Mediawetenschapper Berrie van der Molen onderzocht hoe de reputatie van xtc door de jaren heen veranderde. Welke stemmen hebben onze beeldvorming bepaald, en is dat beeld wel terecht?

Mediawetenschapper Berrie van der Molen spitte door duizenden radioitems
en krantenartikelen, op zoek naar verhalen over een controversieel onderwerp:
xtcgebruik. Voor zijn promotieonderzoek aan de Universiteit
Utrecht onderzocht hij hoe het publieke debat over het veelbesproken pilletje
zich tussen de jaren tachtig en begin deze eeuw ontwikkelde.



Welke stemmen hebben onze beeldvorming beïnvloed, waarom worden gebruikers
tegenwoordig geframed als ‘yogasnuivers’ en hoe kan het
drugsdebat, ook in de media, constructief worden gevoerd? Ik besprak het met de
promovendus die tijdens zijn onderzoek zelf ook een steeds sterkere mening over
het onderwerp ontwikkelde.

[LD] Waar ik allereerst benieuwd naar ben: hoe kwam je erbij om op dit
onderwerp te promoveren?

“Mijn onderzoek valt onder een groter project over de geschiedenis van het
Nederlandse drugsbeleid sinds de Tweede Wereldoorlog. Het viel me op dat er in
de media nog altijd een verhit debat wordt gevoerd over xtcgebruik en het al
dan niet reguleren ervan, terwijl het alweer ruim dertig jaar geleden is dat
het middel op de Nederlandse markt verscheen. Het leek me interessant om een
debat over een drugssoort te analyseren vanaf het allereerste moment dat er
over werd geschreven en gesproken. Dankzij nieuwe software was het daarbij
mogelijk om voor het eerst ook radioitems mee te nemen.”

Als je de begindagen in de jaren tachtig vergelijkt met het heden, wat zijn
dan de belangrijkste verschillen in het debat over xtcgebruik?

“Wat opvalt is dat er in de jaren tachtig en tot ver in de jaren negentig
veel ruimte was voor progressieve stemmen die vonden dat xtc eigenlijk niet als
harddrug op de opiumlijst hoort te staan. Naast gebruikers werden veel drugs
en verslavingsexperts aan het woord gelaten. Zij vonden dat de overheid niet
zozeer moet inzetten op het verbieden en bestraffen van gebruik, maar op harmreduction
[het minimaliseren van gezondheidsschade, red.] en goede
voorlichting over verantwoord gebruik. Xtc werd eigenlijk besproken als een
softdrug, als onschuldig onderdeel van de uitgaanscultuur.”

“De conservatieve stemmen die daar tegenover stonden, kregen rond de
eeuwwisseling steeds meer ruimte in de media. Die stemmen kwamen vooral van
politici, politiewoordvoerders en bezorgde ouders die stelden dat xtcgebruik
niet getolereerd zou moeten worden omdat het nu eenmaal tot de harddrugs
behoort. Ze gebruikten vaak ook emotionele en moraliserende argumenten: drugs
zijn slecht voor onze kinderen, dus waarom staan we het toe dat er ieder
weekend tienduizenden aan de pillen gaan?”

“In die periode werd de autoriteit en neutraliteit van de
gezondheidsexperts steeds vaker in twijfel getrokken. Over bekende instituten
zoals het Trimbos werd gesuggereerd dat zij zich voor hun beleid lieten
adviseren door voormalig drugsgebruikers, daardoor zouden ze te weinig
kritische distantie hebben. Dat zul je nu niet zo snel meer horen, maar die
conservatieve stemmen zijn in de tussentijd zeker niet verdwenen. Hoewel het
progressieve geluid de laatste jaren óók weer luider klinkt, zelfs vanuit
politieke partijen. Tegenwoordig zie je de
twee kampen allebei duidelijk terug.”

Wat waren eigenlijk de redenen om xtc in 1988 als harddrug onder de
opiumwet te laten vallen?

“De lijsten van de opiumwet zijn er formeel om middelen te kunnen
onderscheiden op basis van het risico voor de volksgezondheid. Maar eigenlijk
waren er weinig redenen om te geloven dat het risico van xtc zo groot was dat
het op lijst 1 [met harddrugs, red.] moest komen te staan. Nederland
leek een productie en doorvoerland te worden, en dat vond men niet wenselijk.
Politici wilden niet dat ons land bekend zou komen te staan als pillenboer voor
de rest van de wereld.”

