In de christelijke eredienst is een acclamatie een kort antwoord dat door het kerkvolk wordt uitgesproken of gezongen om instemming, lof of geloof tot uitdrukking te brengen.

Het woord komt van het Latijnse acclamatio, wat ‘openbare kreet van instemming of hulde’ betekent, van het werkwoord acclamare (‘toeroepen’).

In de liturgie zijn acclamaties belangrijk omdat het momenten zijn waarop de gelovigen actief reageren op de woorden van de celebrant en de lectoren. Het bevordert de actieve participatie aan de rituele samenkomst.

Voorbeelden:

  • Amen (‘zo zij het’), gezegd na gebeden en zegeningen;
  • Alleluia (‘Godlof’);
  • Deo gratias (‘God zij dank’), na de Schriftlezingen en de wegzending.
  • ‘Heer onze God, wij bidden u verhoor ons’, bij de voorbede;
  • ‘Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen tot lof en eer van zijn naam tot welzijn van ons en heel zijn heilige Kerk’, als antwoord op de priester aan het einde van de offerande;
  • Sanctus, sanctus, sanctus (‘Heilig, heilig, heilig’), gezongen als antwoord op de prefatie voorafgaand aan het eucharistisch gebed;
  • ‘Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert dat Gij verrezen zijt’, volgend op de consecratie.