Verkondiging door pastoor Constantijn Dieteren
St. Gerlachuskerk te Houthem - St. Gerlach
21 december 2025, 4e zondag van de Advent
Tijdens een voorbereidingsles op het vormsel stelde mij een meisje de vraag: "Als God goed is, waarom sterven er dan zoveel mensen van de honger, die mensen kunnen daar toch ook niks aan doen?". Een heel indringende, interessante vraag: "Als God goed is, waarom sterven er dan zoveel mensen van de honger”. Voor niet weinige de oorzaak van hun geloofscrisis.
Een beroemde Franse filosoof zei het wel heel kernachtig: "Zolang er nog 1 onschuldig kind van de honger sterft, kan ik niet geloven in een God."
Ook aan moeder Theresa van Calcutta, zij die door haar werk in de sloppenwijken toch dagelijks geconfronteerd werd met onschuldig stervende kinderen, werd dezelfde vraag gesteld:
"U ziet dagelijks al die ellende en armoede om u heen, brengt u dat niet in geloofstwijfel?
Vraag u zich nooit af: "Hoe kan God dit alles toestaan?"
Hierop gaf Moeder Theresa een heel ander antwoord dan die Franse filosoof:
"Moeten wij God wel overal de schuld van geven?”
God is goed. Hij zorgt er immers voor dat er genoeg voedsel op de wereld is, meer dan genoeg voor iedereen. Dat er op sommige plaatsen zo weinig voedsel is, ligt meer aan de mensen dan aan God. Het is aan ons mensen de taak ervoor te zorgen dat de grote hoeveelheid voedsel eerlijk en goed verdeeld wordt.
God werkt namelijk niet buiten mensen om, Hij wil in en met ons werken."
En dan gebruikt moeder Theresa een prachtige term: "Wij zijn geroepen: instrumenten van Gods liefde te zijn." Instrumenten, medewerkers van Gods liefde, om zo licht te brengen in de duisternis. Het licht kwam in de duisternis van ons menselijk bestaan.
Ook destijds, vlak voor het begin van onze jaartelling, beheerste de duisternis de wereld, vele mensenlevens werden getekend door verdriet en lijden. Palestina werd bezet door een vreemde overheerser: de Romeinen.
En ook toen vroegen de mensen zich af: "Waar blijft toch die goede God? Hoelang laat Hij ons nog in duisternis?”.
Maar men geloofde en vertrouwde: "Eens zal God Zijn belofte waarmaken, eens zal Hij komen met man en macht, dan zal hij ons bevrijden van deze vreemde bezetters: de Romeinen. God zal ingrijpen!"
En God greep in, maar niet met man en macht, Nee, Hij koos voor een heel andere weg.
Via mensen, via gewone eenvoudige mensen, via mensen via Jozef en Maria.
God vraagt, nodigt uit. Hij vraagt Maria moeder te worden van de verlosser. Hij vraagt Jozef haar en haar kind bij te staan.
Ze kunnen onmogelijk begrijpen wat er van hun gevraagd wordt, maar vanuit hun godsvertrouwen zeggen zij beiden Ja, op de uitnodiging van God, medewerkers van Gods liefde te worden.
Zij zijn bereid een instrument van Gods liefde te worden.
En zo kon er in de duisternis licht komen. En zo kan er in onze huidige duisternis licht komen.
Ook nu niet door macht en geweld, Ook nu niet werkt God buiten mensen om, Hij kiest ervoor Zijn liefde ook nu te openbaren in en door mensen, die net als Jozef en Maria, door hun jawoord, instrument, medewerker van Gods liefde willen zijn.
Dagelijks bad Moeder Theresa dit gebed:
"Heer, maak mij tot een instrument van Uw liefde,
Dat waar haat bestaat, ik liefde mag zaaien
Waar onrecht heerst, de geest van vergeving
Waar men in tweedracht leeft, eensgezindheid,
Dat waar men dwaalt, ik waarheid mag brengen
En waar men twijfelt, geloof
Dat waar men wanhoopt, ik hoop mag brengen
Dat ik licht in de duisternis mag brengen.