Ad-liminabezoek

Iedere diocesane bisschop is verplicht om elke vijf jaar een bezoek aan Rome te brengen, teneinde de graven van de apostelen Petrus en Paulus te vereren en bij de paus verslag uit te brengen over de toestand van zijn bisdom. Dit wordt het Ad-liminabezoek genoemd.

Drempels
Ad limina betekent letterlijk 'naar de drempels'. 'Drempels' slaat hier op de graven van de apostelen Petrus en Paulus. Graven werden sinds de 2de eeuw voor Chr. namelijk als drempels aangeduid; het graf was als een drempel tussen het aardse en het bovenaardse leven. In de 16de eeuw werden alle bisschoppen door de paus verplicht te pelgrimeren 'naar de graven van de apostelen' (ad limina apostolorum) teneinde bij de Heilige Stoel voor hun doen en laten verantwoording te leggen.

Verantwoording afleggen
Tijdens een ad-liminabezoek haalt een bisschop, in zijn functie als hoofd van een particuliere kerk, de banden aan met de paus, het hoofd van de universele kerk. De bisschop verantwoordt zich als het ware aan de paus en zijn bestuursapparaat, de Romeinse Curie. Daarom brengt de bisschop verslag uit van de actuele situatie van zijn bisdom. Ook ontvangt hij van de paus raadgevingen en, indien nodig, vermaningen. Overigens is het nog altijd zo, dat iedere bisschop bij het ad-limina persoonlijk een bezoek brengt aan het graf van Petrus, gelegen onder de Vaticaanse Sint-Pietersbasiliek en het graf van Paulus, gelegen in de basiliek van Sint-Paulus-buiten-de-Muren.

Kerkprovincies
In de huidige ad-liminapraktijk gaat een diocesane bisschop in de regel samen met de collega-bisschoppen van zijn kerkprovincie naar Rome. Zo gaan de leden van de Nederlandse bisschoppenconferentie altijd gezamenlijk naar Rome, omdat Nederland slechts één kerkprovincie heeft.

Drie momenten
Het treffen van de paus door een bisschop, of de verzamelde bischoppen van een kerkprovincie, kent drie momenten:
1. De bisschoppen vernieuwen hun eed van trouw aan de Heilige Stoel.
2. De bisschoppen overhandigen rapporten over de toestand van hun diocesen aan het Staatssecretariaat en de Congregatie van de Bisschoppen.
3. De paus houdt een toespraak, waarbij hij zijn visie geeft op de uitdagingen waarvoor de RK-Kerk in de betreffende diocesen staat.

Geschiedenis
Al in de eerste eeuwen van de Kerk bezochten bisschoppen de opvolger van de apostel Petrus om hem kwesties van theologische of kerkbestuurlijke aard voor te leggen. Later werd het voor bisschoppen van het Italiaanse schiereiland een plicht om eens in de twee jaar met de bisschop van Rome een provinciaal concilie te houden. In de 5de eeuw bepaalde paus Leo I dat ook de drie bisschoppen van Sicilië voor een dergelijk concilie naar Rome moesten komen. Van paus Gregorius I (6de eeuw) is de regel dat de Siciliaanse bisschoppen om de vijf jaar naar Rome dienden af te reizen.

Middeleeuwen
Een Romeins concilie besloot in 743 dat alle bisschoppen die door de paus gewijd zijn, jaarlijks op ad-liminabezoek moeten gaan. Dat gold echter alleen voor de bisschoppen die vlakbij Rome resideerden. Bisschoppen die verder weg woonden, konden volstaan met een brief waarin zij blijk gaven van hun trouw aan de paus. Later beloofden bisschoppen voorafgaande aan hun wijding dat zij of hun afgevaardigden jaarlijks de Heilige Stoel en de apostelgraven zouden bezoeken. De paus kon hen daarvan dispenseren.

Vijfjaarlijks
Het was paus Sixtus V die van het Ad-liminabezoek een plicht voor alle diocesane bisschoppen maakte. In zijn constitutie Romanus Pontifex (1585) legde hij de termijnen, de onderwerpen en de orde van dienst van het ad-liminabezoek vast. Paus Pius X legde in 1909 de vijfjaarlijkse termijn van het ad-limina vast. Ook bepaalde hij dat iedere bisschop om de vijf jaar een geschreven rapport naar Rome moest sturen. Dat rapport wordt geschreven aan de hand van een door de Curie opgestelde vragenlijst. Deze vragen informeren bijvoorbeeld naar diocesane statistieken, de bedreigingen en kansen voor de Kerk, en de wijze waarop de bisschop leiding geeft.

