Wim Eijk is medicus, medisch ethicus, moraalfilosoof en moraaltheoloog. Hij nam op 26 januari 2009 de rooms-katholieke zetel van Utrecht in bezit. Als metropoliet van Utrecht is hij de voornaamste geestelijke van de Nederlandse kerkprovincie; toch was hij slechts één termijn (2011-2016) voorzitter van de Nederlandse Bisschoppenconferentie. Hij behoort tot de meest conservatieve factie van het Kardinalencollege.
Hoewel hij als aartsbisschop van Utrecht de primaat van Nederland is, toont Eijk zich zelden een nationale figuur. De kardinaal mijdt zo veel mogelijk optredens in tv-talkshows van de Nederlandse media. Interviews geeft hij zelden, omdat zijn uitspraken nogal eens tot controverses leiden. In februari 2013 zei hij in dagblad Trouw dat hij in plaats van via de media liever persoonlijk met mensen wilde communiceren. Ook vindt hij dat de bisschoppen zich in dit tijdsgewricht terughoudend moeten opstellen, omdat ze in de beklaagdenbank zitten na de vele berichten over seksueel misbruik. Al Eijk zich al laat interviewen, dan bij voorkeur door buitenlandse conservatief katholieke media. Zo uitte hij tegenover de Amerikaanse site The Catholic Register felle kritiek op paus Franciscus omdat die in zijn ogen “naliet duidelijkheid te geven over de koers en de leer van de Rooms-Katholieke Kerk”.
Toen hij vijf jaar aartsbisschop van Utrecht was, noemde hij het seksueel misbruikschandaal een absoluut dieptepunt van zijn loopbaan. Onder zijn leiding besloten de Nederlandse bisschoppen en religieuze oversten in 2010 dat er onafhankelijk onderzoek naar pedoseksualiteit in de kerk moest worden verricht. Zij gaven CDA-politicus en oud-bestuurder Wim Deetman de opdracht een wetenschappelijk onderzoekscommissie te formeren. Haar rapport werd op 16 december 2011 gepresenteerd. “Als katholieke kerk hebben we het boetekleed aangedaan. Samen met de religieuzen hebben we gezegd dat we hier een goed antwoord op moeten vinden. We hebben zo goed als mogelijk de aanbevelingen van de commissie-Deetman uitgevoerd”, zei Eijk in 2014 tegenover Trouw.
Jeugd en opleiding
Willem Jacobus Eijk werd op 22 juni 1953 geboren in Duivendrecht. Zijn vader was doopsgezind en zijn moeder was katholiek. Hij kreeg een katholieke opvoeding; tijdens de voorbereiding op de Eerste Communie werd hij tijdens de vurige catechese van zijn onderwijzeres gegrepen door het geloof in Christus. Toen hij zeventien was, overleed zijn moeder na een langdurige ziekte. Na zijn eindexamen aan het Sint-Nicolaaslyceum in Amsterdam ging hij medicijnen studeren aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1978 het artsendiploma behaalde.
In 1979 begon Eijk als seminarist aan het Grootseminarie Rolduc in Kerkrade. Naast zijn priesteropleiding studeerde hij medische ethiek aan de Universiteit Leiden. Op 15 september 1984 werd hij door bisschop Jo Gijsen tot diaken gewijd, waarmee hij geestelijke werd van het bisdom Roermond. Op 1 juni 1985 ontving hij uit handen van Gijsen de priesterwijding, waarna hij werd benoemd tot kapelaan in Blerick, een stadsdeel van Venlo.
Eijk promoveerde in 1979 in Leiden tot doctor in de geneeskunde op een proefschrift over euthanasie. Inmiddels was hij door zijn bisschop naar Rome gestuurd om er verder te studeren. Aan de Pontificale Universiteit Sint-Thomas van Aquino (het Angelicum) behaalde hij een licentiaat in de filosofie, in 1989 gevolgd door een doctoraat, ditmaal op een proefschrift over genetische manipulatie. In 1990 behaalde hij ook nog een licentiaat in de theologie aan de Pontificale Lateraanse Universiteit.
Kerkelijke loopbaan
Van 1990 tot 1994 doceerde Eijk moraaltheologie aan Grootseminarie Rolduc en aan het Sint-Janscentrum, de priesteropleiding van het bisdom ‘s-Hertogenbosch. Later werd hij aangesteld als hoogleraar aan het pontificaal instituut Mater Ecclesiae Domesticae (MEDO) in Kerkrade. Van 1996 tot 1999 doceerde hij moraaltheologie aan de theologische faculteit van Lugano, Zwitserland. Van 1997 tot 2002 was hij lid van de Internationale Theologencommissie, verbonden met de Congregatie voor de Geloofsleer.
