10 mei 2026
Verkondiging door parochievicaris Lars Peetam
St. Jozefkapel, Dongen

Lezingen:
Handelingen 8, 5-8.14-27
1 Petrus 3, 15-18
Johannes 14, 15-21

Afscheid nemen van iemand die je dierbaar is, is heel erg moeilijk. Sommige mensen kunnen het bijna niet aan, want wat moet je zeggen? Dan komt de uitvaart, ook daar zien veel nabestaanden erg tegenop. En na de uitvaart komt iets dat in sommige families nog moeilijker is: het verdelen van de erfenis. Toen mijn oma overleed, was dat gelukkig niet zo moeilijk want ze had niet zo heel veel. En wat ze had, had ze bij leven al grotendeels onder kinderen en kleinkinderen verdeeld. Ik kreeg de uit hout gesneden eland die vanaf de kast, compleet met imposant gewei, zwijgend en alert de kamer in kijkt. Mijn oma was er zelf erg zuinig op, want het was een herinnering aan iemand die haar dierbaar was geweest. Je kunt je voorstellen wat voor schok er door mij heenging toen de eland bij het afstoffen eens per ongeluk van de kast viel: 2 gebroken poten, beide gewei-takken eraf en zelfs een gebroken nek. Ik voelde me diep ellendig, het was alsof ik oma zelf uit mijn handen had laten vallen en in gedachte hoorde ik haar kermen van teleurstelling. ‘Sorry oma’, zei ik tegen haar foto. Gelukkig heb ik met veel geduld en goede houtlijm de breuken weer kunnen helen. Van een afstandje zie je er niets meer van. Met erfstukken wil je extra voorzichtig zijn, want het is iets dat je is nagelaten, dat je is overgebleven van een mens die belangrijk voor je is. Het is meer dan het is.

In het evangelie bereidt Jezus zijn leerlingen voor op het afscheid en ook wij leven in deze weken langzaam toe naar Hemelvaart en Pinksteren. Jezus is niet zichtbaar en hoorbaar te midden van zijn leerlingen gebleven. Hij heeft zich van hen verwijderd op de dag van Hemelvaart ‘en een wolk onttrok Hem aan hun ogen’, staat er in het evangelie. Weg voor altijd. En wat geeft Hij aan zijn leerlingen bij het afscheid? Wat laat Hij hen na? Geen hout gesneden beeldje, geen klok of schilderij en ook geen geld. Ze krijgen… een belofte. De belofte van de heilige Geest.

Jezus zegt ‘Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Helper geven om bij u te zijn voor altijd: de Geest van de waarheid, de heilige Geest. Als Jezus gaat, komt de heilige Geest zijn lege plaats innemen. Niet voor even, maar voor altijd. Geen mooi aandenken van hout of van goud, maar de Geest van God, levend en krachtig. De Geest die Hij bovendien een ‘Helper’ noemt met hoofdletter. Hij blijft bij de leerlingen, dat wil zeggen: bij de Kerk. De Kerk en de heilige Geest horen vanaf Pinksteren helemaal bij elkaar. En die Geest is niet om op de kast te zetten of onder een glazen stolp en er met weemoed naar te kijken en terug te denken aan wat ooit was, nee; die Geest leeft, die brengt de adem, de levenskracht van God in ons bestaan, in onze geloofsgemeenschap. Als wij Hem maar niet proberen te vangen onder een stolp of veilig op te bergen in een kluis. De heilige Geest, die aanwezig is in ons hart en in het hart van de Kerk, wil de ruimte krijgen, wil losgelaten worden door ons gebed. Hij wil zijn vleugels uitslaan als een duif en ons de weg wijzen die we moeten gaan, de weg van Jezus. Hij helpt ons te leven in de geest van Jezus want Hij is de Geest van Jezus en van de Vader. 

Wat Jezus aan zijn leerlingen nalaat, is veel meer dan een erfstuk. Het is een werkelijk revolutionair geschenk, waardoor we niet alleen maar aan Hem terugdenken, maar waardoor we met zijn eigen Geestkracht kunnen leven. Door de heilige Geest leeft Jezus in ons en in de Kerk, daarom zegt Jezus tegen zijn leerlingen: ‘als de wereld Mij niet meer ziet en de Geest tot jullie komt, zullen jullie Mij zien, want Ik leef en ook jullie zullen leven!’

De Geest die de apostelen op Pinksteren ontvingen, hebben ze niet veilig opgeborgen in een kluis: ze hebben die doorgegeven aan nieuwe christenen, door handoplegging en gebed, zo hoorden we in de eerste lezing. En onder invloed van die Geest krijgen de woorden en de daden van de apostelen hemelse kracht, er gaat leven, heling, genezing en bekering van uit: mensen komen opnieuw tot leven en daarover ontstaat uiteraard grote vreugde in de stad Samaria maar ook bij de apostelen in Jeruzalem. Dat is de Kerk die door de heilige Geest tot leven komt. 

Een missionaire Kerk worden, betekent bovenal de heilige Geest de kans geven om de geloofsgemeenschap opnieuw op te bouwen, de heilige Geest uitnodigen om het roer over te nemen, ons te verlichten en te leiden naar de toekomst. Want we hebben als Kerk meer dan goud in onze handen, we hebben een levenwekkende Geest ontvangen, die ons in staat stelt om iedere dag te leven vanuit geloof, hoop en liefde. Laten we vertrouwen op de kracht van de heilige Geest. Die zal ons de wegen wijzen om de liefde en het leven van God te brengen naar de mensen van onze tijd in onze eigen omgeving.