Abdij Notre-Dame de la Grande Trappe in Soligny-la-Trappe

Soligny-la-Trappe, 14 maart 2026De monniken van de Orde der Cisterciënzers van de Strikte Observantie zijn beter bekend als Trappisten. Die naam komt van hun bakermat en moederklooster: de Abdij Notre-Dame de la Grande Trappe in Soligny-la-Trappe, Normandië. Onlangs maakte de daar wonende communiteit bekend dat zij overweegt om in 2028 te vertrekken.

De reden voor het mogelijke vertrek is het afnemende aantal nieuwe intredingen en de toenemende last van het onderhoud van de gebouwen van het abdijcomplex.

Maar voordat het zover is zullen er eerst nog gesprekken worden gevoerd met andere communiteiten om naar geschiktere, zowel economisch als spiritueel haalbare oplossingen te zoeken. De situatie is al tientallen jaren problematisch.

Al bijna negen eeuwen zijn er in La Trappe monniken gevestigd. De abdij heeft sterke banden opgebouwd met haar buren, het dorp Soligny-La Trappe en het bisdom Séez. Het vertrek van de trappisten zal ongetwijfeld een groot gemis zijn voor iedereen die met de monastieke gemeenschap verbonden is. Het kloostercomplex staat nog niet te koop, dus potentiële kopers zijn nog onbekend.

Al sinds 1147 staat er in La Trappe een cisterciënzerklooster. In 1664 voerde abt Armand de Rancé (1626–1700) daar een hervorming door die leidde tot de stichting van de Cisterciënzers van de Strikte Observantie (Latijnse afkorting: O.C.S.O). Het doel was een terugkeer naar de oorspronkelijke strenge leefregels van Sint-Benedictus van Nursia, met veel stilte, nachtelijk gebed, handenarbeid en vegetarische maaltijden.

Onder leiding van abt Augustin de Lestrange overleefde de gemeenschap de Franse Revolutie en werden vanuit La Trappe meerdere kloosters gesticht. In 1892 erkende paus Leo XIII de trappisten als een aparte orde.

De afgelopen jaren sloten verschillende Franse trappistenabdijen hun deuren, voornamelijk vanwege een tekort aan nieuwe roepingen, zoals Notre-Dame du Port-du-Salut en Notre-Dame de Bellefontaine. In 2011 sloot in Vlaanderen de Achelse Kluis en vorig jaar in Nederland de abdij van Zundert, beide bekend om hun bier.

In Berkel-Enschot (Noord-Brabant) bevindt zich nog steeds de trappistenabdij Koningshoeven. Het bier dat onder auspiciën van de monniken aldaar gebrouwen wordt, heeft als merknaam La Trappe.

Er zijn verschillende verklaringen voor de herkomst voor de naam Trappe. Een theorie zegt dat het afkomstig zou zijn van trapa natans, Latijn voor ‘drijvende waterlelie’. Volgens een andere theorie komt het van het Ierse treabh, dat ‘clan’ betekent. Weer een andere etymologie brengt Trappe in verband met het Duitse Treppe (‘rap’, ‘trede’), dat in het Frans de gangbare betekenis van trappe (‘val’, ‘hinderlaag’) heeft gegeven; dat zou kunnen duiden op de stroperij in het afgelegen bos in Normandië waar de cisterciënzers zich vestigden.