11,7 miljard euro. Dat is hoeveel studenten samen hebben geleend sinds de studiebeurs in 2015 werd afgeschaft. Onze redacteur Lars legt uit waarom hij de voorgenomen compensatie van 1436 euro per student een grote grap vindt.

Dit artikel is op 6 juni 2023 aangepast na de stemming van de Eerste Kamer over de terugkeer van de basisbeurs.

“Maar we moeten tegenwoordig
alles lénen hè?!” Ik weet het nog goed: het was 2016, ik volgde de master
journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam en mijn docent vertelde ons dat
wie zou werken naast zijn studie, niet langer kon rekenen op een
projectbegeleider. Verontwaardigd was ik. Boos. Wie geen ouders had om
financieel op te leunen, werd zo gedwongen zich in de schulden te steken.


Samen met alle studenten die sinds 2015 aan een opleiding begonnen, behoor ik
tot de zogeheten pechgeneratie. Een generatie die onder het huidige leenstelsel
een gezamenlijke schuld heeft opgebouwd van 11,7 miljard euro. De gemiddelde
studieschuld van een lener die in 2015 of 2016 begon aan een hbo of
woopleiding, bedraagt volgens
de laatste gegevens
24
duizend euro.


Dat is niet mis, moeten ze ook in Den Haag hebben gedacht. Na acht lange jaren
zal de basisbeurs vanaf september 2023 dan ook eindelijk terugkeren. En de arme pechvogels?
Die worden “tegemoetgekomen” (aldus Rutte) met het perfect ronde, maar
volstrekt willekeurige bedrag van 1 miljard. Na een hoop gesteggel komt dat neer op een eenmalig bedrag van 1436 euro.


Een schijntje in verhouding tot de enorme schuldenberg die voor velen
onvermijdelijk is gebleken. Dat kan, nee móet beter, zeggen de Landelijke
Studenten Vakbond (LSVb) en FNV Young & United dan ook.

Wat volgens de vakbonden
wél een rechtvaardige compensatie zou zijn, is dit: een bedrag dat per
(ex)student wordt berekend door de hoogte van de aanstaande basisbeurs met
terugwerkende kracht te vermenigvuldigen met het aantal maanden waarin iemand heeft
gestudeerd. Dat bedrag wordt kwijtgescholden aan degenen met een openstaande
schuld en teruggestort aan degenen met géén of een afgeloste schuld.


Dat zou neerkomen op een totaalbedrag van niet één, maar enkele miljarden
euro’s. Een idee naar mijn hart, en dat zeg ik niet alleen omdat ik er zelf van
zou profiteren. Voor zo’n ruimhartige compensatieregeling bestaan namelijk
nogal wat legitieme argumenten. Hier volgen de vijf belangrijkste.

Eerst nog even dit: de afgelopen jaren behield een groot deel van de mbostudenten zijn recht op een basisbeurs. Daarom ligt de nadruk in dit artikel op het hoger onderwijs.

1). De beloofde
verbeteringen in het onderwijs zijn niet waargemaakt

Meer financiële investering in het onderwijs, meer zeggenschap van
studenten en docenten over waar die investeringen naartoe gaan, hogere
onderwijskwaliteit, kleinere klassen en vooral géén toekomstige hinder op de
woningmarkt: voormalig minister van Onderwijs Jet Bussemaker beloofde het allemaal toen zij de plannen voor het leenstelsel rond 2013 presenteerde. Het geld
dat de overheid niet aan de basisbeurs hoefde uit te geven, zou de student zélf
ten goede komen. 

Wat daarvan is waargemaakt? Niets. Of tenminste nauwelijks iets. Zo blijkt
uit onderzoek
van de Algemene Rekenkamer
dat hogescholen en universiteiten in de
periode 20152017 van slechts een derde van het uitgegeven budget konden
aantonen dat het werd geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het
onderwijs. Ook schoot de medezeggenschap van studenten en docenten in die
periode op veel plekken tekort.



“Zeker in de eerste jaren na de invoering van het leenstelsel hebben studenten
bijna niks gemerkt van de beloofde verbeteringen in het onderwijs”, licht
LSVbvoorzitter Ama Boahene toe. “Bovendien hebben onderwijsinstellingen veel
vrijheid om zelf te bepalen waar ze het vrijgekomen geld aan besteden, waardoor
studenten er in praktijk niet allemaal evenveel profijt van hebben.” 

