Vervolging van Roma en Sinti tijdens de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht

Voor het eerst zijn de arrestatielocaties van Roma, Sinti en woonwagenbewoners, die tijdens de Nederlandse Zigeunerrazzia op 16 mei 1944 zijn opgepakt, online inzichtelijk gemaakt door Pointer en Netwerk Oorlogsbronnen.

Op 16 mei 1944 worden vanuit 19 gemeenten Sinti, Roma en woonwagenbewoners door de Nederlandse politie naar Westerbork gebracht. Op sommige plaatsen wordt zo enthousiast gereageerd op de oproep om alle ‘zigeunerachtige personen’ te arresteren dat het zelfs de bezetter verbaast. Van de 576 personen die in Westerbork aankomen, wordt meer dan de helft door de kampcommandant weer vrijgelaten. Het gaat daarbij voornamelijk om ‘Arische’ woonwagenbewoners die vanuit Utrecht en Zutphen naar Westerbork zijn gestuurd.

Op 19 mei vertrekken 245 mannen, vrouwen en kinderen vanuit Kamp Westerbork naar Auschwitz, op het beruchte ‘Zigeunertransport’. In Auschwitz komen zij terecht in een apart Zigeunerlager. Sommigen worden van daaruit naar Buchenwald en Ravensbrück gebracht. Slechts 32 keren terug na de oorlog.

Digitaal in kaart gebracht

Op basis van arrestatiedata en bronnen die zijn samengebracht door antropoloog en adviseur Sinti en Roma-zaken Peter Jorna, brengt Pointer de Zigeunerrazzia voor het eerst digitaal in kaart. Netwerk Oorlogsbronnen – een samenwerkingsverband van zo’n honderd WO2-bron beherende organisaties – visualiseert op basis van deze en diverse andere historische bronnen op oorlogslevens.nl het individuele lot van de uit Nederland gedeporteerde Sinti en Roma.

Anjes Wolfs-Driessen, schrijfster

Daar mogen we niet van wegkijken.

“Er is binnen de gemeenschap heel lang gezwegen,” zegt schrijfster Anjes Wolfs-Driessen. “Mijn moeder wilde er ook niet over praten, dat is ze pas later in haar leven gaan doen.” Mädie Franz werd in Beek gearresteerd en overleefde Auschwitz – Birkenau, Ravensbrück en Flossenburg/Wolkenburg. “Dat dit nooit meer mag gebeuren wordt al sinds 1945 gezegd, maar het gebeurt nog steeds. Daar mogen we niet van wegkijken.”