Johannes Brugman was een franciscaan uit de vijftiende eeuw, die in de Lage Landen beroemd was om zijn overtuigende en gepassioneerde prediking.
Jan Brugman of Johannes Brugman(n) (Latijn: Ioannes Brugmanus) werd rond het jaar 1400 geboren, waarschijnlijk in Kempen, een stad in het Keurvorstendom Keulen. Hij bezocht een kloosterschool waar de docenten het niet al te nauw namen met hun religieuze plichten. Zelf kon hij de lichtzinnigheid ook niet weerstaan. Hij legde toch kloostergeloften af. Na verloop van tijd kwam hij tot inkeer, bekeerde zich en besloot als minderbroeder volgeling van Sint-Franciscus van Assisi te worden.
In Parijs studeerde hij theologie. Het is niet zeker of dat hij dat deed aan de universiteit of aan het studium generale van zijn orde. Hoe dan ook, Brugman was gaan behoren tot de minderbroedergemeenschap in Sint-Omaars (Saint-Omer) in het graafschap Artesië (Artois), thans gelegen in Noord-Frankrijk. Daar was hij lector theologiæ, belast met het onderwijs aan zijn jongere medebroeders. Hoewel hij in moderne levensbeschrijvingen ‘pater Brugman’ wordt genoemd, is het onduidelijk of hij een sacramentele ambtswijding had ontvangen.
Vanaf 1450 reisde hij door de verschillende regio’s van de Nederlanden om overal de strikte naleving (observantia) van de regel van Sint-Franciscus van Assisi te bevorderen. In zijn prediking tot het volk riep hij vol bevlogenheid de gelovigen op niet meer te gokken, de zon-en feestdagen te heiligen en de wraakzucht te bedwingen.
Bekend is dat hij 1452 in Groningen predikte, dat hij in 1453 een minderbroederklooster in Hamm in Westfalen stichtte en dat hij in 1454 in Sluis gardiaan was. Het jaar daarop bezocht hij achtereenvolgens Bolsward, Zwolle, Kampen, Vollenhove, Deventer, Arnhem en Nijmegen; in 1456 Hamm en Middelburg; in 1457 Münster en Kampen; in 1458 ‘s-Gravenhage, Bocholt en Zutphen, in 1459 Arnhem, en in 1460 Zutphen, Deventer en Geldern. In 1461 was hij in Doetinchem en Kempen, en in 1462 in Weert, Bergen op Zoom, Leiden en Amsterdam. Hij bezocht ook Schiedam, Haarlem en Harderwijk, maar het is onbekend in welk jaar.
Binnen het kapittel van Hamm werd hij in 1462 verkozen tot vicaris-provinciaal van de provincie van de Observanten, een hervormingsgezinde tak van de Orde der Minderbroeders Conventuelen, die zich daarvan in 1517 zou afsplitsen.
Brugmans bezoek aan Amsterdam in 1462 ging gepaard met een conflict met het stadsbestuur. Hij wilde er een minderbroederconvent stichten. Het stadsbestuur zag dat niet zitten vanwege Brugmans’ strenge opvattingen over het naleven van de Regel van Franciscus. Vol vuur verdedigde hij zijn project. Dat zou letterlijk spreekwoordelijk worden; al snel na zijn bezoek aan Amsterdam getuigde het stadsarchief van zijn buitengewone optredens als predikant door op te merken dat zijn aanwezigheid de taal had verrijkt met een nieuwe uitdrukking: ‘Al cost ghij praten als Brugman …’ (“Zelfs als je kon spreken als Brugman…”). Nog veel later, in de zeventiende eeuw, dook de uitdrukking ‘je kunt praten als Brugman, maar …’ op bij Samuel Coster en Jan Jansz. Starter. Het betekent: een eloquent pleidooi houden zonder daarmee het gewenste resultaat te behalen.
In Groningen ontstond naar aanleiding van zijn bedelen – hij was immers een mendicant oftewel lid van een bedelorde – een ander gezegde: ‘Brugman zoekt zielen en ik zoek geld.’ Daarmee wordt een contrast aangegeven tussen het nastreven van idealen en de alledaagse strijd om het bestaan; Brugman hoefde niet zelf met economische activiteit zijn brood te verdienen, want hij hield zich bezig met zielzorg en niet met geldelijk gewin; maar gewone mensen moeten werken voor hun centen.
Brugman was een vriend van Dionysius de Kartuizer, die op zijn aanraden De doctrina et regulis vitae Christianæ schreef en aan Brugman opdroeg.
Hij steunde de stichting van de Zusters en de Broeders des Gemeenen Levens, een in Deventer ontstane spirituele gemeenschap gericht op de navolging van Jezus Christus in het leven van alledag. Brugman correspondeerde met de stichter en leider, de diaken Geert Grote, en met diens opvolger, de priester Florens Radewijns. Twee brieven van Brugman aan hen zijn bewaard gebleven. Daarin bemoedigt hij hen in hun beproevingen.
Als auteur heeft Brugman diverse werken op zijn naam staan, waaronder een hagiografie van Liduina van Schiedam (Vita alme virginis Lijdwine), enkele traktaten over franciscaanse spiritualiteit en geestelijke liederen.
Johannes Brugman stierf op 19 september of oktober 1473 in Nijmegen. Zijn naam is opgenomen in het Martyrologium Minoritico-Belgicum, een boek waarin de levens van illustere minderbroeders uit de Lage Landen staan beschreven.