De rozenkrans is de naam van een gebed dat gebaseerd is op 150 weesgegroeten; de naam 'rozenkrans' wordt ook gebruikt voor het gebedssnoer dat bij het gebed gebruikt wordt.

'Psalter van Maria'

In de vroege middeleeuwen raakte in kloosters het bidden van alle 150 psalmen uit de Bijbel in zwang. De Psalmen werden in een voor Gebed geschikte vorm verzameld in een apart boek, het zogenaamde 'psalter' of 'psalterium'. Voor gewone gelovigen raakten varianten op het psalmgebed van de kloosterlingen in zwang. Zo ontstond een soort 'volkspsalter'. In plaats van de 150 psalmen werden in de volkspsalters 150 vaste gebedsformules herhaald. Aanvankelijk domineerde daarbij het Onze Vader, maar omstreeks de 14e eeuw werd in het Westen het Weesgegroet het dominante gebed. Het volkspsalter was voortaan een 'Psalter van Maria'.

Rozenkransgebed

Het werd al snel gebruik om in het Psalter van Maria de reeks van 150 Weesgegroeten op vaste plaatsen te onderbreken voor in totaal vijftien Onze Vaders en het overwegen van vaststaande geloofsgeheimen. Daarmee was het rozenkransgebed zoals we dat nu nog kennen een feit.

Bekransing met een snoer van rozen

In de sterke Mariadevotie van de late Middeleeuwen werd het rozenkransgebed al snel zeer populair. Allerlei legenden over het gebed ginge de ronde doen. Aan een daarvan ontleend het gebed zijn naam. Volgens de bewuste legende neemt Maria de Weesgegroeten uit de monden van haar dienaren aan, om ze als rozen aan een snoer te rijgen; met dit snoer bekranst ze zich vervolgens.

Bruid

Een rozenkrans was in de late middeleeuwen het symbool voor een bruid. De Kerk wordt in het Nieuwe Testament de 'bruid van Christus' genoemd. Maria is het zinnebeeld van de Kerk. Als zinnebeeld van de Kerk past het Maria om, als een bruid, een rozenkrans te dragen. Nu is duidelijk wat een schitterend beeld het is, als Maria in de legende van de door haar ontvangen Weesgegroetjes een snoer van rozen maakt: het gebed van de gelovigen siert Maria, en daarmee de Kerk, de bruid van Christus.

Gebedssnoer

Het rozenkransgebed wordt gebeden met een gebedssnoer. Dit snoer heet, net als het gebed, 'rozenkrans'. Het gebruik van een gebedssnoer heeft de rooms-katholieke traditie overigens gemeen met andere tradities, met name in het Oosten.

Tientjes

Het snoer van een rozenkrans is bezet met 5 groepen van elk 10 kleine kralen, de zogenaamde 'tientjes'. De tientjes worden van elkaar gescheiden door grote kralen, 5 in totaal. Op elke kleine kraal wordt een Weesgegroetje gebeden, op elke grote kraal een Onze Vader.

Volledig rozenkransgebed

In het complete rozenkransgebed komen alle kralen van het gebedssnoer ieder drie maal voorbij: zo komt de gelovige in zijn gebed op 3 x 5 x 10 = 150 Weesgegroetjes en 3 x 5 = 15 Onze Vaders.

Het rozenhoedje

Vaak wordt door de gelovige slechts een derde deel van rozenkrans gebeden, het zogenoemde 'rozenhoedje'. Voor de goede orde: de kralen van het snoer komen bij een rozenhoedje maar eenmaal voorbij, en het gebed bestaat dus uit slechts 50 Weesgegroetjes en 5 Onze Vaders. De naam 'rozenhoedje' is ontleend aan de afbeeldingen van Maria met de krans van rozen uit de legende: meestal wordt de krans als een 'hoed' van rozen weergegeven, door Maria bij wijze van kroon of onder een kroon gedragen.

Gebed verdeeld over meerdere dagen

Omdat in het rozenhoedje het gebedssnoer, heel overzichtelijk, een keer volledig wordt rondgebeden, is het zeer geschikt voor dagelijks gebed. Het is in de Kerk daarom een goed gebruik dat het volledige rozenkransgebed niet in een keer, maar verspreid over enkele dagen van de week wordt gebeden. Als iedere dag een rozenhoedje wordt gebeden, is in drie dagen een volledige rozenkrans afgerond.

