Een kwispel is een liturgisch voorwerp dat door geestelijken wordt gebruikt om de gelovigen of voorwerpen met wijwater te besprenkelen.

Het Nederlandse woord ‘kwispel’ betekent ‘kwast’ en ‘bundel haar of draad’. Het komt van het Middelnederduitse woord quispel (= ‘kwast’ en ‘tak van loof’), dat verwant is aan het Latijnse vespix (= ‘dicht struikgewas’) en het Oudindische guṣpitá (‘dooreengestrengeld’).

De Latijnse naam voor ‘kwispel’ of ‘wijwaterskwast’ is aspergillum, van het Latijnse aspergere (= ‘besprenkelen’). Veel kwispels zien eruit als een borstel aan een metalen of houten steel. Deze kwast wordt gedoopt in een met wijwater gevulde metalen emmer (aspersorium), die door een misdienaar wordt vastgehouden.

Naast een kwispel wordt er ook een ander soort aspergillum gebruikt: de aspergil, een metalen voorwerp bestaande uit een steel die uitloopt in een bol met gaten. In sommige landen gebruiken voorgangers looftakken.

Wijwaterbesprenkeling komt onder meer voor voor tijdens de boeteritus van de Heilige Mis, bij de zegening van de ringen tijdens een huwelijksviering en bij het uitvaartritueel ‘laatste aanbeveling ten afscheid’ ter herinnering aan het doopsel.