Mgr. Bernardus Bofitwos Baru O.S.A.

Timika, 24 januari 2026 In het overwegend christelijke Papua in Indonesië is door een plaatselijke bisschop kritiek geuit op de “buitensporige militaire aanwezigheid” in de regio. Dat meldt de katholieke website UCA News. Het Indonesische leger maakt er jacht op rebellen.

Mgr. Bernardus Bofitwos Baru O.S.A., diocesaan bisschop van Timika, zei onlangs tegenover UCA News dat de aanwezigheid van het Indonesische leger angst en onveiligheid zaait onder de lokale bevolking, wier leven en activiteiten geregeld worden verstoord.

Volgens gegevens van de regering in Jakarta zijn er ongeveer 12.300 militairen gestationeerd in Papua, het Indonesische deel van Nieuw-Guinea.

Indonesisch Papua was van 1949 tot 1962 een Nederlandse kolonie, genaamd Nederlands-Nieuw-Guinea. Sinds het door de Republiek Indonesië werd geannexeerd heeft Papua te maken gehad met een laagintensieve gewapende separatistische opstand en militaire operaties tegen de opstandelingen.

“In vijftig jaar tijd hebben Indonesische speciale troepen minstens 100.000 Papoea's afgeslacht, terwijl de politie de lokale bevolking terroriseert met misbruik en geweld”, staat te lezen op de website van de Fondazione Agostiniani nel Mondo.

De Indonesische regering voert nationale veiligheid aan als reden voor de huidige“toestroom van soldaten” in Papua, die volgens de augustijner bisschop Baru een nadelig effect heeft op het leven van de Papoea's: het zaait angst en verstoort het normale leven van de dorpsgemeenschappen.

Het Indonesische leger heeft beperkingen opgelegd aan het verkeer waardoor traditionele activiteiten zoals jagen, tuinieren en gemeenschapsbijeenkomsten worden belemmerd, aldus mgr. Baru, die zelf Papoea is. “Overal zijn militaire posten en soldaten. Mensen zijn bang omdat ze een activiteitenrooster hebben ingevoerd, wat betekent dat het niet langer alleen om een avondklok gaat, maar om een bredere inbreuk op de veiligheid.”

Baru heeft er bij de regering op aangedrongen om in dialoog te gaan met vertegenwoordigers van de gemeenschap om de dreiging van opstanden door rebellengroeperingen, waaronder de West Papua National Liberation Army (TPNPB), tegen te gaan.

Lokale mediaberichten suggereren dat het leger niet alleen wordt ingezet om de opstand te bestrijden, maar ook om de belangen te beschermen van zakelijke oligarchen die zich bezighouden met het opzetten van boerderijen, palmolieplantages en mijnen.

Mgr. Baru, sinds mei vorig jaar bisschop van Timika (provincie Papua), is net zoals paus Leo XIV lid van de Orde van Sint-Augustinus. De augustijnen kwamen in 1542 aan in Indonesië toen zij deel uit maakten van een Spaanse expeditie. Pas in 1953 vestigden zij zich, dankzij een Nederlandse medebroeder,  in het westen van het enorme eiland dat Nieuw-Guinea is gaan heten; die naam zou in 1545 zijn verzonnen door de Spaanse ontdekkingsreiziger Yñigo Ortiz de Retez, omdat hij een gelijkenis zag tussen de inheemse volkeren van het eiland en de bevolking van de Afrikaanse regio Guinee.

Augustijnen zijn nu werkzaam in Senopi, Ayawasi, Susweni, Aimas, Manokwari, Jayapura, Yuruf en Sorong. Hun werk concentreert zich naast de zielzorg op onderwijs, gezondheidszorg, ondersteuning van kleine gemeenschappen en verdediging van de mensenrechten.

Papua (voorheen West-Irian of Irian Jaya), of West-Nieuw-Guinea om het te onderscheiden van het land Papoea-Nieuw-Guinea, is een gebied van de Republiek Indonesië dat gelegen is in het westelijke deel van Pulau Papua (het eiland Nieuw-Guinea). Dit gebied is verdeeld in zes provincies: Papua, Papua Barat, Papua Barat Daya, Papua Pegunungan, Papua Selatan en Papua Tengah.