Nederlands ad-limina 1988
Ten tijde van het pausbezoek in mei 1985 bereikte de polarisatie in de Nederlandse kerkprovincie een hoogtepunt. Tijdens het eerstvolgende ad-limina, in 1988, prees paus Johannes Paulus II de Nederlandse bisschoppen voor hun inspanningen om de verstoorde verhoudingen te verbeteren en moedigde hen aan om door te gaan op de ingeslagen weg. Ook roemde hij de relatief grote inzet van lekengelovigen in ons land.

Ad-limina 1993: Nederland missieland
Het ad limina van 1993 gaf een heel ander beeld. Ten eerste gaf de paus aan dat hij de situatie in Nederland niet langer als uitzonderlijk zag. De secularisatie, in Nederland bijzonder krachtig op gang gekomen, sloeg inmiddels immers in heel West-Europa onverbiddelijk toe zowel buiten als binnen de Kerk. Niettemin plaatste de paus grote vraagtekens bij de 'voorlopersrol' van Nederlandse katholieken die het geloof al te wereldlijk beleefden. Dat gold overigens ook voor de voorlopersrol van Nederland op het gebied van de wetgeving over bijvoorbeeld abortus en euthanasie. De paus stemde in met de conclusie van de bisschoppen dat "men zonder overdrijving kan stellen dat de kerken in Nederland zich in een missionaire situatie bevinden", een zin die in de pers terechtkwam als 'Nederland missieland'. Maar de manier om aan het einde van de 20ste eeuw missie te bedrijven, daar was men het over eens, was anders dan aan het begin van die eeuw. Het nieuwe toverwoord was 'dialoog'. Voor de harde confrontatie, zo luidde de conclusie in Rome, was geen plaats meer.

Ad-limina 1998: ontspannen sfeer
De bisschoppen van Nederland zetten zwaar in op dialoog en communicatie. Daarbij hadden ze te maken met een beduidend minder fel geworden polarisatie in de kerkprovincie en een grotere belangstelling voor de Kerk in de niet-kerkelijke buitenwereld. Intern werden gesprekken belegd met allerlei groeperingen binnen de Kerk. Vaak bleek daarbij dat er nog veel vooroordelen leefden, maar ook dat de bereidheid om over verschillen heen te stappen groeide. Het ad-liminabezoek van 1998 vond al in een meer ontspannen sfeer plaats.

Ad-limina 2004: immigranten en groeiende interesse voor spiritualiteit 
Bij het ad-limina van het Nederlands episcopaat in maart 2004 hadden de bisschoppen in hun rapport gewag gemaakt van een intensievere werving van nieuwe priesters, diakens en religieuzen. Paus Johannes Paulus prees hen daarvoor in zijn toespraak van 12 maart. Hij riep hen ook op om “de lekengelovigen de middelen die hun geloof te voeden voor te houden, door een intens sacramenteel leven, door een veelvuldige lezing van het Woord Gods, en door het verdiepen van de leerstellingen die het Leergezag aan allen voorhoudt”. Voorts wees de paus op het kosmopolitisch karakter van veel Nederlandse parochies door de katholieke immigranten. “Ik moedig u aan hen als broeders en zusters te ontvangen, opdat zij hun eigen steentje bijdragen aan het gemeenschappelijk gebouw”, aldus de paus. De bisschoppen hadden geconstateerd dat er onder Nederlanders sprake was van een groeiende belangstelling voor religieuze vragen en van een nieuwe dorst naar spiritualiteit. “Ik verheug mij hierover”, luidde de reactie van Johannes Paulus, “waarbij ik alle herders oproep met deze ontwikkelingen rekening te houden en het volk Gods degelijke wegen van geestelijk leven te bieden.” 

Ad-limina 2013
Door het ziekteproces en het overlijden van paus Johannes Paulus II in 2005 ontstond er wereldwijd vertraging in de ad-liminabezoeken. Bovendien temporiseerde paus Benedictus XVI het aantal collegiale ontmoetingen vanwege zijn gevorderde leeftijd. Vandaar dat het Nederlandse episcopaat tot december 2013 had moeten wachten voor een nieuw ad-limina, dit keer bij de in maart van dat jaar gekozen paus Franciscus. Op 2 december hadden de bisschoppen een gezamenlijke ontmoeting met de paus (zie video hieronder). Na afloop zeiden ze dat ze zich door Franciscus "bemoedigd" voelden, want die had hun opgeroepen om hun beleid van parochiefusies en kerksluitingen voort te zetten. Volgens kardinaal Eijk was het Italiaanse kernwoord van de ontmoeting: avanti (= 'voorwaarts'), d.w.z. zonder nostaligie naar het Rijkse Roomse Levenomkijken en voortgaan op het pad van de evangelisatie in het sterk geseculariseerde Nederland.