“Mogelijk werd die keuze ook gemaakt onder druk van andere landen, waar xtc
in de jaren vóór 1988 al als verboden middel stond geregistreerd. Als Nederland
het niet illegaal maakte, zou dat hun repressieve beleid kunnen ondermijnen.”

Welke invloed had die verharding van het debat in het begin van deze eeuw
op het gebruik?

“Volgens de statistieken is het gebruik van xtc alleen maar toegenomen, dus
het heeft in ieder geval niet het gewenste effect gehad. Maar eerlijk gezegd
denk ik dat het gebruik van illegale middelen zich überhaupt weinig aantrekt
van wat er in de media over wordt gezegd.”

“Iets dat wel veranderde, is dat de stalletjes waar je in de jaren negentig
je pillen kon laten testen in clubs en op festivals langzaam verdwenen.
Sindsdien moeten gebruikers langsgaan bij een testservice van de GGD of
Jellinek, of het naar ze opsturen. Dat is toch een grotere drempel. Je kunt je
afvragen of de verharding van het debat de veiligheid van het gebruik heeft
beïnvloed.”

Voor mijn generatie van zogenoemde ‘yogasnuivers’ is voormalig minister van
justitie Ferd Grapperhaus waarschijnlijk de bekendste publieke drugscriticus.
Wat mij bij het lezen van je onderzoeksverslag opviel, is dat het opvallend
vaak CDA’ers zijn die zich in de media uitspreken tegen het gedogen of
reguleren van drugsgebruik. Waarom nou juist zij?

“Dat vind ik moeilijk te zeggen, ik heb niet onderzocht waarom bepaalde
personen aan het woord worden gelaten. Daar gaat natuurlijk een hele
redactiedynamiek aan vooraf. Maar het is wel duidelijk dat het CDA over het
algemeen niets moet hebben van het gedogen van zaken die volgens de wet
illegaal zijn. En onder christelijke partijen heerst al langer een narcofobisch
sentiment: ook vóór de illegalisering van xtc bestond er een angst en afkeer
van geestverruimende middelen. De overtuiging is en blijft: drugs zijn drugs en
drugs zijn slecht.”

Heeft je onderzoek je eigen mening over de regulering van xtc doen
veranderen?

“Toen ik eraan begon, stond ik er vrij neutraal in. Ik had geen
uitgesproken standpunt. Maar als wetenschapper weeg ik de mening van experts
die op basis van onderzoek en inhoudelijke argumenten spreken natuurlijk het
zwaarst. En ik weet nu dat zij nagenoeg allemaal stellen: voor de
volksgezondheid is het mogelijk maken van veilig gebruik veel effectiever dan
het verbieden.”


“Als je puur naar de werking van de stof kijkt, is het ook zo dat xtc qua
schadelijkheid ver onder alcohol en tabak staat. Toch zien we het ene als
harddrug en vloeit het ander rijkelijk. Het lijkt me goed als daar opnieuw een
debat over wordt gevoerd: wat staat waar in de opiumwet en is dat rationeel en
verstandig?”



Hoe zou dat debat constructief kunnen worden gevoerd?

“Daarvoor is het nodig om eerst die cirkelredenering te doorbreken. Want
wat nu steeds wordt gezegd, is: xtc is schadelijk wánt het staat op die lijst
met harddrugs. Maar waaróm staat het op die lijst? Wat zijn de argumenten en
zijn die overtuigend genoeg?”


“Ook lijkt het me goed als er meer nuance komt in het debat over drugsgebruik:
over welke drug hebben we het precies? Wat je nu ziet is dat het gebruik en de
regulering van xtc en bijvoorbeeld cocaïne vaak samen worden besproken, terwijl
cocaïne een stuk verslavender is dan xtc. Ik zou dat lostrekken van elkaar.”



“Daarbij zouden drugs en verslavingsexperts weer ruim baan moeten krijgen om
in mediadebatten toe te lichten hoe een middel werkt en wat het effect is van
bepaalde beleidskeuzes. Al is het dan wel van belang in welke setting zo’n
genuanceerd punt wordt gemaakt. Zet je een expert tegenover een doorgewinterde
politicus met een tegenstrijdige mening, dan is er een kans dat zijn punt
ondergesneeuwd raakt.”