kook het aller- liefste zelf. Koken is voor mij een creatief proces en ik bedenk graag nieuwe gerechten. Ik vind het ook heel leuk om voor andere mensen te koken. In de lente en de zomer heeft de Italiaanse keuken mijn voorkeur. In de winter neig ik meer naar Frans. Vooral de passie van Italianen voor hun eten vind ik fantastisch. Want eten ís passie voor mij. Ik eet niet enkel omdat ik nu eenmaal genoeg energie binnen moet krijgen om de dag door te komen. Ik vind het echt een genot. Ik ga ook met veel liefde naar kleine, specialistische winkels om daar de allermooiste ingre- diënten bij elkaar te zoeken. Dat is een deel van de lol. Zo zit bij mij in Hilversum een fantastische biologische slager die zijn eigen guanciale (Italiaans spek gemaakt van varkenswang, red.) maakt. Hij kan daar eindeloos over praten. Vind ik ongelooflijk leuk.’

Ik heb geleerd een vlerk te durven zijn

Meer geleerd of meer afgeleerd?
‘De laatste jaren ben ik dichter tot mijn kern gekomen. Ik heb afgeleerd om het oordeel en de verwachtingen van anderen al te belangrijk te vinden. Dat geldt voor mij als journalist én als mens. Ik ben het oudste kind in het gezin en ik ben bovendien de zoon van een onderwijzeres. Van mij werd dus verwacht dat ik het goede voorbeeld gaf. Op school, maar ook sociaal. Ook bij verplichtingen. Geen zin een verjaardag? Toch maar gaan, want anders komt er gedoe van. Te veel willen voldoen aan de verwachtingen en te weinig trouw zijn aan jezelf. Dat werk. Dat doe ik niet meer. Ik zeg nu makkelijker nee en ik heb afgeleerd om mensen toch ergens altijd een beetje te willen be- hagen. Ik hou zielsveel van mijn familie, mijn vrouw en mijn kinderen en van mijn directe collega’s. Maar ik ben gewoon eerlijk en transparant tegen ze. Dat maakt het leven een stuk fijner, makkelijker en vrijer.’