Hoe leef je toch door als je chronisch last hebt van suïcidale gedachten? “Soms voel ik me wel een soort alien: ik doe normale dingen, maar ben ondertussen aan het vechten tegen mijn doodswens.”
Denk je aan zelfmoord?
Zoek hulp. 09000113 of www.113.nl
“Ik schrik daar dan
van als ik op het nieuws zie ‘suïcidaal’, maar eigenlijk vecht je heel hard
voor het leven. Dat maakt het zo paradoxaal”, zegt MarcMarie Huijbregts in De Wereld Draait Door tegen de 26jarige
Charlotte Bouwman. Zij voert al vanaf eind januari 2020 actie voor het gebouw
van het Ministerie van Volksgezondheid: zij deed in het afgelopen jaar meer dan
twintig zelfmoordpogingen, maar krijgt geen hulp. Ze staat al meer dan achthonderd
dagen op de wachtlijst en in die tijd zijn er nog slechts vier centra open die
haar zogenoemd ‘complexe’ hulpvraag kunnen behandelen, twee daarvan hebben de
wachtlijsten al moeten sluiten. Vorige week mocht de activiste het nieuwe plan dat
zorgverzekeraars en GGD op haar initiatief hebben opgesteld vast inzien. “Het
lost niets op”, zegt ze.
Wie zich even verdiept in de cijfers kan daar inderdaad behoorlijk
van schrikken. ‘Elke dag overlijden er in Nederland vijf mensen aan suïcide’, zegt
de site van 113 Zelfmoordpreventie. ‘Iedere acht uur pleegt iemand met
psychische problemen zelfmoord’, lees ik op het bord wat Charlotte Bouwman
omhooghoudt in de hal van het Ministerie.
Ik probeer het me voor te stellen: de wanhoop van weten dat
jij of een geliefde dood wilt, om hulp vragen – schreeuwen – en het niet
krijgen. Er zijn nog 88.499* wachtenden voor je. Hoe leef je toch door als je
chronisch last hebt van suïcidale gedachten? Hoe is het leven als je dood wilt?
Ik sprak erover met Sharon (29) die net als Bouwman al jaren suïcidaal is.
Haar hoofddiagnose
is borderline. Daarnaast heeft ze PTSS, een depressieve stoornis en ADHD. Haar eerste
suïcidale gedachte, vertelt ze, had ze toen ze een jaar of tien was. Daarna
ontwikkelde ze een eetstoornis. Sharon: “Rond mijn zeventiende werd ik steeds
suïcidaler, op mijn negentiende deed ik een eerste poging en niet lang daarna
werd ik voor veertien maanden opgenomen op een crisisafdeling, waar de
borderline werd vastgesteld. Op dit moment volg ik klinische
schematherapie, een intensief behandeltraject waarbij ik vier dagen per week
in een kliniek therapie krijg”
Zijn die suïcidale gedachten constant aanwezig?
“Ik
wil al iets van twintig jaar liever niet meer leven. Soms heb ik jaren gehad
dat dat gevoel slechts sluimerend op de achtergrond was, ook bijvoorbeeld omdat
mijn eetstoornis toen meer op de voorgrond stond. In een redelijk goede periode
vind ik het leven nog steeds niet echt leuk en hoeft het van mij niet,
maar niet genoeg om er ter plekke een einde aan te maken. Zo is er ook een
periode geweest waarin ik mijn diploma heb behaald.”
“In
een hele slechte periode vecht ik de hele dag tegen mogelijkheden om mezelf van kant
te maken, of – in het gunstigste geval – mezelf gewoon veel pijn te doen. Soms
was het zo erg dat het alles ontwricht, met als dieptepunt het afgelopen jaar. Toen
lag ik een aantal maanden achtereen drie keer per week in het ziekenhuis, maar
ook regelmatig als ‘een verward persoon’ werd gezien en dan word je opgepakt in
plaats van naar de crisisdienst gebracht.”
Niet elke suïcidale gedachte leidt tot een poging?
“Nee, toen ik net voor een rood stoplicht stond dacht ik nog
‘ik kan ook gewoon doorlopen’, maar gelijk daarna ‘doe niet zo gek joh’. Zodra
ik was overgestoken ging die gedachte ook weer weg. Maar soms kan zo’n gedachte
binnen een week of een paar uur zo intens worden dat ik wel een poging doe,
soms duurt dat een paar maanden. Zodra mijn borderlinepijnpunten geraakt
worden, zoals verlating of afwijzing, dan levert dat voor mij enorm veel
spanning op. Dat is een spanning waar ik niet mee om heb leren gaan.”
“Er zijn eigenlijk altijd twee mogelijkheden qua
suïcidaliteit: of ik wil ‘gewoon’ heel graag dood zoals ik al twintig jaar dood
wil, of mijn lijden is niet te verdragen en ik raak in crisis en ik doe een
domme poging. Dat is meer een einde maken aan de situatie waarin ik op dat
moment zit, of aan een gevoel wat ik niet kan verdragen. Beiden zijn
afwisselend aanwezig, en de ene keer erger dan de ander, maar nooit afwezig.”
Hoe combineer je je doodswens met het dagelijkse leven?
“Ik ben weleens door de politie van het spoor gehaald ’s
avonds en de volgende dag kwam ik die agent tegen op straat tijdens het
boodschappen doen. Want als ik een poging doe, ook een mislukte, verwacht ik
niet meer thuis te komen. Als ik dan toch weer thuis ben gaat het leven gewoon
door en moet ik weer iets dagelijks als boodschappen doen. Dat kan wat bizar
aanvoelen, maar voor mij is dit de realiteit.”
