11 oktober 2026: verkondiging
St. Lambertusbasiliek te Hengelo
Vicaris Patrick Kuipers
Lezingen:
Jesaja 25, 6-10a
Filippenzen 4, 12-14.9-20
Mattheüs 22, 1-10
Je krijgt soms uitnodigingen waar je eigenlijk niet lang over hoeft na te denken. Een uitnodiging voor een bruiloft van vrienden bijvoorbeeld. Of de viering van een bijzonder jubileum. Je maakt tijd vrij, je kijkt wat je aantrekt en je verheugt je op de ontmoeting: op de mensen, de gesprekken, het eten en vooral op het feest zelf.
In het evangelie van vandaag vertelt Jezus over zo’n feest. Een koning richt een bruiloftsmaal aan voor zijn zoon. Alles is voorbereid, alles staat klaar, maar toch komen de genodigden niet. Dat is misschien wel het meest merkwaardige van dit verhaal: God nodigt uit, maar mensen laten zijn uitnodiging aan zich voorbijgaan.
Ook de profeet Jesaja spreekt over een maaltijd, maar bij hem gaat het om een maaltijd voor alle volken, een tafel waaraan niemand wordt uitgesloten. Het is een beeld van overvloed, vreugde en vrede. En dan klinkt die prachtige belofte dat God de sluier zal wegnemen die over de volken ligt, dat Hij de dood zal vernietigen en de tranen van alle gezichten zal wissen. Het is het beeld dat de Bijbel ons vandaag voorhoudt van een God die mensen wil samenbrengen, die wil dat wij leven, elkaar vinden en ervaren dat verdriet en dood niet het laatste woord hebben.
Misschien is dat juist daarom zo’n indringend beeld in een wereld waarin mensen gemakkelijk tegenover elkaar komen te staan. Want aan tafel zitten, betekent dat je elkaar aankijkt, dat je elkaar ruimte geeft en dat je deelt wat er is. Dat is wat God voor ogen heeft: dat niemand buiten blijft staan. Daarom geeft de koning, wanneer de eerste genodigden niet komen, zijn dienaren opnieuw de opdracht om mensen uit te nodigen: Ga naar de kruispunten van de wegen en nodig iedereen uit die je tegenkomt. Iedereen.
Dat is ook een belangrijke opdracht voor ons als Kerk. We hoeven mensen niet eerst te overtuigen of te beoordelen of ze wel geschikt zijn. De dienaren krijgen in het evangelie eenvoudigweg de opdracht om naar buiten te gaan en uit te nodigen. Dat vraagt van ons dat we niet alleen kijken naar de mensen die er al zijn, maar ook naar degenen die nog niet binnen zijn. Misschien is dat wel wat het betekent dat de Kerk werkelijk leeft: dat zij niet alleen naar binnen kijkt, maar ook naar buiten, en tegen mensen zegt: kom erbij, je bent welkom, er is plaats voor jou.
Maar daarmee is het verhaal nog niet afgelopen. Jezus laat ons namelijk zien dat uitgenodigd worden ook betekent dat je echt aan het feest gaat meedoen. Wanneer de zaal vol zit, ziet de koning iemand zonder bruiloftskleed. Dat vreemde beeld brengt ons bij een belangrijke vraag: wat gebeurt er met ons wanneer we Gods uitnodiging aannemen? Want het gaat uiteindelijk niet alleen om het feit dát we aan tafel zitten, maar ook om de manier waarop we daar zitten en wat we meenemen van die tafel naar ons dagelijks leven.
Het bruiloftskleed is daarom niet zozeer iets wat je aan de buitenkant aantrekt, maar een beeld van wat er vanbinnen met je gebeurt. Want je kunt aan tafel zitten en toch met je hart afwezig blijven. Je kunt in de kerk aanwezig zijn en toch gesloten blijven voor degene die naast je zit. Daarom vraagt dit evangelie ons niet alleen of wij Gods uitnodiging hebben aangenomen, maar ook: is aan mijn leven te merken dat ik mij door die uitnodiging laat raken?
Jesaja laat ons vandaag zien waar God met ons naartoe wil: naar een tafel waar alle volken samenkomen, waar tranen worden gedroogd en waar de dood niet het laatste woord heeft. En Jezus zegt ons dat die uitnodiging niet pas ergens in de verre toekomst begint, maar vandaag. Misschien zijn er mensen die al heel lang aan die tafel zitten, misschien zijn er mensen die vandaag voor het eerst weer iets van die uitnodiging ervaren, en misschien zijn er mensen die zich afvragen of er voor hen eigenlijk wel een plaats is.
Het antwoord van het evangelie is heel eenvoudig: ja, er is plaats. Want het is niet óns feest, maar Gods feest. Hij nodigt uit. Daarom mogen wij vandaag niet alleen dankbaar zijn dat we zelf uitgenodigd zijn, maar ook leren om anderen uit te nodigen: met een open hart, met aandacht voor elkaar en met ruimte voor wie zoekt.
Want uiteindelijk is dat misschien wel de kern van ons geloof: dat God tegen ieder mens zegt: Kom. Er is een plaats voor jou aan mijn tafel. En wie die uitnodiging heeft gehoord, mag op zijn beurt zelf een uitnodiging worden voor een ander.