- [ ] Estonian-born composer Arvo Pärt gestures to the audience after he gave a speech during the awards ceremony of the 26th Praemium Imperiale in Tokyo, Japan, 15 October 2014. EPA/FRANCK ROBICHON

Utrecht, 12 februari 2026 “Elke toon is sacraal”, zei publicist Twan Geurts gistermiddag in de Lutherse Kerk in Utrecht over de muziek van Arvo Pärt tijdens de presentatie van zijn boek Componist van de stilte. Het is een van de weinige biografieën die over de Estse componist verschenen zijn.

Geurts is bekend van zijn in 2017 uitgebrachte boek De Nederlandse paus: Adrianus van Utrecht 1459-1523. Eerder schreef hij Rolduc (2011) en Engelen van deze tijd (2009).

Hij reisde de afgelopen tijd meerdere malen naar Estland op zoek naar het levensverhaal van Arvo Pärt, die samen met zijn vrouw Nora een teruggetrokken leven leidt. Geurts  bezocht ook vele concerten in verschillende landen en sprak er met tal van musici die zich door Pärt laten inspireren.

Tijdens de boekpresentatie werden door een koor, waarvan Twan Geurts lid is, drie stukken van Pärt ten gehore gebracht. Een van de sprekers in Utrecht was Paul Teesalu, de ambassadeur van Estland in Nederland. Hij vertelde onder meer hoe geliefd de componist in diens geboorteland is.

Tijdens de boekpresentatie werden door een koor, waarvan Twan Geurts lid is, drie stukken van Pärt ten gehore gebracht.

Arvo Pärt, geboren op 11 september 1935 in Paide (Estland), is een van de belangrijkste nog levende scheppers van hedendaagse kunstmuziek. Hij geldt als vertegenwoordiger van de Nieuwe Eenvoud.

Twan Geurts raakte vooral geboeid door Pärts religieuze bekering. Nog altijd zwijgt de componist daarover, waardoor de oorsprong van zijn godsdienstigheid voorlopig nog in nevelen gehuld blijft.

In Estland, waar het lutheranisme de dominante christelijke denominatie is, werd Pärt in 1972 Russisch-orthodox. Toch was het niet de Kerkslavische traditie die hem aanzette tot het componeren van sacrale muziek, maar het rooms-katholieke gregoriaans.

Het was midden jaren zestig dat Pärt in een platenzaak in de Estse hoofdstad Tallinn, een flard gregoriaans opving. Het was de vonk die het leven van de jonge avantgarde componist veranderde. Deze harmonie- en metrumloze zang zette hem aan tot een zoektocht, die jarenlang zou duren. In februari 1976 vond hij eindelijk zijn eigen stijl, die hij Tintinnabuli noemde, naar het geluid van kerkklokjes.

Pärt introduceerde zijn stijl in de compositie Für Alina (1976) en om het te hervatten in Spiegel im Spiegel (1978). Het wordt gekenmerkt door twee soorten stemmen, waarvan de eerste (de zogenoemde ‘tintinnabulaire stem’) de tonica-drieklank op arpeggio-wijze ten gehore brengt en de tweede zich diatonisch beweegt in voornamelijk stapsgewijze bewegingen. De werken hebben vaak een langzaam en meditatief tempo en een minimalistische benadering van zowel notatie als uitvoering.

Pärts composities sloegen aan, vooral in het Westen. De communistische autoriteiten in de toenmalige Sovjetrepubliek Estland waren echter niet gediend van Pärts religieuze coming-out, omdat het niet strookte met de atheïstische staatsideologie. In 1980 dwong het bewind hem met zijn vrouw Nora en hun twee zoontjes te emigreren naar het Westen. Het gezin belandde in Wenen, waar ze het Oostenrijkse staatsburgerschap kregen. In 1981 ging hij met zijn gezin naar Berlijn-Lankwitz als bursaal van de Duitse Academische Uitwisselingsdienst. Na de val van de Sovjet-Unie en de onafhankelijkheid van Estland bracht hij een deel van het jaar door in zijn Estse landhuis. In 2008 keerde Pärt definitief terug naar Estland.

Twan Geurts gaat op zoek naar het levensverhaal van Arvo Pärt, de wereldberoemde componist. Waarom bewegen zijn ogenschijnlijk eenvoudige composities zoveel mensen tot tranen?
Koning Willem-Alexander ontmoet op 12 juni 2018 componist Arvo Pärt voorafgaand aan het staatsbanket met president Kersti Kaljulaid in Keila Jou Kasteel tijdens het staatsbezoek aan Estland. ANP ROYAL IMAGES PATRICK VAN KATWIJK