Den Haag, 18 september 2021 - Nederlandse kerkgenootschappen zijn vrijgesteld om van hun kerkgangers een coronatoegangsbewijs te eisen. Wel moet aan de gelovigen dringend worden geadviseerd in het bedehuis “op gepaste afstand” van elkaar te blijven. Dat is de uitkomst van een overleg dat gistermiddag plaatsvond tussen demissionair minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO), waarbij 31 kerkgenootschappen zijn aangesloten.

Volgens het Nederlands recht staan kerken buiten de coronawet. De staat kan hun dus niet de verplichting opleggen om coronapassen van kerkgangers te eisen. Van die ruimte maken de CIO-leden gebruik. Eerder al liet bij voorbeeld de Protestantse Kerk in Nederland weten dat een restrictief toegangsbewind in strijd is met het principe dat in de kerk iedereen welkom is.

Bij theaters en restaurants wordt de coronapas wel verplicht. Daar staat tegenover dat in die gebouwen de anderhalvemetermaatregel komt te vervallen. Ook het CIO laat de anderhalve meter los, maar “gepaste afstand” wordt het advies. De registratieplicht en de gezondheidscheck zijn volgens het CIO niet meer nodig. Wel blijft het gewenst dat gelovigen een plaats krijgen toegewezen.

De Nederlandse Bisschoppenconferentie en het bestuur van de Protestantse Kerk komen op 20 september met een advies aan de parochies en gemeenten. 

De Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten vinden dat hun lokale kerken de anderhalvemeterregel kunnen loslaten en adviseert hun een apart vak in te richten voor mensen die wel op afstand willen blijven. In andere genootschappen wordt die lijn al gevolgd.