Paus Johannes Paulus II benoemd hem op 17 juli 1999 tot bisschop van Groningen. Dat leidde in Nederland tot protest van onder meer het COC en de Acht-Mei-Beweging. Historicus Ton van Schaik beweerde dat Eijk “onpastoraal en onbarmhartig” was in diens opvattingen over seksualiteit. “Dit zijn denkbeelden uit de jaren dertig, relicten uit een afgesloten verleden”, zei Van Schaik tegenover NRC Handelsblad. Hij had in collegedictaten moraaltheologie van Eijk passages aangetroffen waarin stond dat homoseksuelen niet in staat zouden zijn tot echtelijke liefde en slechts aan “wederzijdse zelfbevrediging” zouden doen.
De bisschop-elect liet in zijn bisschopswapen een afbeelding zetten van Mozes’ staf met een slang eromheen gewikkeld: symbool van de overwinning op het kwaad en voorafbeelding van Christus aan het kruis; tevens is dit de esculaap, een oud-Grieks teken dat verwijst naar de geneeskunst. Als motto koos Eijk voor Noli recusare laborem (‘Weiger het werk niet’), een uitspraak van Sint-Martinus van Tours, de patroon van het Noord-Nederlandse diocees. Op 6 november 1999 jaar werd hij in Groningen door onder anderen kardinaal Adrianus Simonis tot bisschop gewijd.
Begin 2001 werd Eijk tijdens een retraite in een klooster in Duitsland getroffen door een hersenstaminfarct. De bisschop werd behandeld in een Duits katholiek ziekenhuis. Daarna begon zijn pijnlijke revalidatie, wat inhield dat hij opnieuw moest leren spreken en lopen. Lange tijd zou hij dus niet in staat zijn het bisdom Groningen zelf te besturen; dat werd gedelegeerd aan zijn vicarissen. Nog tot 2020 zou Eijk ten gevolge van het infarct last blijven houden van aangezichtspijn; na een succesvolle behandeling in het buitenland, verklaarde hij: “Over deze aangezichtspijn heb ik naar buiten toe nooit mededelingen gedaan, omdat ik wilde voorkomen dat mensen me daarom zouden ontzien en ervoor zouden terugschrikken om een beroep op me te doen. Bovendien wilde ik geen medelijden wekken en niet anderen lastigvallen met mijn gezondheidsproblemen.”
Op 11 december 2007 benoemde paus Benedictus XVI hem tot metropoliet-aartsbisschop van Utrecht. Hij nam daarop zijn intrek in het aartsbisschoppelijk paleis aan de Maliebaan in Utrecht. Op 26 januari 2008 werd hij geïnstalleerd in de Sint-Catharinakathedraal. Daarmee was hij aangetreden als 70ste opvolger van Sint-Willibrord (658-739), een titel die ook geclaimd wordt door de oud-katholieke aartsbisschop van Utrecht. Benedictus XVI overhandigde op 29 juni 2008 aan Eijk in het Vaticaan het pallium, een wollen schouderband die de verbondenheid van metropolieten met de Apostolische Stoel van Rome symboliseert.
Bij zijn aantreden als aartsbisschop van Utrecht maakte hij duidelijk dat het slecht gesteld was met de financiële huishouding van het aartsbisdom. Hij beloofde het kerkvolk deze weer gezond te maken. Daarbij gaf hij ook aan dat het aartsdiocees toe was aan een herstructurering. Vanwege het fors teruglopende kerkbezoek besloot hij het aantal parochies drastisch te reduceren. Dat riep nogal wat weerstand van plaatselijke geloofsgemeenschappen op. Verbolgenheid was er ook toen hij de bisdomstaf besloot te vervangen. Zo zette hij Simonis’ vicaris-generaal Piet Rentinck (68) opzij en ontsloeg hij de diocesane perschef Louk Sinselmeijer. Nieuwe belangrijke man in de aartsdiocesane curie werd Eijks vertrouweling Hans Zuijdwijk. Later kreeg hij ook twee nieuwe hulpbisschoppen: Herman Woorts en Ted Hoogenboom.
Kardinaal
In het consistorie van 18 februari 2012 werden Eijk en 21 andere geestelijken door paus Benedictus XVI tot het kardinalaat verheven. Eijk werd daarbij benoemd tot kardinaal-priester van San Callisto. Terwijl veel kardinalen een warme band onderhouden met de geloofsgemeenschap van hun titelkerk, is dat bij Eijk niet het geval. Zijn kardinaalswapen was lange tijd niet eens aan de façade van de kerk bevestigd. De San Callisto, gelegen in een uitgangsgebied in Trastevere, is een van de slechtst onderhouden kerkgebouwen van de Eeuwige Stad.
