In de katholieke viering van de eucharistie is de Voorbede het gebed van de gelovigen aan het einde van de Dienst van het Woord.

In het in 1969 door paus Paulus VI gepromulgeerde missaal van de vernieuwde Romeinse Ritus is het liturgisch principe van actieve participatie van de gelovigen aan de Heilige Mis verwerkelijkt. Een van de uitingen daarvan is de Voorbede.

’Voorbede’ is de Nederlandse naam voor wat in het Romeins Missaal Oratio fidelium (‘Gebed der gelovigen’) of Oratio universalis (‘Universeel gebed’) wordt genoemd. Gangbaar maar incorrect is ook ‘voorbeden’; aangezien de Voorbede onder meer een opsomming is van meerdere gebedsintenties, is het begrijpelijk dat parochiële liturgiegroepen in de veronderstelling verkeren een meervoudsvorm te kunnen gebruiken.

Het Gebed der Gelovigen (Voorbede) heeft een eigen plek in de eucharistieviering. Deze viering bestaat uit de volgende onderdelen: de Openingsritus, de Liturgie van het Woord, de Liturgie van de Eucharistie en de Slotritus. De Voorbede komt aan het einde van de Liturgie van het Woord, om precies te zijn tussen de Geloofsbelijdenis en de Offerande in.

De Voorbede start met een gebedsoproep door de priester die hoofdcelebrant is, gevolgd door een aantal specifieke gebedsintenties. Deze worden voorgedragen door de diaken, de lector of een andere geschikte bedienaar.

De Voorbede is bij uitstek de gelegenheid om de zorgen van het Volk Gods aan de hemelse Vader voor te leggen. Doorgaans hebben de intenties betrekking op vier aandachtsvelden: 1) de noden van de Kerk; 2) het heil van heel de wereld; 3) het heil van groepen of individuen die onder specifiek leed gebukt gaan; 4) de plaatselijke gemeenschap, waaronder het zielenheil van overleden parochianen. Aan te bevelen is om de formuleringen te laten aansluiten bij de zojuist gehoorde Schriftlezingen.

Het is zeker niet de bedoeling dat degene die de intenties van de Voorbede uitspreekt, daarmee moralistische of politieke boodschappen uitdraagt of uit bewuste of onbewuste ijdelheid blijk wil geven van literair talent. Ook is het niet de bedoeling dat een intentie de vorm heeft van een lang gebed tot God; de celebrant is degene die zich als middelaar tot de Vader richt en niet de voordrager van de intenties. Die moeten eenvoudig en beknopt zijn verwoord; zij zijn de uitdrukking van de actuele en concrete zorgen van het gehele volk van Gods, verzameld in zowel de universele als de lokale kerk.

Elke afzonderlijke intentie eindigt met de gebruikelijke gebedsoproep (bijv. ‘Laat ons bidden’) en acclamatie (bijv. ‘Heer onze God, wij bidden u verhoor ons).

De Voorbede wordt geleid door de celebrant vanaf zijn zetel. De diaken of lekengelovige die de intenties voordraagt, doet dat vanaf de ambo of op een andere geschikte plaats, zoals aan de voet van het altaar. Aan het eind van de reeks intenties spreekt de celebrant het afsluitende gebed uit. En daarmee eindigt de Liturgie van het Woord.