Verkondiging op zondag 3 mei 2026
Vicaris-generaal Theo Lamers
H. Martinuskerk te Cuijk. 

Lezingen:
Handelingen 6, 1-7
1 Petrus 2, 4-9
Johannes 14, 1-12

(verkorte homilie)

Ergens zoeken mensen een huis, een thuis, waar zij ten diepste mogen zijn wie zij zijn. Juist op momenten dat het leven moeilijk, zwaar, verdrietig of eenzaam is, wil je veilig en geborgen thuis kunnen komen en zijn.
De woorden van Jezus in het evangelie van deze zondag zijn precies die uitnodiging om bij God thuis te komen en te zijn: In het huis van mijn Vader zijn vele verblijven.

Maar dan doemt de vraag op bij Tomas, die latere ongelovige Tomas: Maar hoe kennen wij de weg naar dat huis waar Jezus een plaats voor ons bereid?
Een Tomtom of Google-maps helpen ons daar niet bij. We kunnen Gods thuis intikken, maar een antwoord krijgen we dan niet. De routeplanner die ons daarbij kan helpen is Jezus: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven”. Als je Jezus kent en wilt kennen, kun je bij de Vader thuis komen. 

De Petrusbrief waar we vandaag uit lezen ondersteunt ons hierin: Jezus is de levende steen, een hoeksteen van het fundament van Gods huis. Ook wij mogen levende stenen zijn om aan dat huis mee te bouwen, vanuit ons oprechte geloof. Anders wordt die hoeksteen een steen des aanstoots, een struikelblok.

Tegelijk zegt Jezus als je niet kunt geloven dat de Vader en Ik één zijn, zie dan wat ik doe, de goede dingen die mensen een thuis wil geven en doe hetzelfde. Die opdracht hebben de apostelen in de eerste lezing waargemaakt. Het ambt van de “Zeven”, die zorg moeten gaan dragen voor de achtergestelde weduwen, dit tegenover de apostelen die zich wijden aan het gebed en de bediening van het woord.
Maar ze kunnen niet zonder elkaar. Lucas gebruikt het woord ‘diaconie’ voor zowel dienst van de verdeling van het voedsel, als voor dienst van het Woord. Je kunt geen christen zijn zonder te luisteren naar het woord Gods, maar ook niet zonder de dienst aan de naasten. 

Het zijn de kerntaken van de kerk die hier samen komen: vieren, leren, dienen. Ze hebben elkaar nodig. Ze zijn samen de taken voor de christelijke gemeenschap, voor de kerk en dus ook voor ons om het huis van God te bouwen. Dan kan er een plaats zijn waar mensen werkelijk thuis kunnen zijn in de liefde voor God, in de liefde en zorg voor elkaar, maar bijzonder ook in Gods liefde en zorg voor ons. Dan wordt duidelijk dat Jezus dat ten volle heeft waargemaakt in de daden die Hij deed, in zijn leven dat Hij voor ons heeft gegeven aan het kruis.
We vieren het juist in deze paastijd. Hij en de Vader zijn één. Als wij Jezus ontmoeten mogen we God zien.
Daarom: geloof in God, ga Zijn weg, dat is voldoende.