Aanhangsel

Aan de oorspronkelijke rozenkrans van 150 kleine en 10 grote kralen is later een aanhangsel toegevoegd. Dit bestaat uit een Kruis, een grote en drie kleine kralen. Sinds de introductie van het aanhangsel wordt het bidden van de rozenkrans met het aanhangsel begonnen. Dat gaat als volgt. Na het slaan van een kruisje wordt op het kruis van het aanhangsel de geloofsbelijdenis en de lofprijzing van de drie-ene God gebeden, dan op de grote kraal het Onze Vader, en vervolgens op de drie kleine kralen drie maal het Weesgegroet, ter ere van Maria in haar relatie tot de drie Goddelijke personen van de Drie-eenheid.

Geloofsgeheimen

Bij de aanvang van ieder tientje overweegt de gelovige die de rozenkrans bidt een zogenoemd geloofsgeheim. Van oudsher zijn er Vijf Blijde Geheimen, Vijf Droevige Geheimen en Vijf Glorievolle Geheimen. Al deze geloofsgeheimen betreffen gebeurtenissen uit het leven van Jezus en Maria. Het volledige rozenkransgebed biedt ruimte om, in de driemaal herhaalde rondgang over de vijf grote kralen van het snoer, alle vijftien geheimen te overwegen. Paus Johannes Paulus II heeft hier in 2002 Vijf Geheimen van het Licht aan toegevoegd (zie verderop).

Ritme der Geheimen bij het rozenhoedje

In een rozenhoedje kan maar één soort geheimen overwogen worden. De gelovigen die dagelijks een rozenhoedje bidden, en zo iedere drie dagen een volledige rozenkrans afronden, hebben lange tijd een vast ritme gehanteerd, waarbij de Blijde Geheimen op maandag en donderdag gebeden werden, de Droevige Geheimen op dinsdag en vrijdag, en de Glorievolle Geheimen op woensdag, zaterdag en zondag.

Hardop of in stilte

Bij het bidden van de rozenkrans in het openbaar moeten de geheimen hardop uitgesproken worden. In persoonlijk gebed is het voldoende als de geheimen in stilte worden toegevoegd aan het luidop gezegde gebed.

Overwinning op de Turken

De Kerk kent al eeuwenlang een groot belang toe aan de rozenkrans. Het gebed is historisch gezien vooral bevorderd door Dominicanen en Kruisheren en door de jaren heen door verschillende pausen aangemoedigd. Het werd rijkelijk met aflaten beladen, vooral sinds paus Pius V (1566-1572) een beslissende militaire overwinning van christenen op de Turkse vloot (7 oktober 1571) toeschreef aan de kracht van het rozenkransgebed. Vandaar dat Pius het feest van Maria van de Rozenkrans instelde.

In onbruik

In Nederland is de rozenkrans na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) in progressieve kringen binnen de Kerk langzaam maar zeker in onbruik geraakt. Veel jongeren in de Kerk hebben het gebed daarom nog nooit gebeden.

Johannes Paulus II

Het is niet alleen in Nederland dat het bidden van de rozenkrans in onbruik dreigt te raken. Paus Johannes Paulus II vond dit zorgelijk. Hij wilde het gebed graag voor de Kerk behouden. Hij meende dat het bidden van de rozenkrans een krachtig wapen tegen oorlog en onrecht is, en promootte het gebed actief.

CD en boek

In 1998 gaf de paus persoonlijk een speciale 'Rozenkrans-CD' uit. De Pauselijke Raad voor Gerechtigheid en Vrede publiceerde in het voorjaar van 2003 een boek waarin wordt uitgelegd hoe het rozenkransgebed in elkaar steekt.

Jaar van de Rozenkrans

Johannes Paulus II stelde in het zicht van zijn 25-jarig pontificaat een speciaal 'Jaar van de Rozenkrans' in. De verjaardag van het Pontificaat van Johannes Paulus II werd ieder jaar op 16 oktober gevierd, en de 16e oktober 2003 was de gelegenheid van de 25e verjaardag. Daarom liep het Jaar van de Rozenkrans van 16 oktober 2002 tot en met 16 oktober 2003.

Geheimen van het Licht

Paus Johannes Paulus II voegde op 16 oktober 2002, bij het begin van het Jaar van de Rozenkrans, in de apostolische Brief Rosarium Virginis Mariae vijf zogenaamde Geheimen van het Licht toe aan de traditionele vijftien geheimen van het rozenkransgebed.

Tegenwoordige bidpraktijk op basis van 20 geheimen

Het is nog altijd gangbare praktijk dat het volledige rozenkransgebed verspreid over enkele dagen van de week wordt gebeden. Als iedere dag een rozenhoedje wordt gebeden, wordt dan iedere drie dagen een volledige rozenkrans afgerond. Voor het bidden van de geheimen geldt tegenwoordig een vast ritme, waarbij de Blijde Geheimen op maandag en zaterdag gebeden worden, de Droevige Geheimen op dinsdag en vrijdag, de Glorievolle Geheimen op woensdag en zondag en de Geheimen van het Licht op donderdag.

