Lange wachttijden en soms helemaal geen uitslag: de groeiende populariteit van drugstestservices betekent dat sommige gebruikers nul op het rekest krijgen. Klinkt misschien bizar, maar dat is met opzet. De overheid wil niet dat het testen te populair wordt.

Begin 2018 was het voor het laatst raak. In het zuiden van
Nederland doken bij een aantal drugstestpunten coke en ketasealtjes op met
atropine erin: een snelwerkend zenuwgif. Het Trimbosinstituut, dat het
landelijke netwerk van drugstesters aanstuurt, trok meteen aan de alarmbel. Een
persbericht leidde tot ronkende krantenkoppen: “
Levensgevaarlijke
drugs in omloop
.” Die
waarschuwing bleek niet overdreven. Ten minste een gebruiker, de
21jarige
Zena uit Schiedam
,
overleed waarschijnlijk na het snuiven van de vervuilde coke. 

Het tragische incident laat zien waarom het Drugs Informatie en
Monitoringssyteem (DIMS) zo belangrijk is. Door continu poeder, pillen en
papertrippies te testen houdt de overheid een vinger aan de pols op de
drugsmarkt. Dat redt levens. Toch staat het systeem onder druk. Elk jaar melden
zich meer gebruikers bij de testpunten in het land en dat betekent dat niet
iedereen geholpen kan worden. Bezoekers van testservices staan soms voor een
dichte deur, wachttijden van een uur of langer zijn in de grote steden geen
uitzondering meer, en soms worden ingeleverde drugs helemaal niet getest. 

Extreme drukte en dichte deuren

Dat blijkt uit navraag van Brandpunt+ bij diverse betrokken
instanties. “De grootste bottleneck is momenteel de drukte bij sommige
testcentra”, zo laat woordvoerder Floor van Bakkum weten. Van Bakkum is
teammanager preventie bij verslavingzorgcentrum Jellinek, dat een aantal
testlocaties beheert. Nederland telt 32 testpunten maar de meeste (Amsterdam uitgezonderd) zijn
slechts drie uur per week open of werken alleen op afspraak. Bezoekers van de
testcentra krijgen standaard voorlichting wanneer ze hun drugs inleveren.
Belangrijk, want dat bevordert veilig gebruik van drugs, maar heet betekent ook
dat per week dus nooit meer dan een paar dozijn bezoekers worden geholpen.
Zeker in de grote steden is dit in het festivalseizoen niet altijd toereikend.
“Het komt voor dat mensen de rij zien en rechtsomkeert maken”, zegt Van Bakkum.
“Vooral in Utrecht loopt het soms de spuigaten uit.” Deze zomer kwam het zelfs
voor dat bezoekers van testlocaties werden weggestuurd. Bij “extreme
drukte
” ging de deur
vroegtijdig op slot. Jellinek wil zoveel mogelijk mensen helpen, maar is
afhankelijk van gemeentes voor financiering. “In Utrecht zijn we in gesprek
over uitbreiding”, zegt Van Bakkum. Een recent geopende locatie in Amersfoort
moet ook wat druk van de ketel halen.

Ook de ‘achterkant’ van het systeem draait op maximale capaciteit.
Drugs blijven natuurlijk verboden, dus testen is ingewikkeld. Slechts één
laboratorium heeft landelijk een speciale vrijstelling hiervoor en krijgt
subsidie van het Ministerie van VWS voor een beperkt aantal tests. Als er meer
samples worden opgestuurd worden die na enkele weken zonder pardon vernietigd.
Vorig jaar gebeurde dat 135 keer. Testservices proberen dit ondervangen door
zoveel mogelijk ter plaatse te testen, maar niet alle gevaarlijke stoffen
kunnen op deze wijze worden gedetecteerd. Cocaïne kan bijvoorbeeld helemaal
niet met het apparaat geanalyseerd worden. Ondanks al deze maatregel moeten
veel samples dus toch nog door naar het lab.

Drugstestservice expres klein gehouden

Landelijk coördinator Laura Smit Rigter van het DIMS laat
desondanks weten dat ze “over het geheel genomen” geen capaciteitsproblemen
ervaart. Niet alleen vindt ze het percentage geweigerde tests laag (1.1% van
zo’n 12.600 laboratoriumtests), het DIMS wil ook niet meer klanten helpen. “Het doel
is niet om iedere gebruiker een individuele uitslag te geven, het gaat hier
immers om een monitor van illegale drugs”, zo legt ze uit. Het gaat erom een
algemeen beeld krijgen van de drugsmarkt om beleid te kunnen vormen en in te
kunnen grijpen bij gevaarlijke situaties. Om te voorkomen dat de deur bij de
testservice toch wordt platgelopen zijn openingstijden beperkt en wordt het
bestaan ervan niet geadverteerd, zo laat SmitRigter weten. Desondanks is het
DIMS toch een van de grootste testdiensten voor drugs van Europa en wordt er
“internationaal met belangstelling naar gekeken”.

Wel testen, maar niet om de gebruiker te helpen dus: dit vreemde
compromis is een erfenis van Minister Els Borst, die in 1999 het DIMS, toen nog
een kleinschalig
experiment
, van een wettelijke
kader voorzag. Drugstesten waren toen, net als nu, politiek controversieel.
Individueel testen moest beperkt worden, want daar ging een verkeerd signaal
vanuit: mensen zouden wel eens kunnen denken dat drugsgebruik normaal was.
Alternatieven, zoals het testen van partijen in beslag genomen drugs, bleken
als meetmethode echter niet toereikend voor een goed begrip van de drugsmarkt
“op straatniveau”. Borst liet aan de Kamer weten dat ze de tests wilde
voortzetten, maar wel beperken “tot het
voor de monitoring [van de drugsmarkt] vereiste minimum
”. 

Twintig jaar later vormt dit nog steeds het uitgangspunt voor de
overheid bij het beheer van het DIMS. Toch gaan er inmiddels stemmen op om dit
te veranderen. Naar aanleiding van Brits
onderzoek
dat de positieve
effecten van drugstesten onderstreepte, wilde Tweede Kamerlid Vera Bergkamp
(D66) in maart al van Minister Hugo de Jonge weten of er voldoende
testcapaciteit was “kijkend naar het festivalseizoen” dat toen op het punt van
losbarsten stond. De staatssecretaris antwoordde toen bevestigend, maar kijkend naar de drukte bij de Jellinek
lijkt hij zich rijk te hebben gerekend. Bergkamp overweegt nu de zaak opnieuw
aan te kaarten bij het kabinet. “Als nu blijkt dat er toch te weinig capaciteit
is, dan zullen we de Minister opnieuw bevragen. Het testen van drugs is
belangrijk om risico’s te verminderen.”