33e Zondag door het jaar (c)

Mgr. Hans van den Hende

Kerk der Friezen, Rome



Lezingen:

Maleachi 3, 19-20a


2 Tessalonicenzen 3, 7-12

Lucas 21, 5-19




Broeders en zusters, u thuis en hier in de Friezenkerk voor de viering van de eucharistie. Deze zondag zijn we met meerdere bisschoppen uit Nederland aanwezig. De afgelopen dagen mochten wij hier in Rome het Ad Limina bezoek afleggen.


‘Ad Limina’ betekent: ‘naar de drempels’. Dat wil zeggen: wij hebben de graven van de heilige Petrus en Paulus bezocht. In het licht van het geloof in de verrijzenis worden de graven aangeduid als de drempels naar het eeuwig leven.

Het ‘Ad Limina’ bezoek hier in Rome was allereerst een bedevaart om de apostelen Petrus en Paulus te eren. Daarnaast mochten wij vrijdag paus Franciscus ontmoeten, de opvolger van Petrus, en we hadden gesprekken met de medewerkers van de paus van de Romeinse curie. Dit waren bijzondere dagen.

En vandaag vieren wij hier dichtbij het Sint Pietersplein met u de eucharistie. We sluiten aan bij het ritme van het liturgisch jaar van onze wereldwijde Kerk. Volgende week is alweer de laatste zondag, het hoogfeest van Christus Koning.



Naarmate het einde van het kerkelijk jaar nadert, kan naar aanleiding van de schriftlezingen de vraag naar boven komen: hoe staan we als leerlingen van Christus in het leven? Waar komt het op aan in ons leven als christenen? Wat brengen we ervan terecht?



De eerste lezing uit de profeet Maleachi benadrukt dat ons leven niet beheerst moet worden door hoogmoed en daden van kwaad en onrecht, maar dat wij in ons doen en laten verbonden moeten zijn met de Naam van de Heer.



In de tweede lezing roept de apostel Paulus op om Christus na te volgen. Op die weg gaat Paulus ons voor. Paulus heeft zich veel moeite getroost om de boodschap van Gods liefde en barmhartigheid te verspreiden. Hij gelooft in Jezus, de gekruisigde en verrezen Heer. Hij gaat voor Hem tot het uiterste.



In het evangelie is het Christus zelf die - nog vóórdat zijn lijdensweg begint - voorvoelt wat Hem te wachten staat. Ondanks zijn barmhartigheid en liefde krijgt Hij te maken met valse aanklachten, bespotting en de veroordeling tot de dood. Maar de Heer ging het lijden en de dood niet uit de weg.



Na Jezus’ dood en zijn verrijzenis op Pasen, hebben de apostelen en vele anderen in de loop van de eeuwen geloof gehecht aan het evangelie en hebben zij hun eigen levensweg verbonden met de kruisdood en de verrijzenis van Christus.

Met Pasen voor ogen, hielden zij vast aan hun geloof in het Rijk van God. In kracht van de Heilige Geest gaven zij ondanks dreiging en tegenwerking niet op. Jezus zegt: ‘Door standvastig te zijn, zult ge uw leven winnen’.



Standvastig zijn in geloof en liefde. Vandaag, deze zondag voorafgaande aan het feest van Christus Koning, is door paus Franciscus ingesteld als Werelddag van de Armen. De paus benadrukt dat Jezus Christus zich klein heeft gemaakt omwille van ons door mens te worden. In de woorden van Paulus: ‘Jezus is om uwentwil arm geworden’ (2 Kor. 8, 9).



Op de Werelddag van de Armen vraagt paus Franciscus om solidariteit met vluchtelingen en met mensen in oorlogsgebieden, met hen die gebrek hebben aan voedsel, water, medische zorg en genegenheid.



Wanneer wij geloven in Christus, dan volgt daaruit dat wij ook volharden in liefde en solidariteit met hen die arm zijn. Paus Franciscus stelt dat we ons geloof en de liefde van Christus in praktijk brengen door middel van een directe betrokkenheid, wereldwijd en dichtbij.

Naast volharden in gebed en trouwe kerkgang getuigt daarom ook de liefde voor de armen van ons geloof in Christus, juist ook in onze tijd.



In de woorden van de heilige paus Paulus VI: we zijn geroepen om te bouwen aan een beschaving van liefde die steeds meer de contouren aanneemt van het Rijk van God, in het besef dat uiteindelijk de voltooiing komt van God zelf.

Dat is op weg naar volgende week, het feest van Christus Koning, onze roeping en uitdaging. Jezus zegt: ‘al wat gij doet voor de geringsten der Mijnen, doet gij voor Mij’ (cf. Matteus 25, 40).