Londen, 21 oktober 2025Onlangs verscheen de Engelse vertaling van de Franse beststeller Dieu, la science, les preuves. L'aube d'une révolution, geschreven door de wiskundigen Olivier Bonnassies uit West-Londen en Michel-Yves Bolloré uit Parijs. Zij beweren in hun boek een definitief antwoord te geven op een vraag die de mensheid al sinds mensenheugenis bezighoudt: bestaat God? De auteurs van God, the Science, the Evidence beweren dat de rede en de wetenschap bewijs leveren voor Gods bestaan.

Bonnassies (59) en Bolloré (79) publiceerden hun 580 pagina’s tellende boek voor het eerst in 2021. Sindsdien werden er meer dan 400.000 exemplaren verkocht. Beide mannen zijn godsdienstig: Bolloré, een computeringenieur, is sinds zijn geboorte katholiek, terwijl Bonnassies in zijn twintiger jaren het christelijk geloof omarmde.

Bonnassies, die in Parijs woont, stelt dat “de wetenschap nu Gods bondgenoot is”. In een interview met Publishers Weekly  legt hij uit dat het boek gebaseerd is op drie wetenschappelijke conclusies: dat we leven in een ruimtetijd die materie, ruimte en tijd onlosmakelijk met elkaar verbindt; dat dit alles een begin lijkt te hebben; en dat de parameters van het universum zo precies zijn afgestemd dat een kleine verandering leven onmogelijk zou maken.

Na vier jaar onderzoek in samenwerking met meer dan twintig wetenschappers en gerenommeerde experts, onderzoekt het boek de vraag naar het bestaan van een scheppende God.

Gedurende meer dan vier eeuwen leken de wetenschappelijke ontdekkingen van onder anderen Copernicus, Galileo, Darwin en Freud erop te wijzen dat het universum kon worden verklaard zonder de noodzaak van een schepper. Aan het begin van de twintigste eeuw was het materialisme de dominante theorie. Maar onverwacht en met kracht is de wetenschappelijke slinger volgens Bonnassies en Bolloré de andere kant opgeslagen, dankzij een reeks baanbrekende ontdekkingen: de relativiteitstheorie, kwantummechanica, de oerknal, de theorieën over uitdijing, de ‘warmtedood’ en de fijnregeling van het universum. Deze nieuwe kennis heeft de zekerheden van het collectieve bewustzijn van de twintigste eeuw op losse schroeven gezet: waar het materialisme ooit de enige aanvaardbare theorie was, wordt het nu steeds vaker gezien als een irrationele overtuiging, aldus de auteurs.

Hun boek schetst de geschiedenis van kosmologische doorbraken en biedt een grondige analyse van het nieuwe vermeend bewijs voor Gods bestaan.

Onder katholieke theologen heerst consensus over dit onderwerp. Aangezien God de fenomenale werkelijkheid oneindig overstijgt kan Hij geen voorwerp zijn van natuurwetenschappelijke theorie en onderzoek. Strikt wetenschappelijk is Gods bestaan dus niet bewijsbaar, terwijl er filosofisch wel sterke aanwijzingen voor zijn. Immers, zo leert het Eerste Vaticaans Concilie, is God “met zekerheid uit de geschapen dingen te kennen door middel van het natuurlijke licht van de menselijke rede” (Dei Filius II,5).