De attributen van het Lijden des Heren zijn in de christelijke iconografie de objecten die verband houden met de mishandeling, bespotting, vernedering en kruisiging van Jezus Christus.

Heiligen worden dikwijls afgebeeld met symbolen die iets zeggen over hun leven of over de wijze waarop zij zijn gestorven. Zo draagt de figuur van de apostel Paulus vaak een zwaard in zijn hand, verwijzend naar zijn marteldood: onthoofding door het zwaard. Deze symbolen worden attributen genoemd. De Lijdensattributen hebben alleen betrekking op Jezus. Het zijn de kunstzinnige verwijzingen naar onder meer de objecten die de Romeinse soldaten gebruikten om Jezus te folteren en te doden. Ze worden ook Arma Christi (‘Wapens van Christus’) of Instrumenta Passionis (‘Werktuigen der Passie’) genoemd. 

Verschillende kerkvaders, onder wie de heilige Ambrosius en de heilige Gregorius van Tours, vermelden dat nadat de overleden Jezus van het kruis was gehaald veel van de Passierelieken (oftewel de Werktuigen van de Passie) op Golgotha werden begraven en ongeveer driehonderd jaar later werden teruggevonden door de heilige Helena, de moeder van keizer Constantijn de Grote, die daartoe het gebied van Golgotha liet afgraven. Sindsdien was alles wat met Jezus’ kruisdood had te maken, vererenswaardig en daarom buiten gewoon kostbaar. De Passierelieken spraken zeer tot de verbeelding. Vanaf de negende eeuw gingen steeds meer kunstenaars ze afbeelden, bijvoorbeeld in het Utrechts Psalter (830). Nog eerder komen afzonderlijke Arma Christi voor in vroegchristelijke en Byzantijnse kunst. Zo worden de lans en de spons al in een 6e-eeuws mozaïek uit Ravenna afgebeeld naast Christus als tekenen van zijn overwinning. Dat is echter nog geen volledige Arma Christi-voorstelling in de latere middeleeuwse betekenis.

Hieronder de lijst van de vaakst voorkomende Lijdensattributen:

  • de geselkolom: zuil waar Jezus aan werd vastgebonden toen hij gegeseld werd;
  • de gesel waarmee Hij werd geslagen;
  • de doornenkroon die Hem na geseling werd opgezet om Hem te bespotten als koning der Joden;
  • de rode mantel die Hem bij de bespotting om werd gedaan;
  • de rietstok die Hem in de hand werd gedrukt als ware het een scepter;
  • de doek die volgens een legende door een vrouw genaamd Veronica werd gebruikt om het bloed van Jezus’ gezicht te vegen;
  • de spijkers waarmee Hij werd gekruisigd;
  • de gebruikte hamer(s);
  • het kruis waaraan Hij werd vastgenageld;
  • de dobbelstenen die werden gebruikt door de soldaten die dobbelden om Jezus’ gewaad;
  • het bord dat boven aan het kruis werd gehangen en waarop Pontius Pilatus in het Latijn, Grieks en Hebreeuws had laten schrijven: ‘Dit is Jezus, de koning der Joden;
  • de met azijn doordrenkte spons die Hem met een stok werd aangeboden om te drinken;
  • het vat met de azijn;
  • de lans waarmee een soldaat Jezus' zijde doorstak om zich van zijn dood te vergewissen;
  • de nijptang waarmee het dode lichaam van Jezus werd losgemaakt van het kruis.

Minder vaak voorkomende Lijdensattributen:

  • de Heilige Kelk (Heilige Graal), de kelk of beker die Jezus gebruikte tijdens het Laatste Avondmaal, waarvan sommige overleveringen zeggen dat Jozef van Arimathea daarmee het Kostbaar Bloed van Jezus aan het kruis zou hebben opgevangen;
  • de geldbuidel met de dertig zilverlingen die Judas kreeg voor zijn verraad;
  • de haan die kraaide nadat Petrus de Heer driemaal had verloochend;
  • het zwaard waarmee Petrus het oor van een dienaar van de hogepriester afsneed;
  • het afgesneden oor;
  • de ketenen die Jezus droeg na zijn arrestatie;
  • de handen van Pontius Pilatus die ze wast in onschuld;
  • de touwen die werden gebruikt om het kruis op te richten;
  • de maan die de zon tijdens de kruisiging verduisterde;
  • de Heilige Lijkwade;
  • het vat met mirre dat de vrouwen naar het Heilig Graf droegen om het lichaam van Christus te zalven.

Beroemde voorbeelden van kunstwerken met de Lijdensattributen:

  • het paneel De Man van Smarten (15de eeuw), toegeschreven aan Jheronimus Bosch;
  • het fresco Het Laatste Oordeel van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan (1534-1541);
  • het schilderij De triomf van het Christuskind van Ambrosius Francken I, 1605–1610;
  • de tien engelenbeelden met elk een of twee van de objecten op de Ponte Sant’Angelo in Rome, gemaakt door Gian Lorenzo Bernini en diens leerlingen (1667-1670).