Milaan, 11 april 2026 – Vijf weken geleden opende aartsbisschop-metropoliet Mario Delpini van Milaan officieel het zaligverklaringsproces voor Marco Gallo, een gelovige van het Lombardische aartsbisdom. Die overleed in 2011 ten gevolge van een verkeersongeval. Hij was nog maar 17 jaar oud.
Marco Gallo doet denken aan die andere Noord-Italiaanse millennial, die vorig jaar zomer werd heiligverklaard: Carlo Acutis (1991-2006). Beiden waren niet bepaald wereldvreemd en tegelijk begenadigd met een opgewekte blik op de eeuwigheid, dankzij een rotsvast geloof in de Verrijzenis van Jezus Christus.
Marco Gallo, die nu de status heeft van ‘Dienaar Gods’, werd op 7 maart 1994 in Chiavari bij Genua geboren en bracht het eerste deel van zijn jeugd door in de regio Ligurië. Hij groeide op in een gezin dat deel uitmaakte van de kerkelijke beweging Comunione e Liberazione. In 1999 verhuisde het gezin naar de regio Lombardije: eerst naar Arese en het jaar daarop naar Lecco.
In 2007 ging Marco naar het gymnasium in de gemeente Carate Brianza. Daar werd hij volgens het aartsbisdom Milaan een “steunpilaar voor zijn vrienden”. Hij betrok hen onder meer bij vrijwilligerswerk voor ouderen met een beperking. “Hij voedde zijn christelijk leven met de meditatie van het Evangelie en met een intensieve deelname aan de sacramenten”, aldus een persbericht.
Marco Gallo werd op 5 november 2011 op weg naar school met zijn scooter aangereden door een auto en overleed nog ter plaatse. De avond ervoor had hij een zin uit het Evangelie van Lucas op de muur van zijn kamer geschreven: ‘Waarom zoekt u de Levende onder de doden?’ Deze woorden, die naast een wandkruis van de heilige Franciscus van Assisi stonden, werden later door zijn moeder geïnterpreteerd als een troostende boodschap in haar rouw.
De uitvaart vond op 7 november 2011 plaats in de Dom van Monza. Marco’s lichaam werd begraven in de grafkapel van zijn familie in Cazarza Ligure bij Genua.
In het aartsbisschoppelijk decreet dat werd voorgelezen tijdens de opening van het proces op 7 maart 2026 staat dat Marco “van het leven hield, veel vragen stelde en de bron van ware vreugde vond in de liefde voor Jezus en de naaste”.
Teksten en aantekeningen die na zijn dood werden gevonden, getuigden van zijn zoektocht naar zingeving en “ware vreugde”. Zo droeg hij onder andere een afbeelding van Maria in zijn portemonnee, evenals een persoonlijke belofte om zijn leven bewust te willen inrichten in het “zoeken naar het mysterie”.
Marco’s reputatie van heiligheid is ook jaren na zijn dood verder versterkt; zo gedenken jongeren hem bijvoorbeeld jaarlijks tijdens een pelgrimstocht op Allerheiligen naar het heiligdom Nostra Signora di Montallegro in Rapollo bij Genua.
De komende tijd zal een speciaal kerkelijk tribunaal onderzoek doen naar de levenswandel van Marco Gallo. Ook zal zijn lichaam worden opgegraven voor een schouwing. Vastgesteld moet worden is of hij de christelijke deugden op heldhaftige wijze heeft beoefend. Als het diocesane tribunaal van mening is dat zulks het geval is, dan wordt het dossier naar Rome gestuurd, waar het zal worden bestudeerd door het pauselijk Dicasterie voor de Processen der Heiligen. Zodra de paus de heldhaftige deugdzaamheid zal hebben erkend, krijgt de kandidaat-zalige de status van ‘Eerbiedwaardige Dienaar Gods’. Aangezien Marco Gallo niet als martelaar is gestorven, is een wonder op zijn voorspraak vereist om uiteindelijk de status van ‘Zalige’ te krijgen, waarmee hij zogezegd wordt verheven tot de eer der altaren. Dat betekent dat zijn cultus officieel zal worden erkend, zij het beperkt tot de lokale kerk, in dit geval de kerkprovincie Milaan en het aartsbisdom Genua. Zijn verering wordt pas opgewaardeerd naar een mondiale schaal als hij zal zijn heiligverklaard.