Zeven jaar geleden verloor Annemieke haar dochter Anne-Bo. Annemiekes grootste angst is dat haar dochter vergeten wordt. Daarom richt ze Stichting Anne-Bo op. ‘Ik doe er alles aan om haar zichtbaar te maken.’
Een meisje met een groot hart
Anne-Bo studeert en woont in een studentenhuis met drie andere huisgenoten in Amsterdam. Ze is blij en gelukkig. ‘Anne-Bo had een heerlijk leven. Ze was on top of the world’, vertelt Annemieke.
Moeder en dochter delen alles met elkaar. ‘Zo kon ze gewoon zeggen hoe gek ze op mij was. We konden ook ruzie maken, maar dat gebeurde niet vaak.’
Een zondagochtend
Totaal onverwacht staat op een zondagochtend de politie voor de deur van Annemieke met het bericht dat Anne-Bo is overleden. 'In een split second was mijn leven totaal anders.' De oorzaak was myocarditis, een ontsteking aan de hartspier. 'Dat is de allergrootste pech die je kunt hebben’.
Een leven voor en na
‘Ik heb een leven voor en een leven na.’ De ene helft van Annemiekes leven is het dagelijks leven dat doorgaat en de andere helft is Anne-Bo. ‘Ik denk altijd aan haar. En dat gaat nooit weg.’ Haar leven is sinds het overlijden van haar dochter totaal anders.Annemieke is ergens anders gaan wonen, zocht een andere baan en vond andere interesses. ‘Eigenlijk weet ik nu meer wat ik niet wil’.
Oktober is voor de familie een moeilijke maand, vanwege Anne-Bo’s sterfdag en haar verjaardag. Ze herdenken Anne- Bo altijd. ‘Noem haar naam en ze bestaat. We herdenken haar zonder enige beladenheid. En met kerst gaan de kaarsen aan en komen de foto's erbij.’
Rouwen is eenzaam
Iedereen rouwt volgens Annemieke anders. ‘Dit verdriet is niet te delen. Rouwen is een eenzaam proces, dat doe je alleen. Een uitvaart regelen voor je kind is iets wat je helemaal niet aankunt, maar toch doe je het.’
De kerkdienst voor Anne-Bo vindt plaats in een kerkje in Haarlem. De locatie is zelfs veel te klein voor het grote aantal aanwezigen. Na de uitvaart komen er dagelijks tientallen brieven en kaarten binnen. En het huis zit non-stop vol met vrienden en familie.
‘Mensen willen alles met je delen. Alleen dat kan je op dat moment helemaal niet opnemen. In die periode sliep ik zo diep en rustig als een baby. Maar als ik wakker werd, belandde ik in de waarheid.’
Een stichting voor Anne-Bo
Na een maand of acht is Annemieke weer enigszins op de been. In die periode belt een zakelijke relatie uit Haarlem. Zij stelt voor om samen iets voor een goed doel te doen. ‘Toen zei ik: ik ga zelf wat starten.’
De contouren van de stichting ontstaan in Café de Zwaan, de plek waar Anne-Bo zelf achter de bar stond. Annemiekes motivatie is dubbel. ‘Het helpt mij zeker, maar ik wilde het uiteindelijk ook doen om haar in leven te houden. En om op deze manier Anne-Bo zichtbaar te houden, zodat ze nooit vergeten wordt.’
De stichting bestaat nu vijf jaar en groeit nog steeds. ‘Van elk stickertje tot grote evenementen: bij iedere uiting met haar naam erop denk ik: daar gaat ze. En dat is allemaal dus voor Anne-Bo.’
Het gemis blijft
Het gemis wordt niet kleiner. 'Niets is meer onomkeerbaar dan dit. Ik denk altijd: probeer gelukkig te zijn. Het leven is echt te kort.'
Het wordt volgens Annemieke alleen maar moeilijker. ‘Je realiseert je wat je allemaal samen niet hebt kunnen delen.’ Ook het denken aan de toekomst doet pijn. ‘Het is een gigantisch gemis om te bedenken hoe Anne-Bo’s leven zich zou hebben ontwikkeld.’
Toekomst
Over haar eigen toekomst is Annemieke eerlijk. ‘Ik ben een zakenvrouw en ik plan vooruit. Mijn toekomst is niet meer zoals een toekomst hoort te zijn en kan beloven. Alles wat ik doe, is zonder Anne-Bo.’
Dat vindt ze wel moeilijk om uit te spreken, vanwege haar jongste dochter. Voor haar heeft ze een wens: ‘Ik hoop dat ze een paar kindjes krijgt. Dat ze gelukkig wordt met een lieve partner en een gezinnetje, als ze dat tenminste wil.’ Maar elke kerst en verjaardag van haar jongste dochter is voor haar zonder haar zus. ‘Dat blijft voor ons beiden zo’n gemis.’
Meer ruimte voor rouw
Ieder jaar organiseert Annemieke iets om Anne-Bo te herdenken. Op haar vijfde sterfdag wordt een kerkdienst gehouden. ‘Het was stampvol. Alleen dit jaar kon ik het niet opbrengen.’
Ze heeft ook een duidelijke oproep. ‘Er moet rouwverlof komen voor mensen die dicht bij een overledene staan.’ Op haar werk waren collega’s heel betrokken. ‘Iedereen zei: wat fijn dat je er weer bent. Dat was heel lief.’ Maar het is niet genoeg.
‘Rouw is onderdeel van het leven, ook als het je moeder of vader is. Dat is verdrietig. Maar dit, met Anne-Bo, is niet te doen.’ Daarom hoopt Annemieke dat rouw meer bespreekbaar wordt. ‘Rouwen zou meer openbaar mogen. Zodat je ziet en voelt dat je niet alleen bent.’