Verkondiging op 28 december 2025
Pastoor Herman Schaepman
St. Elizabethkerk in Grave.
Lezingen:
Sirach 3, 2-6.12-14
Kolossenzen 3, 12-21
Matteüs 2, 13-15.19-23
Kerstdagen vieren bij papa, nieuwjaar bij mama. Voor kinderen van gescheiden ouders kunnen de feestdagen soms best vermoeiend zijn. Maar het kan ook anders laten de reclamefilmpjes ons zien. In een reclamespotje is te zien hoe een meisje constant heen en weer reist tussen haar vader en moeder. Uiteindelijk bedenkt het meisje een list, waardoor het gezin toch even herenigd is.
De familie wordt nog steeds als hoeksteen van de samenleving gezien. En Vandaag vieren wij dank ook de Heilige Familie van Jezus, Maria en Jozef. Een feest dat ons misschien geruststelt – maar dat ons ook uitdaagt. Want de heilige familie is geen ideaalplaatje, geen zorgeloos kersttafereel.
Het evangelie van vandaag confronteert ons met een gezin op de vlucht.
We zien het hier ook op het altaar, in de icoon van de Vlucht naar Egypte. Maria met het Kind, Jozef die leidt en beschermt, en achter hen: dreiging, onzekerheid, angst. Bij de icoon “Vlucht naar Egypte”, laat ons gewone oog zien, wat het “oog van de ziel” ziet, namelijk dat wat we zoeken en waarin we geloven.
Een icoon is als het ware een venster waardoor men in de schoonheid en heerlijkheid van Gods Rijk kan kijken; een sleutelgat waardoor we de oplichtende eeuwigheid kunnen zien.
Jozef wordt in een droom door een engel van de Heer gewaarschuwd. Samen met Maria en Jezus vlucht hij daarom, op tijd om aan de grote kindermoord van Herodes te ontkomen, naar buurland Egypte (Matteüs 2, 13-15).
Zij staan symbool voor de talloze vluchtelingen in onze tijd. Ook de heilige familie werd niet gespaard: een wrede machthebber, een nachtelijke vlucht, leven als vreemdeling in een ander land. Gods Zoon begint zijn leven niet in veiligheid, maar in kwetsbaarheid.
Dat is belangrijk om te horen, zeker in een wereld waarin zovelen – ook gezinnen met kinderen – moeten vluchten voor oorlog, geweld en armoede.
In de eerste lezing hoorden we hoe het geloof concreet wordt: eerbied voor ouders, zorg voor wie zwak wordt, trouw in moeilijke tijden.
Heiligheid zit hier niet in grote woorden, maar in dagelijkse trouw: blijven zorgen, niet afhaken, elkaar dragen wanneer het zwaar wordt.
Dat sluit naadloos aan bij de woorden van Paulus in de brief aan de Kolossenzen:
“Bekleedt u, met tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld.”
Paulus beschrijft geen perfecte gezinnen, maar gezinnen – en gemeenschappen – die leren vergeven, die elkaar verdragen, die Christus laten wonen in hun midden.
We dienen onze ouders dankbaar te zijn. Het is niet genoeg om ‘ik hou van jou te zeggen enkel op Vader- of Moederdag. We respecteren en verzorgen hen alsof het elke dag Vader- of Moederdag is.
In het evangelie valt vooral Jozef op. Hij spreekt geen woord, maar hij doet wat God van hem vraagt. Hij staat op, midden in de nacht. Hij vlucht. Hij keert terug wanneer het veilig is. En hij vestigt zich opnieuw, in Nazaret.
Jozef laat zien dat echte vaderschap, echte verantwoordelijkheid, niet draait om controle, maar om luisteren, vertrouwen en handelen wanneer het nodig is.
Vandaag sluiten we wereldwijd in alle kathedralen het Heilig Jaar af. Een jaar waarin we als Kerk opnieuw zijn uitgenodigd om pelgrims van hoop te zijn.
De heilige familie is zelf zo’n pelgrimage: altijd onderweg, nooit vastgezet in macht of zekerheid, maar gedragen door Gods belofte.
Dat deze viering live te volgen is op TV, herinnert ons eraan dat wij Kerk zijn niet alleen hier in dit gebouw, maar verbonden met gelovigen in heel het land en over de hele wereld.
Laten we nog een keertje terug gaan naar de icoon van de vlucht naar Egypte; het is geen decoratie. Zij houdt ons een spiegel voor. Waar herkennen wij onszelf? In Maria, die bewaart en vertrouwt? In Jozef, die verantwoordelijkheid neemt? In het Kind, dat zich volledig toevertrouwt?
En misschien ook: in gezinnen die vandaag kwetsbaar zijn, in mensen die zich ontheemd voelen, in wie bescherming zoekt en hoop nodig heeft.
Broeders en zusters,
De heilige familie leert ons dat God niet ver weg blijft, maar meegaat, zelfs op vluchtwegen. Dat heiligheid groeit in trouw, zorg en barmhartigheid, midden in het leven zoals het is.
Moge de afsluiting van dit Heilig Jaar ons helpen om die weg voort te zetten: als gezinnen, als parochie, als Kerk – gedragen door God, onderweg met elkaar.