De Doornenkroon is een van de Passierelieken, de voorwerpen die voorkomen in de Lijdensverhalen van de Evangeliën: Romeinse legionairs dreven de spot met de terechtstaande Jezus, omdat Die Zich zou hebben voorgedaan als de Koning der Judeeërs. Zij drukten een krans gemaakt van doornentakken op zijn hoofd.
Van de Doornenkroon is sprake in de Evangeliën van Marcus (15,17), Mattheüs (27,29) en Johannes (19,2). Daarna wordt de relikwie voor het eerst in de 5de eeuw genoemd door pelgrims uit Jeruzalem. In de 10de eeuw werd het heilige object overgebracht naar Constantinopel. Daar werd het in 1239 door koning Lodewijk IX van Frankrijk (Sint-Lodewijk) gekocht voor 135.000 livres, bijna de helft van de jaarlijkse staatsuitgaven van het toenmalige Franse koninkrijk.
In de Johannespassie (Joh. 18,1 – 19,42) wordt Jezus door Pilatus ondervraagd. Op de vraag of Hij de koning der Judeeërs is, antwoordt Jezus dat zijn koningschap niet van deze wereld is. Na de ondervraging laat Pilatus Hem geselen door soldaten. Die vlechten een kroon van doorntakken, zetten Hem die op het hoofd en werpen Hem een purperen mantel om. Daarop zeggen ze spottend tegen Hem: ‘Gegroet, koning der Judeeërs!’” Vervolgens slaan ze Hem in het gezicht. Daarna ondervraagt Pilatus Jezus opnieuw, omdat de Judeeërs van hem blijven eisen dat hij Jezus laat kruisigen. Als de hogepriesters Pilatus ervan verzekeren dat zij geen andere koning hebben dan de keizer van Rome, levert hij Jezus uit om de kruisdood te ondergaan.
Aanvankelijk werd de reliek bewaard in de speciaal voor de Doornenkroon gebouwde Sainte-Chapelle, maar in 1806 werd het cultusobject overgebracht naar de schatkamer van de Notre-Dame, waar hij bleef tot de grote brand op 15 april 2019. Het was de aalmoezenier van het Parijse brandweerkorps die de Doornenkroon uit de vuurzee redde. Daarna werd de relikwie in het Louvre Museum bewaard. Daar kreeg het een nieuwe reliekhouder. Op 13 december 2024 keerde de Doornenkroon, gelegd in een ronde kristallen en gouden koker, terug in de herbouwde kathedraal van Parijs. Met veel ceremonieel werd de Passiereliek onder toezicht van aartsbisschop Laurent Ulrich van Parijs geplaatst in een speciale schrijn, ontworpen door de Franse kunstenaar Sylvain Dubuisson. Vanaf 10 januari 2025 werd de Heilige Doornenkroon (Sainte Couronne) zal tentoongesteld aan het publiek.
Naast La Sainte Couronne bestaat er een groot aantal vermeende doornen van de krans. Vele worden er in Italië bewaard, met name op Sicilië, zoals in de kathedraal van Monreale, de kathedraal van Cefalù en in de Sint-Michielskerk Sciacca. Een andere vermeende Christusdoorn ligt in de Sint-Nicolaasbasiliek in Bari. Een andere, Sacra Spina genoemd, rust in Andria (Apulië) en zou op Goede Vrijdag eveneens bloeden of bloeien, net als de Sacra Spina die wordt bewaard in de parochiekerk van San Giovanni Bianco, gemeente Bergamo.
Ook Amsterdam heeft een vermeende Christusdoorn; die wordt sinds 2025 – samen met een vermeende splinter van het Ware Kruis – bewaard in een schrijn in de Co-Kathedrale Basiliek van de Heilige Nicolaas.