Onder handcommunie wordt verstaan de praktijk waarbij gelovigen de Heilige Hostie in de handen ontvangen waarna zij die zelf in hun mond stoppen. 

Tot aan de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie ontvingen lekengelovigen van de Latijnse Kerk de Heilige Communie uitsluitend onder de gedaante van ongegist brood (ouwel), knielend en op de tong. Eeuwenlang was dat de reguliere praktijk geweest. Deze zou vanaf de vijfde eeuw de standaardvorm worden. Verplicht werd het pas veel later. Het ontvangen van de geconsacreerde hostie op de tong werd in 878 voorgeschreven door een lokale synode in Rouen. Vier eeuwen later legde de heilige Thomas van Aquino uit dat alleen de gewijde vingers van een priester de Heilige Hostie mogen aanraken (Summa Theologiae IIIa, Q82, a3). 

De details van de liturgische praktijk in de eerste eeuwen van de Kerk zijn lastig precies te achterhalen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de grote diversiteit van ritussen in de toenmalige christenheid. 

Bisschop Johannes II van Jeruzalem († 417), opvolger van Sint-Cyrillus van Jeruzalem († 386), gaf aan neofieten als volgt onderricht over de correctie wijze van communiceren (te communie gaan):

“Wanneer u naar voren komt om te ontvangen, nader dan niet met uitgestrekte polsen of gespreide vingers, maar maak van uw linkerhand een troon voor de rechter (want deze staat op het punt een Koning te ontvangen) en vorm uw handpalm ​​kommetje; ontvang zo het Lichaam van Christus en antwoord: ‘Amen’. Heilig zorgvuldig uw ogen door de aanraking van het heilige Lichaam en nuttig het vervolgens, waarbij u erop toeziet dat er geen enkel deel verloren gaat. Een dergelijk verlies zou gelijkstaan ​​aan een verminking van uw eigen lichaam. Immers, als u goudstof had gekregen, zou u er dan niet uiterst zorgvuldig op toezien dat u het goed vasthield om geen enkel korreltje door uw vingers te laten glippen, om niet armer te worden? Hoeveel zorgvuldiger zult u er dan voor zorgen dat zelfs de kleinste kruimel van datgene wat kostbaarder is dan goud en edelstenen niet verloren gaat!” (Katèchèseis mystagoogikai 5,21). 

Deze passage, vaak toegeschreven aan Sint-Cyrillus, wordt geregeld aangehaald ter ondersteuning van de moderne handcommunie. Echter, de manier van communiceren beschreven door Johannes II (of Cyrillus) verschilt daar aanzienlijk van. Tegenwoordig houden degenen die de communie op de hand willen ontvangen, de rechterhand onder de linker. De priester legt de hostie in de linkerhand van de communicant; vervolgens pakt de communicant de hostie met de vingers van zijn rechterhand vast en stopt haar in zijn mond. In de antieke praktijk van Jeruzalem is er evenwel geen sprake van het zelf oppakken van de hostie met de vingers; men bracht de mond naar de handen toe. 

Terwijl de handcommunie in de Latijnse Kerk tegenwoordig is toegestaan, ontvangen de communicanten van de 23 oosters-katholieke kerken evenals in de Orthodoxe Kerk het Lichaam en Bloed des Heren uitsluitend in de mond. Het eucharistische brood is gegist of gedesemd en wordt na de consecratie gedoopt in de geconsacreerde wijn. Met een speciaal lepeltje legt de priester het mengsel in de mond van de communicanten.

Paus Paulus VI bepaalde in 1969 dat de nationale bisschoppenconferenties voortaan de macht hadden om aan de gelovigen toestemming te geven voor de handcommunie. Is die toestemming verleend, dan is het aan de communicant en niet aan de bedienaar om te kiezen tussen tong- of handcommunie. In beide vormen kunnen de gelovigen knielend of staand communiceren.

Bij de communie uit de kelk door intinctie, dat wil zeggen door het brood in de wijn te dopen, is in de Rooms-Katholieke Kerk officieel alleen de tongcommunie toegestaan. Het is verboden om communicanten zelf de hostie in de wijn te laten dopen. Deze bepalingen staan in de zogeheten instructie Redemptionis Sacramentum (alinea’s 102 en 104) uit 2004 van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Sacramentendiscipline. 

Tijdens de Wereldjongerendagen van 2008 in Sydney (Australië) verzocht paus Benedictus XVI allen aan wie hij persoonlijk de communie uitdeelde, deze knielend en op de tong te ontvangen. In 2010 trok paus Benedictus XVI de toestemming voor de handcommunie tijdens pauselijke missen in. Priesters die assisteerden bij de communie-uitreiking in of buiten de Sint-Pietersbasiliek kregen de instructie om deze aan de gelovigen niet in de hand, maar alleen op de tong te geven. Deze regeling werd echter niet overgenomen door de Italiaanse Bisschoppenconferentie en was onder paus Franciscus niet langer verplicht in de Sint-Pietersbasiliek.

Het gevaar van handcommunie is dat heiligschennis makkelijker is dan bij tongcommunie; tijdens de communieritus kan een kerkganger die het Lichaam van Christus op de hand ontvangt, namelijk de Heilige Hostie zomaar meenemen zonder haar te nuttigen. Er zijn ook bezoekers van missen die niet weten hoe de handen te vormen; sommigen nemen de hostie rechtstreeks met de vingers aan, een handeling die door gelovigen als hoogst oneerbiedig en zelfs als blasfemisch wordt beschouwd.