Op reis met Derk Bolt: de gevaren onderweg

Angst is een slechte raadgever, maar soms ook een onvermijdelijke emotie. Dat weet Derk Bolt maar al te goed, zeker na zijn ontvoering in Colombia in de zomer van 2017. Maar ook al voor dat hachelijke avontuur kwam de Spoorloos-presentator af en toe, onverwacht, in onaangename situaties terecht.

De gevaren onderweg

De gevaren onderweg zijn talloos en gevarieerd. Vrijwillig bungeejumpen zie je mij niet doen. Evenmin als parachutespringen of zwemmen met haaien. In mijn hoofd zit de vaste overtuiging dat het buiten mijn schuld mis zal gaan. Een bungeejumptouw is natuurlijk net niet goed vastgeknoopt, zo'n parachute gaat uitgerekend bij mij niet open en de haai vergeet de afspraak dat hij niet mag bijten. Mij niet gezien. Van dronken chauffeurs tot onbetrouwbare gidsen. Vliegtuigjes die met plakband aan elkaar hangen en kano's waarvan het omslaan in een rivier vol krokodillen slechts een kwestie van tijd is.

De steenfabriek van Santa Rita

Soms kun je het van een grote afstand aan zien komen, maar af en toe overvalt het je. In het binnenland van Brazilië bijvoorbeeld. De oude, reeds lang ontmantelde steenfabriek van Santa Rita steekt spookachtig af tegen de diepblauwe avondhemel. Samen met een gevonden moeder loop ik nog een keer over het terrein waar zij haar hele leven werkte. Tot mijn grote verbazing brandt er een vuurtje in een van de grote kelders waar de stenen ooit werden gebakken. Een mooi gezicht. Bijna pittoresk. Ik vraag mij helemaal niet af waarom dat vuurtje daar brandt. Kwajongens werk, is mijn eerste gedachte. De locatie is prachtig, we maken mooie opnamen. Vooral het invallende zonlicht dat door de kringelende rook valt, maakt het bijzonder sfeervol. We lopen door de blauwe smog, kijken in de rokerige oven, snuiven, sjouwen, verplaatsen de camera van voor naar achter. Een uurtje later staat het erop. Prachtig.

Radioactief

Samen met de moeder loop ik de walmende steenfabriek uit. Zodra we in het open veld staan, haalt ze opgelucht adem. ‘Het is hier echt heel gevaarlijk’, zegt ze ineens. Ik kijk haar vragend aan. ‘De rook, dat is niet zomaar rook,’ vervolgt ze. ‘Het is giftig afval uit de omliggende ziekenhuizen. Super toxisch. Radioactief. De zaak wordt illegaal verbrandt, de federale politie is bezig met een onderzoek.’ Verbijsterd kijk ik haar aan en begin meteen te hoesten. Waarom zegt ze dat niet vóór we naar binnen gaan? Ineens dringt het tot me door, het grootste gevaar is het gevaar dat je niet kunt zien. In de film is dat ook altijd zo. Het zit me niet lekker. De eerste dagen kijk ik steeds nauwkeurig in de spiegel en hou de ademhaling goed in de gaten. Vrezend voor iets dramatisch. Er gebeurt niets. Ik begin langzaamaan te beseffen dat ik me totaal geen zorgen zou maken wanneer het verhaal over de verbranding van radioactief afval mij bespaard was gebleven. Wat niet weet... nou ja, je kent het wel.

Beter luisteren

We zijn nu een paar weken verder en ik blijf het ruiken. De barbecue-geur van verbrande zakjes chemotherapie. Lekker is anders. Angst is dan misschien een slechte raadgever, maar echt, een volgende keer zal ik er toch wel beter naar luisteren.