Een credens of credenstafel is een tafel waarop bij liturgievieringen of staatsceremonies belangrijke voorwerpen worden geplaatst voordat ze in de plechtigheid worden gebruikt.

In de katholieke eredienst vervult de credens zijn functie in de eucharistieviering. Voordat de Heilige Mis begint heeft de koster op de met een wit linnen kleed bedekte credens de kelk, het corporale, de pateen met grote hostie, eventueel een ciborie of schaal met hosties, de ampullen met wijn en water, en de waterkan met bekken en handdoek neergezet.

Het woord ‘credens’ komt van het Italiaanse credenza (‘geloof’, ‘voorproeven van spijzen’), van het Latijnse credere, credens (= ‘gelovend’). De Italiaanse uitdrukking fare la credenza betekende oorspronkelijk ‘de geloofwaardigheid testen’; hier wordt bedoeld het voorproeven van de spijzen voor de vorst waardoor zou blijken dat die niet vergiftigd waren. Een credens was dus oorspronkelijk een proeftafel aan het hof.

Bij kroningen of koninklijke inhuldigingen wordt ook een credens gebruikt. Daarop liggen voorafgaande aan het hoogtepunt van de plechtigheid de kroon en andere regalia zoals de scepter en de rijksappel.

In katholieke kerken stond vroeger de credens meestal tegen de muur aan de epistelzijde (zuidzijde) van het priesterkoor. In oude godshuizen diende een nis soms als credens.

Het liturgisch vaatwerk met daarin de eucharistische gaven van brood en wijn worden door acolieten vanaf de credens naar de priester of diaken aan het altaar gebracht. Na de communie wordt het vaatwerk door de priester aan het altaar gepurificeerd, behalve als er een diaken of door een bisschop aangestelde acoliet dienst heeft, want die purificeert het vaatwerk aan de credens.

De credenstafel tijdens de inhuldiging van koning Willem-Alexander in de Nieuwe Kerk van Amsterdam op 30 april 2013.