De Passierelieken zijn de objecten die direct verband houden met de Passie oftewel het lijden en de dood van Jezus Christus. Volgens een christelijke legende zouden veel van deze voorwerpen zijn gevonden door de Romeinse keizerin-moeder Helena tijdens haar verblijf als pelgrim in het Heilig Land (326-328).  

Vanaf de vierde werden relieken niet alleen vereerd en verzameld, maar ook verspreid in de christelijke wereld. Dat gold in het bijzonder voor het belangrijkste Passiereliek: het Ware Kruis. Al in de vierde eeuw werd spottend opgemerkt dat er zoveel vermeende fragmenten daarvan circuleerden dat men er een compleet schip van zou kunnen bouwen.

De verering van andere Passierelieken kwam later op gang, vooral in de Karolingische periode. In deze tijd kregen dergelijke relieken meer bekendheid doordat vorsten en keizers ze actief begonnen te verzamelen. De kruistochten, met name de inname van Constantinopel in 1204, zorgden vervolgens voor een sterke toename van het aantal vermeende Passierelieken in Europa, zoals de drie spijkers, de hamer, de ladder en de dobbelstenen. Andere relieken uit de Passieverhalen in de Evangeliën kregen pas betekenis ten gevolge van de groeiende devotie tot Christus als Man van Smarten, die zich vanaf de veertiende eeuw verder ontwikkelde.

Hoewel de oorsprong van veel van deze relieken onzeker was en soms aanleiding gaf tot twijfel of fraude, groeiden zij uit tot enkele van de meest waardevolle en vereerde objecten van de middeleeuwen. Rome vormde een belangrijk centrum voor deze reliekencultus, met Passierelieken verspreid over verschillende kerken. De voornaamste verzamelingen bevonden zich sinds de vierde eeuw in de basiliek Santa Croce in Gerusalemme en in het Sancta Sanctorum, het private oratorium van de paus bovenaan de Heilige Trap vlak bij de Aartsbasiliek van Lateranen.

De primaire Passierelieken bestonden uit voorwerpen die verbonden waren met de bespotting en de kruisiging van Jezus: de doornenkroon, het kruis, de spijkers en het opschrift INRI (titulus crucis). De verering van deze objecten bood gelovigen een manier om zich sterker met Christus’ lijden te identificeren om daardoor beter de verlossing van zonde, kwaad en dood te ervaren. Vanaf de tiende eeuw groeide de behoefte om de gebeurtenissen van de Passie die in de Bijbel worden beschreven in de actuele wereld bevestigd te zien. De Passierelieken gaven die bevestiging, want zij maakten het heilige relaas over de Passie letterlijk zichtbaar en tastbaar. 

In het 326 ging Sint-Helena, de moeder van keizer Constantijn de Grote, op bedevaart naar Palestina. Bisschop Eusebius van Caesarea (gestorven in 339) legde de details van haar pelgrimstocht schriftelijk vast. De Byzantijnse geschiedschrijver Socrates Scholasticus (5de eeuw) bouwde voort op Eusebius’ relaas. Op basis van hun teksten ontstond de legende van Helena’s wedervinding van het Ware Kruis. Over de vondst van andere Passierelieken, zoals de spijkers van de kruisiging, de doornenkroon en de lans van Longinus bestaan eveneens overleveringen die hun ontdekking aan Helena toeschrijven. Die verhalen zijn echter meestal van latere datum en worden door moderne geschiedkundigen historisch onbetrouwbaar geacht.

Van de drie spijkers die Helena zou hebben teruggevonden, zou er één worden bewaard in de basiliek Santa Croce in Gerusalemme in Rome en een andere in de Dom van Milaan; de derde is volgens de overlevering verwerkt in de IJzeren Kroon in Monza, gebruikt voor de kroning van de koningen van Italië. 

Overzicht van de voornaamste Passierelieken:

  • Het Ware Kruis, dat in Jeruzalem werd bewaard, kende wisselende lotgevallen totdat wat ervan overbleef in 1187 tijdens de kruistochten verloren ging, maar er zijn verschillende fragmenten overgebleven die in de loop der eeuwen aan Europese koninkrijken waren geschonken. De belangrijkste delen bevinden zich in de basiliek van Santa Croce in Gerusalemme in Rome, terwijl talloze fragmenten en splinters over de hele wereld verspreid zijn. Een daarvan zou bewaard worden in een schrijn in de Co-Kathedrale Basiliek van Sint-Nicolaas in Amsterdam. 
  • De Doornenkroon, bewaard in de Onze-Lieve-Vrouwkathedraal van Parijs.
  • De Heilige Trap (Scala Sancta) is een trap met 28 treden van wit marmer, gelegen in een gebouw op extraterritoriaal terrein van de Heilige Stoel in Rome, Italië. Het zouden de treden van de trap zijn die leidde naar het praetorium van Pontius Pilatus in Jeruzalem, waar Jezus overheen liep op weg naar zijn strafproces; de treden zouden door Sint Helena naar Rome zijn gebracht.
  • De Lans van Longinus, mogelijk bewaard in Wenen en een deel daarvan in de Sint-Pietersbasiliek in het Vaticaan. 
  • Het Touw van Christus, gebruikt als handboeien bij zijn arrestatie in Gethsemane.
  • De Heilige Spijkers, gebruikt om Jezus aan het kruis vast te nagelen.
  • De Titulus Crucis, het houten bord, bevestigd bovenaan het kruis, met de inscriptie ‘Jezus, koning der Judeeërs’. 
  • De Heilige Tuniek, waarover de Romeinse soldaten het lot wierpen.
  • De Heilige Spons, doordrenkt met azijn, met een rietstok naar de mond van de aan het kruis stervende Jezus gebracht.