In de kathedraal van de Noord-Engelse stad York staat de zetel van de anglicaanse aartsbisschop van York, de tweede primaat van de Kerk van Engeland. De laatste rooms-katholieke aartsbisschop van York was in 1559 door koningin Elizabeth I afgezet.
York is een stad in North Yorkshire, Engeland, Verenigd Koninkrijk. Zij is gelegen aan de samenvloeiing van de rivieren Ouse en Foss. De stad bevindt zich op 333 kilometer ten noorden van Londen.
De stad heeft vele historische gebouwen en andere bouwwerken, waaronder de kathedraal, het kasteel en de stadsmuren, die allemaal de status van monument van de eerste categorie hebben. York is de hoofdstad van Yorkshire. Het stedelijk gebied van York telde volgens de volkstelling van 2021 een bevolking van 141.685.
De rooms-katholieke inwoners van York vallen onder het centrale dekenaat van het bisdom Middlesbrough. De stad telt acht rooms-katholieke kerken en een apart heiligdom gewijd aan de heilige Margaret Clitherow. De oudste nog actieve rooms-katholieke instelling in de stad is het Bar Convent, een zusterklooster dat werd gesticht in 1686. De oudste nog actieve parochie is die van Saint Wilfrid, opgericht in 1710.
Naam
De Romeinse naam voor York was Eboracum, gebaseerd op een inheemse Brits-Keltische naam voor de oude plaats. Mogelijk zou die zijn gesticht door iemand die Eburos heette. Een alternatieve theorie zegt dat de naam gebaseerd is op het Oud-Britse woord eburos (=’taxus’), een heilige Keltische boom waaraan de persoonsnaam Eburos zou zijn ontleend. Na 400 namen heidense Angelen het gebied over en pasten de naam door volksetymologie aan tot Eoforwīc of Eoforīc, dat ‘stad van wilde zwijnen’ of ‘rijk aan wilde zwijnen’ betekent. De Vikingen, die het gebied later overnamen, verbasterden die naam in Jórvík, Oudnoors voor ‘baai van wilde zwijnen’. Na de Normandische verovering van Engeland (1066-1075) veranderde Jórvík geleidelijk in York. Het oudste document waarin York met die spelling wordt genoemd, dateert van de dertiende eeuw.
Eboracum
Eboracum was een uitgestrekt legioensfort met aan de overkant van de Ouse een belangrijke colonia (Romeinse nederzetting), die zich vanaf ongeveer 180 na Christus ontwikkelde. In 208 na Christus werd Eboracum de hoofdstad van het noordelijke deel van de Romeins provincie Brittannië (Britannia Inferior); Londinium (Londen) was de hoofdstad van Britannia Superior.
Constantijn
In de zomer van 306 overleed in Eboracum de Romeinse heerser Constantius Chlorus, die door keizer Diocletianus was benoemd tot augustus senior. Het jaar daarvoor had hij slag geleverd met de Picten. Op zijn sterfbed had Constantius Chlorus zijn zoon Constantijn aanbevolen als nieuwe heerser. Kort na zijn dood riepen de legioenen in Eboracum de latere Constantijn de Grote uit tot keizer. Keizer Galerius honoreerde dat en benoemde Constantijn tot caesar iunior, waardoor hij heerser over Hispania, Gallia, Brittania en Germania werd.
Bisschop van Eboracum
Het is niet bekend wanneer of hoe het christendom Eboracum voor het eerst bereikte, maar er zetelde al vanaf zeer vroege tijden een bisschop. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de verslagen van het Concilie van Arles in het jaar 314: Eborus episcopus de civitate Eboracensis (‘bisschop Eborius van de stad Eboracum’) was daar aanwezig. Bisschoppen van Eboracum namen ook deel aan de concilies van Nicea, Sardica en Ariminum.
Gregoriaanse missie
Na de evacuatie van de Romeinen uit Britannia in 410 werd een groot deel van het gebied veroverd door Angelen, Saksen en Juten. Die vernietigden de structuren van het Brits-Romeinse christendom in Eboracum. De sporen van de vroege christelijke gemeenschap in het latere York verdwenen op de namen van drie bisschoppen na: Sampson, Pyramus en Theodicus. Paus Gregorius de Grote, die gehoord had over de verwoestende gevolgen van de veroveringen door de Germaanse heidenen, besloot aan het einde van de zesde eeuw missionarissen naar de voormalige Romeinse provincie voormalige Britannia te sturen om de Angelen en Saksen te evangeliseren. Het betrof een groep van veertig monniken onder leiding van Augustinus. Deze Romeinse benedictijn stichtte in 597 het bisdom Cantuaria (Canterbury). Paus Gregorius was van plan een metropoliet voor het zuiden te benoemen en een andere voor het noorden, verbonden met het oude Romeinse fort Eboracum. Dat plan werd echter nooit uitgevoerd. Toch werd de Romein Paulinus in 625 tot bisschop gewijd voor Eboracum en het gehele gebied er rondom heen; in 631 ontving hij van paus Honorius I het pallium, het symbool van aartsbisschoppelijke waardigheid. Paulinus moest echter vluchten voor zijn leven en in 633 verviel zijn missiegebied weer tot het heidendom.
