De viering is de ruimte waar het middenschip en het dwarsschip in kerken met een plattegrond in de vorm van een kruis elkaar kruisen.

Het Nederlandse woord ‘viering’ is ontleend aan het Duitse Vierung, een vertaling van het Latijnse woord quadratura (= ‘vierkant’). Een viering van een kruiskerk is nagenoeg altijd vierkant.

Een synoniem van ‘viering’ is ‘kruising’. In het Engels, het Fries en in de Romaanse en Slavische talen gebruikt men altijd de term ‘kruising’: crossing (Engels), krusing (Fries), crociera (Italiaans), croisée du transept (Frans), crucero (Spaans), cruzeiro (Portugees), križni kvadrat (Sloveens), křížení (Tsjechisch), kríženie (Slowaaks), skrzyżowanie naw (Pools).

Kerken kregen geleidelijk een kruisvormige plattegrond vanaf de late oudheid, maar het werd pas echt een gangbaar ontwerp in de vroege middeleeuwen.

De eerste christelijke kerken van de vierde eeuw waren meestal eenvoudige basilieken: een langgerekte rechthoekige ruimte met een schip en een apsis. In de vijfde eeuw begon men bij sommige grote kerken een dwarsschip (transept) toe te voegen. Daardoor ontstond een plattegrond die de vorm van een Latijns kruis benaderde.

Vanaf de Karolingische periode (768-888) werd het transept steeds gebruikelijker in West-Europa. In de romaanse periode (ca. 1000–1200) werd de kruisvorm zelfs het standaardtype voor grotere abdij- en kathedraalkerken.

In georiënteerde (= op het oosten gerichte) kerkgebouwen, met name in romaanse en (neo)gotische stijl, wordt de viering gevormd door het schip aan de westzijde, de transepten in het noorden en zuiden en het voorste deel van het priesterkoor (presbyterium) aan de oostzijde.

Boven de viering bevindt zich soms een toren of een koepel. De dragers daarvan worden ‘vieringspijlers’ genoemd. Veel kathedralen hebben een vieringstoren, zoals de Dom van Mainz en de kathedraal Notre-Dame van Parijs.

In de kerkelijke architectuur van de renaissance raakten koepels boven de viering in zwang; het ultieme voorbeeld van een in de renaissance ontworpen koepel is die van de tweede Sint-Pietersbasiliek in Rome.

Aangezien de viering aan vier zijden open is, rust het gehele gewicht van de toren of koepel op de hoeken; een stabiele constructie vereiste dus veel vakmanschap van de bouwers.