Sinds 2020 kwam daar ook nog eens de coronapandemie bij, die het onderwijs
voor veel studenten veranderde in het eindeloos turen naar een schermpje.
Hoewel dat bij de invoering van het leenstelsel natuurlijk nog niet kon worden
voorzien, blijft het feit dat studenten de laatste twee jaar een stuk minder
tevreden
zijn over hun lessen, begeleiding en toetsing. Van alle
ouderejaarsstudenten op het hbo en de universiteit geeft ongeveer een derde aan
studievertraging te hebben opgelopen door de coronamaatregelen maanden of
misschien wel jaren waarin de schuldenteller vrolijk doortikt. 

En zoals we inmiddels allemaal wel weten, komen
exstudenten ook op de woningmarkt bedrogen uit. Hypotheekverstrekkers vragen in de
regel
naar je studieschuld en
trekken dat bedrag van je te verkrijgen hypotheek af, soms zelfs in meervoud.
Wie wil dat de oude belofte van Bussemaker wordt waargemaakt, zal moeten liegen
en dat is niet
zonder financiële risico’s
. “Het hele leenstelsel is een inschattingsfout geweest”, verzucht
Boahene. Wat de impact is van die 10 achterstand op de woningmarkt, bespreek
ik verder onder punt 4.

2). De psychische en
sociale gevolgen van het leenstelsel moeten óók worden gecompenseerd

Het moet maar eens gedaan zijn met alle studietwijfelaars, pretstudenten en
langstudeerders die Nederland rijk is, zo bromden de boomers in Den Haag toen
zij de basisbeurs bij het grofvuil zetten. Het leenstelsel moest leiden tot
beter doordachte studiekeuzes en een snellere studieloopbaan.

Een
onderzoek
van het Interstedelijke Studenten Overleg (ISO) en Motivaction liet in
2019 zien wat daarvan de gevolgen zijn: 73 procent van de lenende studenten in
het hoger onderwijs voelt een toegenomen prestatiedruk en/of psychische
klachten sinds de afschaffing van de basisbeurs. Lenende studenten zijn vaker
extreem vermoeid (50%), emotioneel uitgeput (40%) en bezorgd over het krijgen
van een burnout (19%).

Het is een beeld dat Boahene herkent. “Uitlopen of beginnen aan een nieuwe
opleiding, betekent meer schulden”, licht ze toe. “En dat leidt niet alleen tot
meer stress en prestatiedruk, maar ook tot het laten van dingen die juist heel
waardevol zijn voor je studententijd. Zoals een stage, bestuursjaar, het volgen
van een extra vak en een uitwisseling naar het buitenland. Juist de studenten
die van huis uit niet financieel worden ondersteund, missen die ervaring nu
vaker op hun cv en raken zo nog meer op achterstand.”

Van de lenende studenten die het ISO in bovengenoemd onderzoek liet enquêteren,
gaf meer dan de helft aan af te zien van sociale of nevenactiviteiten vanwege
de hoge kosten die dergelijke activiteiten met zich meebrengen. Een trieste
realiteit die econoom Charan van Krevel ook waarneemt op de Radboud
Universiteit in Nijmegen, waar hij lesgeeft. “Het campusleven is lang niet meer
zo rijk en dynamisch als vroeger. Onder studenten heerst echt het idee dat je
wordt bestraft als je niet snel afstudeert.”

Volgens Van Krevel heeft die nauwe focus op afstuderen een negatieve impact op
de hele samenleving. “Een diploma zou niet alleen een papiertje moeten zijn dat
laat zien dat je je tentamens hebt gehaald, maar ook een bewijs van bepaalde
skills en competenties. Als die competenties door gebrek aan sociale
activiteiten achterblijven, zullen werkgevers dat merken. En dan wordt een
diploma uiteindelijk minder waard.”

Brandpunt+ sprak met Jerom (24), Emma (26) en Esther (24) over de persoonlijke gevolgen van een bovengemiddelde studieschuld. Hun verhalen zijn hier te lezen.

3). De vaste lasten van
een student zijn sinds 2015 gestegen 

Sinds de invoering van het leenstelsel is het leven in Nederland duurder
geworden: de kosten voor wonen, energie, een zorgverzekering en abonnementen zijn
flink gestegen
. Dat merken studenten ook. 

Volgens het Nibud nam de gemiddelde kamerhuur van een uitwonende student
toe van 366 euro in 2015 naar 426 euro in 2021. De onderlinge
verschillen zijn groot: Argos berekende dat
particuliere verhuurders die een kamer op Kamernet adverteren gemiddeld 512
euro vragen, met flinke uitschieters naar boven in Amsterdam en Utrecht.