Aartsbisdom York
De nieuwe evangelisatie werd bewerkstelligd door de Keltische bisschoppen van Lindisfarne. Pas in 664 had Eboracum weer een eigen bisschop met het aantreden van Ceadda in 664. Zijn directe opvolgers lijken slechts als diocesane prelaten te hebben gefungeerd tot de tijd van Egbert, de broer van koning Edbert van Northumbria, die in 735 het pallium van paus Gregorius III ontving en metropolitane rechten in het noorden vestigde. Dat was het officiële begin van het aartsbisdom York (Archidioecesis Eboracensis).
Anglicanisme
Het aartsbisdom York ging in 1559 voor de Katholieke Kerk verloren. Nicholas Heath, de laatste rooms-katholieke aartsbisschop van York, werd in dat jaar door koningin Elizabeth I afgezet. Sindsdien behoort het bisdom York tot de anglicaanse Kerk van Engeland. Die bestaat uit twee kerkprovincies: Canterbury en York. Het anglicaanse Diocees York is onderdeel van de kerkprovincie York, die tegenwoordig bestaat uit veertien diocesen.
Aartsbisschop
Het bisdom York wordt geleid door de aartsbisschop van York, die zetelt in de kathedraal van York, beter bekend als York Minster. Hij (of zij) is ambtshalve lid van het Britse Hogerhuis (House of Lords) en draagt de titel ‘Primaat van Engeland’ (terwijl de aartsbisschop van Canterbury de titel ‘Primaat van heel Engeland’ draagt. De achternaam van de aartsbisschop van York wordt niet altijd gebruikt in formele documenten; vaak worden alleen de voornaam en de zetel vermeld. De aartsbisschop heeft het wettelijke recht om officiële documenten te ondertekenen met zijn (of haar) voornaam gevolgd door Ebor (Latijn voor York). In de Engelse en Welshe rangorde staat de aartsbisschop van York boven alle personen in het Verenigd Koninkrijk, met uitzondering van de koning en leden van de koninklijke familie, de aartsbisschop van Canterbury en de Lord Chancellor. Direct onder hem staat de prime minister en vervolgens de Lord President of the Council.
Hertog
Aangezien York als een van de voornaamste steden van Engeland zulke oude rechten heeft is ‘Hertog van York’ (Duke of York) een van de hoogste adellijke titels van het Verenigd Koninkrijk. Hoewel de titel verwijst naar de stad York, hoefde de titelhouder de stad niet te besturen of er te wonen. De titel is in de loop der geschiedenis meerdere keren gecreëerd. De eerste keer was in 1385 door koning Richard II. Vaak werd de titel gegeven aan de tweede zoon van de koning. Verschillende Hertogen van York werden later zelf koning, onder wie Edward IV en George VI. Daarna moest die opnieuw worden gecreëerd.
Huis York
Het Huis York was een zijtak van het Huis Plantagenet. Het stamt in mannelijke lijn af van Edmund van Langley, de Eerste Hertog van York, de vierde overlevende zoon van koning Edward III. Het Huis York streed met het Huis Lancaster, eveneens een zijtak van het Huis Plantagenet, om de Engelse kroon; hun geschil leidde uiteindelijk tot de Rozenoorlogen (1455-1485). Deze oorlogen zijn zo genoemd omdat elk huis een roos in zijn wapen had: York een witte en Lancaster een rode. Drie leden van het Huis York werden koning van Engeland: Edward IV, Edward V en Richard III.
New York
Nadat in 1664 de Britten de Nederlandse nederzetting Nieuw-Amsterdam op het eiland Manhattan (Noord-Amerika) hadden veroverd, besloot koning Karel (Charles) II die nederzetting alsook het gehele grondgebied van het voormalige Nieuw-Nederland te schenken aan zijn jongere broer James Stuart, de toenmalige Hertog van York. Ter ere van hem werd de nederzetting omgedoopt tot New York. James en zijn vrouw Anne Hyde waren in 1668 heimelijk rooms-katholiek geworden. Toen koning Karel in 1685 overleed werd James zelf koning: Jakobus II van Engeland en Ierland en Jakobus VII van Schotland. In 1688 werd hij afgezet en traden Willem III van Oranje en diens vrouw Maria II Stuart aan als koning en koningin.
Kardinaal
Na de Reformatie werd de titel ‘Hertog van York’ ook een keer door een rooms-katholieke troonpretendent gecreëerd. Dat was James Francis Edward Stuart, de gewezen Prins van Wales die in 1766 in ballingschap in Rome zou sterven. Hij creëerde de titel voor zijn tweede zoon, Henry Benedict Stuart, wat werd erkend door de jakobieten, de voornamelijk katholieke aanhangers van het Huis Stuart. Henry Benedict, kleinzoon van koning Jakobus II (VII), werd in 1758 tot bisschop geconsacreerd en was door paus Benedictus XIV al in 1747 kardinaal gecreëerd. Hij werd in Rome ‘Kardinaal van York’ genoemd.