Wijn is een van de twee elementen die absoluut noodzakelijk zijn voor het eucharistisch offer.
Voor een geldige en geoorloofde consecratie moet vinum de vite worden gebruikt, dat wil zeggen het zuivere sap van de druif dat op natuurlijke en juiste wijze is gefermenteerd.
In de Codex van Canoniek Recht (CIC) van 1983 staat over de eucharistische materie in canon 924 voorgeschreven:
§ 1. Het heilig eucharistisch Offer moet opgedragen met brood en met wijn waarmee een weinig water moet vermengd worden.
§ 2. Het brood moet van zuiver tarwemeel zijn en recent gebakken zijn, zodat er geen gevaar van bederf is.
§ 3. De wijn moet nadrukkelijk druivenwijn zijn en niet bedorven.
Aangezien de geldigheid van het Heilig Misoffer en de geoorloofdheid van de viering ervan absoluut echte wijn vereisen, is het een ernstige plicht van de celebrant om uitsluitend zuivere wijnen aan te schaffen. En aangezien wijnen vaak zodanig vervalst zijn dat dit aan een nauwkeurige chemische analyse ontsnapt, mag worden aangenomen dat de veiligste manier om zuivere wijn aan te schaffen, is deze niet uit tweede hand te kopen, maar rechtstreeks bij een producent die de grote verantwoordelijkheid die gepaard gaat met de viering van de eucharistie begrijpt en gewetensvol respecteert.
Als de wijn in azijn is veranderd, of bedorven of verontreinigd is geraakt, als hij is geperst uit druiven die niet volledig rijp waren, of als hij is vermengd met zoveel water dat hij nauwelijks nog wijn kan worden genoemd, is het gebruik ervan verboden. Als de wijn begint te verzuren of te bederven, of als het ongegiste sap uit de druif wordt geperst, zou het een ernstige overtreding zijn om deze te gebruiken, maar het wordt dan toch beschouwd als geldig materiaal.
Om zwakke en dunne wijnen te conserveren en te voorkomen dat ze tijdens het transport gaan verzuren of bederven, mag een kleine hoeveelheid wijnbrandewijn (druivenbrandewijn of alcohol) worden toegevoegd, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a) De toegevoegde brandewijn (alcohol) moet uit de druif zijn gedistilleerd (ex genimime vitis); b) ) de hoeveelheid toegevoegde alcohol, samen met die welke de wijn van nature na de gisting bevatte, mag niet meer bedragen dan achttien procent van het geheel; c) de toevoeging moet plaatsvinden tijdens het gistingsproces.