14 juni 2026, 18e Zondag door het jaar
St. Jozefkapel te Dongen
Verkondiging door parochievicaris Lars Peetam

Lezingen:
Jesaja 55, 1-3
Romeinen 8, 35.37-39
Matteüs 14, 13-21

Voor Nederlanders klonk dat zojuist vast als muziek in de oren: “Komt kopen zonder geld en zonder te betalen!” Gratis en voor niks. Dat laat je je toch geen tweede keer zeggen? Jesaja wil in de eerste lezing mensen over de streep trekken met een gratis aanbod. Hij spreekt tot mensen die in ballingschap zijn, gedeporteerd uit hun land naar het verre oosten. Weg van huis en haard, weg van de grond die hun vaderen van God hadden gekregen: het beloofde land.
Was God nu zijn belofte en zijn verbond met hen vergeten, nu zij uit zijn land verdreven waren? Zij waren het verbond en God vergeten, zeiden sommigen. God was niet meer bij hen, toch?

De profeet Jesaja zegt hen nu dat het anders is, dat God ook hier en nu aanwezig is om zijn mensen opnieuw te troosten en te leiden, een nieuw en blijvend verbond: door zijn Woord schenkt God leven, zomaar vanuit goedheid. Jesaja zegt: Luistert naar God dan zul je iets goeds eten tot je vol bent. Wendt je oor naar Mij toe en luistert naar wat ik zeg en je zult leven. De spijs, het brood wordt een symbool en beeld voor dat waar de mens van leeft.
En hier is dat: Gods Woord. Soms kun je je van God gescheiden voelen door iets wat in je leven gebeurt, of dat nu je eigen schuld is of niet. De gedachte dat je het misschien zelf verpest hebt, dat God je daarvoor straft en dat het nooit meer goed kan komen. Dat dachten de Joden in de ballingschap ook. Maar Jesaja zegt: Geef niet toe aan die gedachte. God heeft gesproken toen Hij de mens in het begin zag: ‘Het is heel goed.’ Hij geeft het werk van zijn handen nooit op, als wij ons maar steeds aan zijn handen toevertrouwen en blijven geloven in zijn aanwezigheid, die liefdevol is.

Ook Paulus geloofde daar heilig in, dat schrijft hij ons in de tweede lezing: “Niets zal ons scheiden van de liefde van God, die is in Christus.”
Wat maakt Jezus Christus zo bijzonder? Dat de liefde Gods in Hem is, deel van Hem is. En daarom het grote belang van zijn zelfgave tijdens het laatste Avondmaal en op het kruis; Dit is zijn Lichaam dat voor ons gegeven wordt in de dood; Hij geeft het uit liefde, zodat de liefde die in Hem is, ook in ons zal zijn.

Dat gastmaal van zijn liefde begint niet pas op de avond van Witte Donderdag bij het laatste Avondmaal. Er staan in het evangelie meerdere verhalen over maaltijden waar Jezus mensen voedt: met voedsel of drank, met zijn aanwezigheid, met woorden van wijsheid, met vergeving en vreugde. Het verhaal over de wonderbare spijziging hoort daar bij. Hij was het trouwens niet eens van plan, Hij wilde even alleen zijn, met zijn vrienden. Maar een menigte van meer dan 5000 mensen weet Hem op die eenzame plaats toch te vinden. En dan, als het etenstijd is, moet er iets gebeuren. 

Jezus gedraagt zich als de gastheer door opdracht te geven om ‘plaats te nemen’ voor de maaltijd en Hij zorgt ook voor het eten dat door zijn dienaars, de apostelen, wordt opgediend. Hij dankt God, zegent en breekt het brood en geeft het dan aan zijn leerlingen. Hij deelt het niet zelf uit aan de mensen, Hij maakt gebruik van de bemiddeling van zijn leerlingen, door wie Jezus’ liefdevolle zorg al die mensen bereikt. Maar denkt u dat de mensen dat in de gaten hadden, dat zij wisten waar al dat brood vandaan kwam? Alleen de leerlingen wisten dat er maar 5 broden waren, de menigte wist dat niet. Maar ze mogen er van proeven tot ze verzadigd zijn. Geen van die 5000 wist wat voor een wonder zich had voltrokken, behalve de leerlingen. Hoeveel God soms in een mensenleven doet zonder dat je het in de gaten hebt. Hoeveel hebben wij eigenlijk niet om Hem dankbaar voor te zijn?

De 5000 worden van brood voorzien door 12 apostelen, maar het komt van de Heer. Het wonder is bedoeld voor de apostelen, voor hen die het begin van de Kerk zouden vormen: om hun te leren wat ze van Jezus moeten doorgeven aan de mensen: het Brood des Levens dat van Hem komt. Omdat gaandeweg het verhaal de focus alleen op het brood komt te liggen en omdat de woorden waarmee de brooduitdeling beschreven wordt doen denken aan het laatste Avondmaal, is dit wonderverhaal een voorbode van de eucharistie.  Zoals de apostelen toen, ontdekken wij daarin nu Christus’ liefdevolle zorg die in al onze noden wil voorzien. 

Niets kan ons scheiden van de liefde van God die in Jezus Christus is, zegt Paulus. En daarom wil Jezus brood worden, zodat wat in Hem is, in ons zal zijn, zodat wij deel krijgen aan zijn leven. 

Dit verhaal wordt niet alleen verteld om te weten hoezeer Jezus voor mensen zorgt via andere mensen, maar ook hoe hard de mensen Jezus nodig hebben, hoe broodnodig: Hij schenkt genezing, heelheid, brood, Hij geeft leven. De eucharistie is de wonderbare spijziging in het hier en nu. Laten we die dan steeds vieren in geloof en vertrouwen en ons te goed doen aan de eindeloze liefde van onze hemelse Gastheer.