In het Nederlandstalige kerkelijke jargon wordt het woord ‘uitstelling’ gebruikt voor het tonen van heilige voorwerpen.
In de rooms-katholieke eredienst bestaat het gebruik om vererenswaardige voorwerpen die normaliter niet voor iedereen zichtbaar zijn, publiekelijk te tonen aan de gelovigen. Het Latijnse begrip voor dit vertonen heet: ostentio. Het daadwerkelijk plaatsen van een heilig voorwerp op een altaar heet expositio, wat in het Nederlands letterlijk wordt vertaald met ‘uitstelling’ en niet met ‘tentoonstelling’ of ‘uitstalling’ om elke vergelijking met respectievelijk een museale expositie of een commerciële display te vermijden.
De voornaamste vorm van ‘uitstelling’ heeft betrekking op de eucharistische aanbidding buiten de context van de viering van de Heilige Mis. In dat geval wordt een Hostie in een monstrans geplaatst en zodra deze op het altaar ter aanbidding wordt neergezet is er sprake van ‘Uitstelling van het Allerheiligste (Sacrament)’.
Naast het Allerheiligste worden er in kerken of kapellen ook relieken uitgesteld. Dat betekent dat delen van het stoffelijk overschot van heiligen ofwel voorwerpen die door Jezus of de heiligen zijn gebruikt, aan de gelovigen worden getoond. Recente voorbeelden van beroemde uitstellingen zijn het publiekelijk tonen van het geraamte van Sint-Franciscus in Assisi (22 februari – 22 maart 2026) en van de Heilige Tuniek van Jezus in Trier (2012).