“Soms voel ik me een soort alien: ik doe normale dingen,
maar ben ondertussen aan het vechten tegen een doodswens. Voor mij gaan zeker
85% van mijn gedachten over die strijd, die doodswens en de neiging tot
destructief gedrag. Laatst vroeg ik aan mijn vrienden waar zij nou de
hele dag aan dachten. Ik vind het lastig voor te stellen waar andere mensen
zich de hele dag mee bezig houden. Cognitief weet ik dat ik door mijn ziekte
een doodswens heb, maar voor mij is het wel iets wat altijd aanwezig is.”
Dan blijft er niet zoveel tijd of ruimte over voor andere
dingen lijkt me?
“Nee, niet echt. Het is ook vermoeiend om je altijd zo
klote voelen, altijd te moeten vechten tegen die stomme gedachten waar je zo
graag aan wil toegeven.”
“Ik volg nu klinische schematherapie, daarvoor heb ik
bijna een jaar op een wachtlijst gestaan. Dan is elke dag wachten een hel. Dat
jaar ben ik doorgekomen door gewoon dom door te gaan. Het ging toen ook vaak
mis, maar ook dan moet je gewoon weer door. Voor die therapie zit ik zondag tot
en met donderdag in een kliniek, daar heb ik de hele dag therapie. Als ik dan
donderdagavond thuiskom ben ik volkomen uitgeput. Op vrijdag en zaterdag
probeer ik vrienden te zien en het huishouden moet ook gebeuren.”
Je hebt een studie afgerond, hebt gewerkt. Hoe is dat
gelukt?
“Ik wilde studeren, ik wil ook werken, maar je loopt
dus vaak tegen een muur aan van instanties en mensen die het niet met je
aandurven. Ik begon ooit met een studie op de universiteit, maar daar werd
gezegd dat ik daar niet moest zijn met alle psychische problemen die ik heb. Ik
ben toen naar een hogeschool gegaan, maar ook daar was het lastig. Op
basis van het aanmeldformulier werd ik gebeld voor een gesprek om te checken of
ik wel geschikt was voor de opleiding vanwege mijn psychische problemen. Toen werd
geconcludeerd dat ik dat niet zou zijn, terwijl ik dus van de universiteit kwam
en zowel havo als vwo cum laude heb gehaald. Ik heb uiteindelijk een
goede studiebegeleider gevonden en een hbostudie tot docent geschiedenis afgerond
in de tijd dat het redelijk met me ging, maar makkelijk was het niet.”
Beetje een gekke vraag misschien, maar heb je hobby’s?
“Ik kan wel ergens positieve gevoelens uithalen. Leuke
dingen doen met vrienden is wel mijn grootste hobby. Gewoon wat drinken of naar
een museum bijvoorbeeld. Soms doen we een escaperoom, daar ben ik heel goed.”
“Als ik na dit behandeltraject meer energie heb, zou ik wel
meer willen doen. Volleyballen of uitgaan bijvoorbeeld, dat kan nu niet. Als ik
me nu voor een team zou aanmelden zou dat ook betekenen dat ik er vaak niet kan
zijn, dat ik uit zou moeten leggen waarom. Dat zou iets makkelijker zijn als
het normaler is om te praten over psychische klachten – en niet alleen om
erover te praten, maar ook om het te hebben. Er zijn zoveel mensen met zulke klachten,
het is eigenlijk gek dat het niet veel meer ingeburgerd is. Het lijkt klein,
maar als ik bij zo een volleybalclub alleen zou hoeven zeggen dat ik een ziekte
heb waardoor ik er soms niet kan zijn, als dat meer geaccepteerd zou zijn, dan
zou dat een hele hoop schelen. Ik ben mijn labels: ik ben suïcidaal, heb
borderline, PTSS, ADHD. Maar ik ben ook meer dan dat.”
Kan je positief naar de toekomst kijken?
“Ik kijk niet naar de toekomst, ik leef nu. Maar het
afgelopen jaar heb ik wel, ook met de mensen die het dichtst bij me staan,
besloten dat ik moet blijven leven en er keihard voor vechten om die
schematherapie te kunnen gaan doen. Die wil ik wel doorzetten.”
“Ik heb een hele hechte vriendengroep met wie ik ontzettend
kan lachen, over mijn ziekte maken we soms ook echt keiharde grappen. Ze weten
hoe het werkt bij mij, hebben mij ook op mijn aller slechtst gezien en we
kunnen over alles praten zonder dat het altijd een enorm zwaar gesprek is.”
“Het is niet vanzelfsprekend voor iemand met borderline om
hechte vriendschappen te hebben, maar mijn vrienden accepteren dat het bij mij
hoort. De afgelopen weken waren weer zwaar en mijn impuls was direct om te gaan
snijden, maar toch dacht ik ‘nee, ik bel even iemand’. De positieve, gezonde
reactie won het van de impuls. Dat is best hoopgevend, voor de toekomst.”
Denk je aan zelfmoord? Zoek hulp. 09000113 of www.113.nl
43 procent van de jonge mensen tussen 16 en 34 jaar, die kampen met psychische klachten, is hier niet open over. Dit blijkt uit onderzoek van 3Vraagt, onderdeel van het EenVandaag Opiniepanel, in samenwerking met MIND, Human en NPO 3FM in het kader van hun #openupweek. De vierde editie van de #openupweek vindt plaats van 9 tot en met 15 maart 2020. Ook jongerenmerken NPO3, NPO FunX, Club Hub (bnnvara), Brandpunt+ en EO Beam haken aan, want praten over over je burnout, depressie, angst, persoonlijkheids of eetstoornis is hartstikke belangrijk! Deel jouw eigen #openup op social en help mee om psychische problemen onder jongeren bespreekbaar te maken.