Mariagrot in het Heiligdom van Lourdes.
Verkondiging door deken Ed Smeets
Lezingen:
Jesaja 55, 6-9
Filippenzen 1, 20c-24. 27a
Matteüs 20, 1-16a
Iemand vroeg zich ooit af: als Maria de rozenkrans bidt – want dat deed ze toch bij de verschijningen – wat bidt ze dan? ‘Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u’?
Maria die de rozenkrans bidt? Ik denk het wel! Want wat bidden we in dat Wees Gegroet? ‘Verheug u, begenadigde, de Heer is met u!’ Dat zijn hemelse woorden waarmee de engel Gabriël Maria in Gods Naam begroette. En als God dat tegen je zegt, dan kun je inderdaad maar beter die woorden voortdurend in jezelf herhalen. Verheug je, want de Heer is je genadig! En als we geloven dat Maria ons voorgaat in geloof en dat wij haar op haar geloofsweg mogen volgen, dan gelden die woorden niet minder ook voor ieder van ons: Wees gegroet, wees blij, want God is met je!
Het is dit jaar hier in Lourdes het thema waarmee alle bedevaartgangers worden ontvangen: ‘Verheug u, begenadigde, de Heer is met u!’
Dat besef van dat begenadigd zijn, klinkt ook door in het evangelie van deze zondag. In eerste instantie strijkt het je gigantisch tegen de haren in: wie de hele dag gezwoegd en geploegd heeft, krijgt aan het einde van de dag even veel als die klaploper die pas te elfder ure is komen aanwaaien. Dat klinkt ons als heel onrechtvaardig in de oren. Met veel vijven en zessen zouden we nog iets van een sociaal vangnet willen accepteren voor hen die echt niet meekunnen in het leven, maar als beleid kunnen we dit moeilijk verkroppen. We zijn zeker vandaag veel meer van eisen op tafel, gelijk halen, positie innemen, hakken in het zand, messen slijpen en grenzen trekken. En als het iemand veel beter gaat dan ons… of als iemand er de kantjes vanaf loopt en toch beter beloond wordt of meer in de smaak valt dan wij…
Maar dan vergeten we iets wezenlijks. Wat al die arbeiders krijgen – allemaal - is genoeg en nodig om van te leven. God wil mensen tot leven brengen en ze alles meegeven wat ze nodig hebben. En dat geldt zowel degene die vroeg uit de veren was als degene die lang nodig had om in beweging te komen. Ook wie zich pas laat bekeerd of pas na zovele omwegen is welkom en mag van de Heer alles ontvangen wat hij nodig heeft om goed vooruit te komen.
Waar ons dat moeilijk valt… ‘Sorry’, zegt God in de eerste lezing, ‘maar uw gedachten zijn niet de mijne en mijn redeneringen zijn toch iets anders dan de uwe’. Wat God drijft, is zijn genade en liefde voor ieder mens. Het enige dat Hij vraagt, is onze openheid van harte en onze bereidheid daadwerkelijk – al is het met vallen en opstaan – naar zijn wijngaard te gaan.
En wie zich toch stoort aan deze vermeende oneerlijkheid, vergeet niet dat degenen die veel hebben meegekregen in het leven dat ook niet aan zichzelf te danken hebben, maar eerst en vooral aan de Schenker van het leven… Dus wees niet jaloers, zegt de Heer, maar dankbaar!
Juist hier in Lourdes mogen we het eens te meer ervaren wat Jezus bedoelt met die eersten die laatsten worden en laatsten die op de eerste plaats komen. Met de woorden van de engel zijn we terug in de kerstverhalen: niet de groten der aarde maken dat kerstverhaal uit, maar Maria en Jozef, uit een onbeduidend Nazareth, wier kindje geboren wordt in een stal in Bethlehem.
En Bernadette hier in Lourdes: ziek, zwak en misselijk als ze was, dom als ongeletterde, met haar hele familie niet in tel of in trek, uitgerekend zij had hier een afspraak met de hemel…
Maria en Bernadette wisten vreugde te scheppen uit Gods uitverkiezing. Ze wisten zich gezien door Hem. En ze hielden die vreugde niet voor zichzelf: Maria trok meteen na de Blijde Boodschap vol vreugde en met spoed naar haar nicht Elisabeth om die vreugde met haar te delen en Bernadette wist haar vreugde om de verschijningen tot een uitnodiging te maken voor tientallen, honderden, duizenden en in de loop der jaren miljoenen mensen om naar Lourdes te gaan.
Maar ze hebben die vreugde ook doorgetrokken naar het gewone leven van alledag toe. Doorgetrokken naar het gewone leven toe is die vreugde wellicht ook de stille vreugde van de trouwe arbeid, van het je kwijten van je taak in het leven of van het je geven aan je dierbaren, van het accepteren van wat het leven je toebedeelt en daarmee aan de slag gaan; de vreugde van de gehoorzaamheid aan hoe je bedoeld bent in het leven en wat jouw roeping is…
Het is ook een vreugde die volgehouden wil worden waar het leven moeilijk wordt. In het evangelie en bij Maria en bij Bernadette is het lijden nooit ver weg, het lijden dat zo eigen is aan het broze en breekbare leven van ons mensen. Maar juist die vreugde van het je geborgen en gedragen weten, maakt van kruis en beproeving een weg naar waarachtige vrede en vreugde, door alles heen. ‘Ik beloof u het geluk – vrede en vreugde; als niet hier, dan daar’, zei Maria tot Bernadette hier aan de grot. En die vreugde kan niemand ons ontnemen!
‘Verheug u, begenadigde, de Heer is met u!’ Met Maria en Bernadette mogen we die woorden ons leven lang blijven prevelen om ze steeds dieper te laten doordringen in ons hart.