“In het slechtste geval leen je tegenwoordig 1000 euro paar maand en gaat
daarvan 70 procent naar de huur van je kamer”, zegt Van Krevel. Uit het
ISOrapport blijkt dan ook dat 22 procent van alle studenten het gevoel heeft
maandelijks (heel) moeilijk rond te kunnen komen. Kijk je alleen naar studenten
die op kamers wonen en/of niet financieel ondersteund worden door hun ouders,
dan kom je waarschijnlijk op een hoger percentage uit.

En voordat iemand weer eens brult dat op kamers gaan in een dure stad een
eigen keuze is: dat is het lang niet altijd. Er zijn talloze studies die enkel
in grote studentensteden worden aangeboden, en lang niet iedereen heeft de luxe
om te kunnen studeren vanuit een veilig en stimulerend ouderlijk huis. 

Wie (ex)studenten eerlijk wil compenseren, houdt dus ook rekening met onze
onoverkomelijke toegenomen financiële lasten.

4). Een ruimhartige
compensatie verkleint de (toch al enorme) vermogensongelijkheid 

Nergens in de wereld zijn bezittingen zo ongelijk verdeeld als in
Nederland, zo maakt ook de nieuwe VPROserie Sander en
de Kloof
pijnlijk duidelijk. Het opgetelde vermogen van de 2.120 rijkste
Nederlanders is zelfs groter
dan
dat van de 10 miljoen armste. En waaruit bestaat dat vermogen? Je raadt
het al: voor meer dan de helft uit een
koopwoning
.

“Er bestaat in Nederland een duidelijke kloof tussen woningbezitters en
nietwoningbezitters”, licht Van Krevel toe. “Door stijgende huizenprijzen en
flexibele arbeidscontracten is het voor starters al lastig om kans te maken op
een hypotheek voor een koopwoning. Komt daar een grote studieschuld bij, dan
wordt het al gauw volstrekt onmogelijk. Daardoor besteden steeds
meer starters een groot deel van hun inkomen aan huur en bouwen ze geen
vermogen op.”

Tenzij je als afgestudeerde in notime een riant salaris verdient, schuldloos
door je studietijd bent geraakt of ouders hebt die een jubelton schenken, blijf je zo
dus met lege handen achter. En die achterstand kan, uitgedrukt in cijfers,
oplopen in de tonnen. “In de huidige markt zien huizenbezitters hun vermogen in
rap tempo toenemen. Na tien jaar kan je huis al een ton meer waard zijn”, zegt
Van Krevel. “Of je een woning net wel of net niet kan kopen, is dus bepalend
voor de rest van je leven.”



Zo bezien is dat dus wel het minste dat het kabinet kan doen: onze valse start
op de woningmarkt íets minder vals maken door ons fatsoenlijk te compenseren.


5). Wie voor ons
onderwijs betaalt, is een politieke keuze

Het woord ‘compensatie’ hoeft
in Den Haag maar te vallen, of de vraag wie dat dan moet betalen wordt
de lucht in geslingerd. Voor de huidige coalitiepartijen lijkt het
antwoord
op die vraag tot nu toe
steeds te zijn: de (ex)studenten zélf. Worden wij ruimer gecompenseerd, dan
zal dat ten koste gaan van het onderwijsbudget en worden huidige en toekomstige
studenten benadeeld. Alsof de flappen die we afstaan aan DUO direct over de
collegebanken worden gestrooid.

Maar zo werkt het helemaal niet. Dat wat wij maandelijks aflossen aan DUO,
verdwijnt gewoon in de algemene schatkist van de Rijksoverheid. En welk deel
van die schatkist aan onderwijs wordt besteed, is een politieke keuze. 


“Zeggen dat de afbetalingen van de studieschulden noodzakelijk zijn om het
onderwijs te bekostigen, is een typisch politiek argument”, zegt Van Krevel.
“Je zou die paar miljard via allerlei constructies binnen kunnen krijgen,
bijvoorbeeld door het verhogen van de vennootschapsbelasting en de
winstbelasting. Of door de topinkomens met een half procent extra te belasten,
dan ben je er ook al.” 

Nog zo’n oplossing: stoppen met het geven van
staatssteun aan de fossiele industrie. Dat zou de schatkist al na één jaar 8,3
miljard euro
opleveren. Zo wordt meteen de
milieu en klimaatschade verminderd die toch al op ons bordje wordt gelegd.
“Onze generatie staat voor grote uitdagingen”, ziet ook Boahene. “Wij zijn
degenen die de klimaatcrisis en de woningcrisis moeten oplossen. Juist daarom
is het zo belangrijk dat we daarvoor bewapend zijn, met een goede financiële
bestaanszekerheid.”


Beeld in header: Tijmen Sneldewaard.