Handleiding tot het bidden van een rozenkrans:

I. Kruisteken

Het bidden van de rozenkrans begint met het maken van het kruisteken en de woorden:

"In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen."

II. Geloofsbelijdenis en lofprijzing

Dan volgen - op het kruis van het gebedssnoer -de geloofsbelijdenis en de lofprijzing van de drie-ene God:

"Ik geloof in God, de almachtige Vader,

Schepper van hemel en aarde.

En in Jezus Christus, zijn enig Zoon, onze Heer,

die ontvangen is van de Heilige Geest,

en geboren uit de maagd Maria,

die geleden heeft onder Pontius Pilatus,

is gekruisigd, gestorven en begraven,

die nedergedaald is ter helle,

de derde dag verrezen uit de doden,

die opgestegen is ten hemel,

zit aan de rechterhand van God,

de almachtige Vader,

vandaar zal Hij komen oordelen,

de levenden en de doden.

Ik geloof in de Heilige Geest,

de heilige katholieke Kerk,

de gemeenschap van de heiligen,

de vergiffenis van de zonden,

de verrijzenis van het lichaam,

en het eeuwig leven. Amen."

"Eer aan de Vader en de Zoon

en de Heilige Geest.

Zoals het was in het begin en nu en altijd

en in de eeuwen der eeuwen. Amen."

III. Onze Vader

Bij de eerste grote kraal die volgt na het kruis wordt het Onze Vader gebeden:

"Onze Vader, die in de hemel zijt,

uw naam worde geheiligd,

uw rijk kome,

uw wil geschiede

op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,

en breng ons niet in beproeving

maar verlos ons van het kwade."

IV. Drie maal Weesgegroet

Dan volgen drie kralen voor drie maal het Weesgegroet, ter ere van Maria in haar relatie tot de drie Goddelijke personen binnen de drie-eenheid:

'Dochter van God de Vader',

"Wees gegroet Maria

vol van genade.

De Heer is met u.

Gij zijt de gezegende onder de vrouwen

en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.

Heilige Maria,

Moeder van God,

Bid voor ons zondaars,

nu en in het uur van onze dood. Amen."

"Moeder van God de Zoon."

"Wees gegroet Maria ... enz."

"Bruid van God, de heilige Geest.

"Wees gegroet Maria ... enz."

V. Tientjes

Dan volgt nog de lofprijzing ("Eer aan de Vader ... enz.") waarna - op de volgende grote kraal - met het Onze Vader het bidden van de eigenlijke rozenkrans begint:

Op de kleine kralen wordt telkens een Weesgegroet gebeden. Een reeks van tien, een 'tientje', wordt besloten met de lofprijzing, gevolgd door het Onze Vader (grote kraal) als begin van het volgende tientje, enz.

VI. Slot

Het rozenkransgebed wordt gevolgd door het kruisteken en de woorden "In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen."

VII. Geheimen

Aan het luidop gezegde gebed dienen op de daarvoor bestemde plekken de hieronder genoemde geheimen toegevoegd te worden. Bij het bidden in het openbaar moeten de geheimen uitgesproken worden. Bij het persoonlijk gebed is het voldoende dat de gelovige aan het luidop gezegde gebed de overwegingen van de geheimen in stilte toevoegt.

Blijde Geheimen (maandag en zaterdag):

  • De engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria.
  • Maria bezoekt haar nicht Elisabet.
  • Jezus wordt geboren in een stal van Betlehem.
  • Jezus wordt in de tempel aan God opgedragen.
  • Jezus wordt in de tempel wedergevonden.

Droevige Geheimen (dinsdag en vrijdag):

  • Jezus bidt in doodsangst tot zijn hemelse Vader.
  • Jezus wordt gegeseld.
  • Jezus wordt met doornen gekroond.
  • Jezus draagt zijn kruis naar de berg van Calvarië.
  • Jezus sterft aan het kruis.

Glorievolle Geheimen (woensdag en zondag):

  • Jezus verrijst uit de doden.
  • Jezus stijgt op ten hemel.
  • De Heilige Geest daalt neer over de apostelen.
  • Maria wordt in de hemel opgenomen.
  • Maria wordt in de hemel gekroond.

Geheimen van het Licht (donderdag):

  • De doop van Jezus in de Jordaan.
  • De openbaring van Jezus op de bruiloft van Kana.
  • Jezus' aankondiging van het Rijk Gods.
  • De gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor.
  • Jezus stelt de eucharistie in tijdens het Laatste Avondmaal.