Verkondiging op 26 april 2026
Plebaan Eric Fennis
co-kathedrale basiliek St. Nicolaas, Amsterdam

Lezingen:
Jesaja 49, 3.5-6
Korintiërs 1, 1-3
Johannes 1, 29-34

Traditiegetrouw staat deze 4e zondag van Pasen in onze Kerk bekend als de zondag van ‘de goede herder’. Vanouds is dit ook de zondag waarop de kerk roepingenzondag viert en we heel speciaal bidden voor roepingen tot het priesterschap, het diaconaat en het religieuze leven.

Er valt best wel wat over ‘herders en schapen’ te zeggen. Er zijn in het verleden nogal wat idyllische schilderijen van gemaakt en theologen hebben er dikke boeken over geschreven. Maar de meesten van ons krijgen eigenlijk pas een concreet beeld van een herder als we in december de kerststal weer neerzetten en we die wat onooglijke mannetjes dicht bij de kribbe plaatsen. Daaruit blijkt wel dat Jezus al heel vroeg iets met herders had.

De Kerk heeft het beeld van de herder overgenomen en al in haar vroegste dagen Jezus afgebeeld als een herder met een schaap op zijn schouders. Deze beeltenis is nog te zien in Rome, dicht bij de plek waar een andere herder, in naam van Jezus, zorg draagt voor de wereldwijde kudde. Een term overigens die Paus Leo niet schijnt te gebruiken. Hij ziet de gelovigen van de kerk niet zozeer als een kudde. Hij spreekt liever over ‘Gods volk dat onderweg is.’

Jezus spreekt in de evangelieverhalen meer in geloofstaal over herderschap. Hij zegt bijvoorbeeld: ‘De schapen luisteren naar Zijn stem, Hij kent ze en ze volgen Hem. Hij bedoelt daarmee dat een herder zorg heeft voor zijn schapen en er in alle tijden en onder alle omstandigheden voor hen moet zijn. Herder zijn is daarom geen baantje. Herder zijn is een manier van leven. Of om het meer naar onze beleving te vertalen; er is geen mens die zonder een ander kan. Je hebt anderen nodig, iemand die je op de schouders neemt en je leven draagt. Iemand die er is als je je rot en verloren voelt. Iemand die je corrigeert en je tot de orde roept, kortom mensen voor wie je mag leven. 

Jezus noemt zichzelf vandaag ‘de goede herder’. En daarmee plaatst Hij zichzelf in die rij van andere beelden die hij op zichzelf heeft toegepast: het licht van de wereld, het zout der aarde. Door telkens daaraan vooraf te zeggen ‘ik ben..’ onderstreept Hij zijn band met God die zich eerder op deze manier aan Mozes bekend maakte met de woorden: Ik ben er voor jou.

Eén worden met de God is ook de opdracht die Jezus ons vandaag als de goede herder meegeeft. Want één worden met God betekent je geroepen weten om allereerst herder te mogen zijn voor elkaar. Om dat herderschap uit te dragen en Christus liefde aanwezig te laten zijn in het leven van alledag. We delen daarmee allemaal in het algemeen priesterschap van de Kerk. 

Maar één worden met de Vader betekent ook Christus aanwezigheid op een bijzondere manier present stellen. Om in Zijn naam te mogen handelen, wanneer Hij zich op een bijzonder manier aan ons wil binden. We kennen daarbij zeven kernmomenten in ons geloof, die we de sacramenten noemen. Uit ons midden heeft God daarom hen geroepen die delen in het bijzonder priesterschap van de Kerk en daar hun leven voor in dienst willen stellen. Daar willen wij vandaag voor bidden.
Maar ook voor al die mannen en vrouwen die door diaconaat en religieus leven aan de kerk gebonden zijn en met handen en voeten, bidden en werken en zo getuigen zijn van Christus aanwezigheid in de concrete hulp aan anderen.

Met name van priesters wordt een bijzonder herderschap gevraagd. Maar daardoor worden vandaag de dag aan vooral pas gewijden soms wel bovenmenselijke verwachtingen gesteld. Het is waar, deze tijd vraagt om een herderschap in brede zin. Een priester moet soms een leraar zijn, dan weer een manager, aansprekend, bindend, met jong en oud om kunnen gaan, nabij zijn en invoelend, niet te streng in de leer, maar ook weer niet te modern. Kortom een schaap met vijf poten die moet voldoen aan een soms onmogelijke profielschets.

Maar priesters worstelen net zo veel als iedere andere gelovige met de vragen van deze tijd. Ook wij slaan wel eens de plank mis, of reageren verkeerd. Daarom is een gemeenschap als deze waarvoor wij mogen werken en waardoor wij geïnspireerd en soms gecorrigeerd worden zo belangrijk. Dus moeten we veel meer herder voor elkaar willen zijn. Want herder voor elkaar zijn, betekent heel concreet zorg hebben om je naasten. En pas dan kan waar worden wat die bekende psalm 23 ons ook net weer liet zingen: ‘Mijn herder is de Heer, het zal ons daarom nooit aan geloof, hoop en liefde ontbreken’.