1 februari 2026
St. Elisabethkerk in Grave
Pastoor Herman Schaepman

Lezingen:
Sefanja 2, 3; 3, 12-13
1 Korintiërs 1, 26-31
Matteüs 5, 1-12a

Zusters en broeders,
Wie van u heeft de kerststal nog staan?

Hier in de kerk staat hij er nog. En misschien denkt u: dat is laat. De meesten ruimen hem op na Driekoningen. Maar morgen is het 2 februari, Maria Lichtmis, het feest van de opdracht van de Heer in de tempel. Pas dan is het kerstverhaal echt voltooid. Dan wordt het kind dat in stilte is geboren, binnengebracht in het huis van God. Dan wordt het licht, dat in de nacht is ontstoken, herkend en benoemd: “een licht dat voor de heidenen straalt.”

Het is mooi dat de kerststal er vandaag nog is. Want de lezingen van deze zondag laten ons zien wie dat kind is, en wat voor wereld Hij brengt. Niet een wereld van macht en succes, maar een wereld van de kleinen, de zachtmoedigen, de armen van hart.

De profeet Sefanja zegt het scherp en hoopvol tegelijk:
“Zoekt de Heer, gij allen, zachtmoedigen van het land.”
En God belooft: “Want zij zullen weiden en neerliggen, zonder iemand die hen verschikt.”
Geen groot volk, geen indrukwekkende massa, maar een rest, een kleine groep, mensen die niet steunen op eigen kracht, maar op God. Mensen zonder bedrog, zonder geweld. Dat is geen zwakte, zegt Sefanja, maar juist de plek waar God kan wonen.

Paulus sluit daar naadloos bij aan. Hij kijkt naar de christenen in Korinthe en zegt, bijna confronterend: Kijk eens naar uzelf.
Niet veel wijzen, niet veel machtigen, niet veel aanzienlijken. En dan volgt die revolutionaire zin: “Wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen.”
God keert onze maatstaven om. Niet om ons te vernederen, maar om ons te bevrijden. Zodat niemand zich kan laten voorstaan op eigen prestaties. Zodat we leren leven uit genade. “Wie wil roemen, laat hij roemen in de Heer.”

En dan het evangelie. We kennen het zo goed dat het gevaarlijk wordt. De Zaligsprekingen. Ook wel wordt het woord Gelukkig gebruikt. 
Maar als we eerlijk zijn, schuurt het.
Gelukkig de armen van geest.
Gelukkig de treurenden.
Gelukkig de zachtmoedigen.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid.

Dit is geen goedkope troost. Jezus zegt niet: blijf maar arm, blijf maar verdrietig. Hij benoemt een werkelijkheid die Hij ziet. Hij ziet mensen die het leven niet in de hand hebben, die niet bovenaan staan, die lijden onder onrecht. En Hij zegt: jullie staan centraal in Gods Koninkrijk. Niet later pas, maar nu al. Van hen is het Koninkrijk der hemelen.

Het is opvallend: Jezus spreekt deze woorden niet tot een elite, niet in een mooie kerk of synagoge, niet in een paleis, nee gewoon op een berg in de open lucht en tot gewone mensen. Hij gaat zitten, de leerlingen komen om Hem heen, en ook de menigte luistert mee. Dit is onderwijs voor de wereld. En vandaag, via deze uitzending, horen mensen over de hele wereld deze woorden mee. Dat maakt deze preek klein en groot tegelijk. Klein, omdat het altijd om concrete mensen gaat, hier en nu. Groot, omdat het evangelie grenzen overstijgt.

Misschien helpt de kerststal ons om dit te verstaan. In die stal ligt geen machtige heerser, maar een kind. Kwetsbaar. Afhankelijk. Arm. En toch zeggen wij: hier is God zelf aanwezig.
Dat is dezelfde beweging als in de Zaligsprekingen. God kiest niet de weg van overweldigende kracht, maar van nabijheid. Niet de weg van bovenaf, maar van binnenuit.

En morgen, op Maria Lichtmis, dragen Maria en Jozef dat kind de tempel binnen. Simeon en Hanna herkennen wat anderen nog niet zien. Simeon zegt: “Mijn ogen hebben uw heil gezien.” Hij ziet in dat kleine kind het licht voor de volkeren. Dat licht is niet fel en verblindend, maar zacht en trouw. Een licht dat schijnt in armoede, in verdriet, in verlangen naar gerechtigheid.

Wat betekent dat voor ons?
Misschien dit: dat wij onze zaligheid niet hoeven te verdienen. Dat we niet eerst succesvol, sterk of perfect hoeven te zijn. Dat we God juist mogen ontmoeten in onze kwetsbaarheid. In onze honger naar recht. In onze tranen. In onze zachtmoedigheid, die zo vaak wordt verward met zwakte.

De Zaligsprekingen zijn geen opdracht om ellendig te worden. Ze zijn een belofte dat God juist daar aanwezig is waar wij het zelf niet meer redden. En ze zijn een uitnodiging om anders te kijken: naar onszelf, naar elkaar, naar de wereld.

Zusters en broeders, laat de kerststal nog even staan. Laat het verhaal uitlopen tot morgen, tot het licht wordt binnengebracht. En neem dat licht mee, de wereld in. In verbondenheid met de wereldkerk, hier en overal.
Zalig zij die vertrouwen op de Heer.
Aan hen behoort het Koninkrijk der hemelen.