Is het nu de twaalfde of dertiende keer dat Nico Goossens (79) de Nijmeegse Vierdaagse loopt? Officieel de twaalfde, maar als je hem op zijn verschoten bruine ogen gelooft is het de dertiende keer. Waarom hij er ooit aan begon? ‘Je hoort er eigenlijk niet bij, wanneer je de Vierdaagse niet kent.’
Altijd jarig met de Vierdaagse
Wat ooit begint als legerwandeling, groeit uit tot de Nijmeegse Vierdaagse Feesten. Op 22 juli dit jaar, als traditiegetrouw Roze Woensdag wordt gelopen, wordt opa Nico, bij leven en welzijn, 80 jaar. Met familie en vrienden wordt dat feest.
De Vierdaagse is sowieso altijd een groot feest, volgens Nico. Compleet met hapjes, drankjes en logees, die ook meelopen. Met zijn vrouw Josien, in hun warme huis in Sambeek, wordt het allemaal geregeld.
Met twee vingers in de neus
Nico groeit op in Noord-Holland en wordt ooit bestoken met Vierdaagse verhalen door een tante afkomstig uit Nijmegen. Nico vertelt: ‘Op het einde van de oorlog werd Nijmegen gebombardeerd. Toen werden veel Nijmegenaren geëvacueerd naar onder andere Noord-Holland. Mijn oom trouwde die tante. Met verjaardagen vertelde de familie uit Nijmegen over het Vierdaagse virus. Het werd al vrij snel duidelijk dat als je de Vierdaagse niet liep, je er niet bij hoorde.’
Voor Nico wordt de eerste keer in 1967. Hij loopt mee als militair. Maar hij kan dat niet bewijzen, het blijkt niet geregistreerd te staan. Er zijn slechts foto’s als herinnering. Die eerste keer is voorlopig de laatste keer. Wel laat Nico regelmatig vallen dat hij ‘die Vierdaagse met twee vingers in zijn neus loopt', zonder training.
Altijd in vorm
Nico blijft altijd in vorm door zijn actieve levensstijl. Nico en Josien verhuizen in 1969 van Noord-Holland naar het Land van Cuijk. Een echt Vierdaagse gebied. Nico: ‘Toen ik in 2011 met pensioen ging, attendeerde vrienden mij op mijn uitspraken dat ik de Vierdaagse zou moeten gaan lopen met die twee vingers in mijn neus.’ In 2012 loopt hij voor het eerst officieel, en met succes!
Vanaf dat jaar loopt Nico aaneengesloten mee, met uitzondering van de Covid jaren. Nico: ‘De vrienden die mij attendeerden, zorgden voor aanmoediging en voor eten en drinken onderweg. Vrijdag kwamen die dan allemaal bij ons thuis en dan was het feest. En dat is het nog steeds. Inmiddels lopen ook onze dochter, schoonzoon en kleindochters mee.’
'Je loopt zelden alleen. Iedereen loopt dezelfde kant uit'
Nooit onenigheid
Een echte prestatie noemt Nico het overigens niet. Nico: ‘Ik loop geen blaren en daardoor is er ook geen belemmering. Daarbij, je loopt zelden alleen. Iedereen loopt dezelfde kant uit. Met de Wedren als doel. Soms heb je een praatje, soms een gesprek. Soms is er een stilzwijgen, dan is er samenzang. Iemand loopt in gedachten. Een ander praat tegen zijn mobieltje. Maar we zijn allemaal op hetzelfde, gezellige feest.’
Hij vervolgt: ‘Het leuke van die Vierdaagse is dat er nooit onenigheid is tussen mensen. Zo zie ik dat tenminste. Kijk, je moet niet op iemands tenen gaan staan.’ Zijn familie loopt de 40 kilometer, hijzelf de 30. ‘Dus we lopen pas samen bij de laatste 10 kilometer. Niet hand in hand hoor, veel te zweterig.’