Kardinaal Eijk is lid van diverse departementen van de Romeinse Curie, zoals de Congregatie voor de Clerus, de Congregatie voor Katholiek Onderwijs en de Pauselijke Raad voor de Leken. Ook is hij lid van de Pontificale Academie voor het Leven (2004-2022). In maart 2013 was hij een van de kieskardinalen die deelnamen aan het conclaaf waar Jorge Bergoglio als winnaar uit de bus zou komen. Of Eijk ook op de Argentijnse jezuïet had gestemd, is onbekend.
In 2015 werd Eijk gekozen om de Nederlandse Bisschoppenconferentie in oktober van dat jaar Rome te vertegenwoordigen op de Veertiende Algemene Gewone Assemblee van de Bisschoppensynode. Voorafgaand aan deze zogenoemde ‘Gezinssynode’ publiceerde hij in het boek Eleven Cardinals speak (Ignatius Press) een essay. Daarin stelde hij dat paren die burgerlijk hertrouwen zonder nietigverklaring van eerdere kerkelijke huwelijken “een vorm van gestructureerd en geïnstitutionaliseerd overspel” plegen. Na de synode werd Eijk een criticus van de postsynodale apostolische exhortatie Amoris laetitia van paus Franciscus. In 2018 zei hij dat het document “twijfel had gezaaid”; ook gaf hij aan dat Franciscus duidelijker moest stellen dat het huwelijk “één en onverbrekelijk” is en dat een katholiek die na een scheiding hertrouwt, de communie moet worden ontzegd.
Utrecht
Eijk beweerde in september 2018 tegenover dagblad De Gelderlander dat in het aartsdiocees Utrecht over tien jaar nog maar maximaal vijftien kerkgebouwen ter wille van de eredienst open zullen zijn. Steeds meer parochies gaan volgens hem failliet en zullen daarom moeten fuseren met andere parochies. “De kerk wordt niet gesloten door mensen die nog komen of door mij, maar door degenen die wegblijven en niet meer bijdragen”, zei hij.
In maart 2019 bepaalde Eijk dat de Utrechtse Sint-Catharinakathedraal voor de eredienst bewaard zou blijven. Daarmee kwam hij tegemoet aan de bezwaren van veel katholieken tegen het plan van het parochiebestuur. Dat had het gebouw willen verkopen omdat het beheer en het onderhoud ervan te duur zouden zijn. Het plan was om de kerk voor 1 euro over te dragen aan het belendende Museum Catharijneconvent. De parochianen zouden verhuizen naar de Sint-Augustinuskerk, waarnaartoe ook de cathedra zou worden verplaatst.
Begin juni 2021 nam hij om gezondheidsredenen een time-out van drie maanden. De toen 67-jarige Eijk lag rond Pinksteren een tiental dagen wegens hoge koorts in het ziekenhuis. “Dat heeft op hem een grote fysieke impact gehad”, liet het aartsbisdom Utrecht weten. Na zijn herstel ging hij weer aan het werk.
De kardinaal bleef er steeds op hameren dat de eucharistie volgens Vaticanum II “de oorsprong en het hoogtepunt van het kerkelijk leven” is. Deze viering is onvervangbaar en komt alleen tot stand als een priester daarin voorgaat. In Eijks beleidsplan voor het aartsbisdom van oktober 2022 stond dat er daarom korte metten moest worden gemaakt met de verschillende soorten vieringen waarin de voorganger geen priester was. De parochies kregen van de aartsbisschop tot 2028 de tijd om een einde aan de wildgroei van niet-eucharistische vieringen te maken. Vanaf dat jaar zou in het aartsdiocees op zondagen alleen nog een Heilige Mis zijn toegestaan. Mocht de pastoor verhinderd zijn, dan was Eijk zelf bereid deze te vervangen, zo verklaarde hij. De aartsbisschop maakte een uitzondering voor zorginstellingen en mensen die wegens leeftijd of ziekte aan huis gebonden zijn: die mogen wel bediend worden door een ongewijde persoon.
Tweede conclaaf
Kardinaal Eijk nam volgend op het overlijden van paus Franciscus op 21 april 2025 als enige Nederlander deel aan het preconclaaf en het conclaaf. De kardinaal-electoren kozen uit hun midden de Amerikaan Robert Prevost tot bisschop van Rome. In een kort daarna belegde persconferentie in de Friezenkerk noemde Eijk de nieuwe paus “een man van het herstel van de eenheid.” Verder stelde hij “geen grote veranderingen” te verwachten van Leo XIV. De aartsbisschop van Utrecht zei dat de nieuwe paus wel op een aantal terreinen veel kan betekenen: “Bijvoorbeeld ten aanzien van de bio-ethiek, de zaken die de huwelijksmoraal betreffen, de seksuele moraal, ook de sociale moraal. Dat zijn zaken waarover onenigheid bestaat in de Kerk, dat kunnen we gewoon niet ontkennen.”