Verkondiging op 4 oktober 2026
Stadsklooster San Damiano te Den Bosch
Broeder Theo van Adrichem OFM
Lezingen:
Sirach 50, 1.3-7
Galaten 6,14-16
Matteüs 11, 25-30
We vieren vandaag de 800ste verjaardag van het sterven van Franciscus. Voor velen is hij springlevend. Afgelopen zomer was ik met pelgrims onderweg in Franciscaans Italië. Deelnemers verbaasden zich over de actuele betekenis van wat hij deed en van woorden, die van hem zijn overgeleverd.
Paus Franciscus koos zijn naam, vanwege zijn nabijheid aan armen en zijn omarming van de hele schepping.
En eind van deze maand komen er mensen uit verschillende culturen en religieuze tradities naar Assisi, om uitdrukking te geven aan het grote gedeelde verlangen: vrede. Het charisma van Franciscus leeft.
Franciscus, zoon van een rijke koopman in Assisi, kende een turbulente jeugd. Maar na zijn deelname aan een gewapende strijd tussen de opkomende burgerij en de vanouds machtige adel, werd hij ziek. Hij was het spoor helemaal bijster en wist niet meer wat te doen.
Verschillende ontmoetingen hebben hem zijn levensweg doen ontdekken. Allereerst een ontmoeting met een melaatse, iemand met een ernstige huidziekte. Zij leefden buiten de stad in melaatsenkolonies. In een geestelijk Testament schrijft Franciscus:
‘Het is de Heer, die mij tussen hen heeft gebracht’. Hij heeft hen liefdevol verzorgd. En zie: Wat eerst bitter was, het zien van melaatsen, veranderde voor hem in zoetheid naar lichaam en ziel. Hebben wij zelf wel eens zo’n omvormende ervaring gehad? Een verrassende ontmoeting met iemand die we eerder op ruime afstand hielden, maar waarmee verbondenheid ontstond? Een dakloze, een vluchteling misschien.
Een andere ingrijpende ontmoeting voor Franciscus vond plaats in een vervallen kerkje buiten Assisi. Het kerkje van San Damiano. Geknield voor een kruis, hoorde hij een stem: ‘Franciscus, zie je niet hoe mijn kerk in verval is. Ga, en herstel mijn huis.’ Hij begon dat kerkje te herstellen. Maar later besefte hij dat het om iets anders ging, om het kerkelijk leven dat enorm in verval was, aan de basis en aan de top.
Dat heeft hem ertoe bewogen om zelf te gaan leven volgens het evangelie en in de voetsporen van Jezus te gaan. Dat was zijn reactie op de miserabele situatie van de kerk van die dagen. En vorm van opbouwende kritiek. Dat vroeg veel geduld en volharding van hem, die best een driftkikker kon zijn. Daarmee houdt hij ons een uitdagende spiegel voor.
Franciscus leefde vanuit een geweldige verwondering en dankbaarheid voor de mateloze liefde van God, die in Jezus tot ons gekomen is. Hij heeft geprobeerd om die liefde te beantwoorden in zijn doen en laten.
Hij heeft zich niet laten meeslepen door conflicten in kerk en samenleving. Hij probeerde puur en eerlijk te leven, niet vol van zichzelf, maar in de geest van Jezus, die in het evangelie zegt: ‘Ik ben zachtmoedig en nederig van hart.’
Die nederigheid maakte dat hij ongewapend en ontwapenend door het leven ging, niet bedreigend. In steeds meer schepselen heeft hij een broeder en zuster gezien en ervaren én dat was wederzijds.
Dat heeft hij op het einde van zijn leven verwoord in de Lofzang van de Schepselen, heel de schepping die God lof zingt, tot en met zuster dood.