Verkondiging op 19 april 2026
St. Lambertusbasiliek te Hengelo
Celebrant: vicaris Patrick Kuipers

Lezingen:
Handelingen 2, 14.22-33
1 Petrus 1, 17-21
Lucas 24, 13-35

Volgend weekend vertrekken meer dan 1600 pelgrims uit Nederland voor een bedevaart naar Lourdes. We zullen daar niet alleen samen de mis vieren en elkaar ontmoeten, maar ook het bidden van de kruisweg staat op het programma. Sinds 2008 bevindt zich daar een heel bijzondere kruisweg. Bijzonder, niet alleen omdat de staties zijn gehouwen uit grote blokken wit marmer, maar ook omdat de laatste statie niet de graflegging van Jezus is, maar zijn openbaring aan de leerlingen van Emmaüs: de zeventiende statie. Je ziet hoe Jezus het brood breekt en hoe er stralen uit het brood en uit zijn gezicht komen… met recht de verrezen en verheerlijkte Heer, die straalt van eeuwig leven - zoals we in het openingslied zongen.

Het evangelie van deze zondag vertelt ons het verhaal van de zogenoemde Emmaüsgangers. Totaal ontredderd hadden de twee leerlingen Jeruzalem verlaten. Al hun hoop hadden zij op Hem gesteld. Hij zou hen bevrijden en verlossen. Ze waren Hem gevolgd - en nu was Hij dood. Ze zijn verdrietig, teleurgesteld en verbitterd.

We kunnen ons goed voorstellen waar zij onderweg met elkaar over gesproken hebben. Tijdens die tocht komt er een vreemdeling met hen meelopen en raakt met hen in gesprek. Hun hart komt weer tot leven. De waakvlam van hun hoop en geloof laait langzaam op. En bij het breken van het brood herkennen ze Jezus. De vonk slaat over en ze worden laaiend enthousiast. Snel keren ze terug naar Jeruzalem om te vertellen dat ze Jezus hebben ontmoet.

Het verhaal van de Emmaüsgangers is voor veel gelovigen een geliefd verhaal, omdat het er een is waarin we onszelf herkennen. Het gaat over samen onderweg zijn - in teleurstelling en twijfel, in wanhoop en verdriet - maar uiteindelijk ook over de weg die je als gelovige gaat. Het verhaal van deze twee mannen is eigenlijk ons eigen geloofsverhaal.

Ook wij zijn immers zo vaak op weg van Jeruzalem naar Emmaüs. Ook wij lopen rond met vragen en verliezen soms de moed als we om ons heen kijken. Elke dag opnieuw zien we zoveel pijn en verdriet in onze wereld. Denk maar aan:

  • het grote kwaad dat mensen elkaar aandoen:
  • het geweld in Iran, Libanon en het Midden-Oosten;
  • de voortdurende strijd in Oekraïne;
  • de aanhoudende stroom vluchtelingen;
  • het oplaaiende antisemitisme en de groeiende onverdraagzaamheid.

Maar ook dichter bij huis:

  • mensen die zich zorgen maken om rond te komen;
  • conflicten en ruzie in de familie;
  • ziekte en uitzichtloosheid in ons eigen leven;
  • het verlies van mensen waar je veel van houdt.

Daar komen nog de berichten bij via nieuwssites en sociale media: complottheorieën en nepnieuws. Soms weet je niet meer waar je het zoeken moet. Wat is waarheid? Die vraag van Pilatus is in deze dagen uitermate actueel. Hoe moet het verder? Wordt het ooit beter? Komt er ooit vrede? Ja, het is soms druk op de weg van Jeruzalem naar Emmaüs!

Wat is het dan goed en waardevol als je mensen ontmoet die met je op weg willen gaan en de tijd nemen om naar je verhaal te luisteren - naar je vreugde en dankbaarheid, maar ook naar je pijn en verdriet, je teleurstelling en boosheid. Alleen dat al kan verlichting geven. Iemand die luistert, hoeft niet meteen een oplossing te bieden. Het gevoel dat je niet alleen staat, helpt enorm. Het doet goed, geeft ruimte en nieuwe energie.

Het evangelie van vandaag laat ons zien dat de Heer zich ook bij óns wil aansluiten. Hij wil luisteren naar ons verdriet en onze machteloosheid. Hij wil met ons in gesprek gaan en horen wat ons bezighoudt. Hij wil met ons optrekken door het leven en ons tot steun zijn. Maar vooral wil Hij maaltijd met ons houden, zoals Hij dat deed met de Emmaüsgangers. Hij wil ons de Schriften ontsluiten en het brood voor ons breken - ook vandaag, hier en nu, in deze eucharistie.

En wij bidden dat in deze bijzondere ontmoeting met de verrezen Heer ook óns de ogen mogen opengaan, zodat wij kunnen zeggen: Brandde ons hart niet in ons, toen Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?
Ik wens het ons van harte toe. Amen.