Maastricht, 3 april 2026 – De recente opgraving van de vermeende resten van de Franse musketier d'Artagnan in de Maastrichtse Sint-Petrus-en-Pauluskerk was mogelijk illegaal. Er was volgens de gemeente Maastricht namelijk geen vergunning voor de graafwerkzaamhedem in dit rijksmonument afgegeven; bovendien zouden de archeologische regels niet in acht zijn genomen. Het kerkbestuur reageert geschokt en vreest dat de ophef de mogelijk historische vondst overschaduwt, meldt de Limburgse omroep L1.
Op 25 maart werd bekendgemaakt dat het verloren geachte skelet van de Franse volksheld d'Artagnan, in 1673 tijdens het Beleg van Maastricht gesneuveld, mogelijk was teruggevonden, en wel in de Sint-Petrus-en-Pauluskerk in de Maastrichtse wijk Wolder.
Trots en vreugde in Wolder hebben nu plaatsgemaakt voor bezorgdheid. “Wij betreuren de huidige situatie en dat dit de aandacht afleidt van de bijzondere periode waarin we ons bevinden”, laat Wouter Tilman van het parochiebestuur aan L1 weten.
Een verzakking van een deel van de kerkvloer afgelopen februari vormde de aanleiding voor verder bodemonderzoek. “In het kader van breder lopend onderzoek naar de historie van de kerk, waarbij ook grondscans zijn uitgevoerd, werd gepensioneerd stadsarcheoloog Wim Dijkman betrokken bij de werkzaamheden in de kerk. In een later stadium is de gemeente hierbij betrokken.”
Omdat de Sint-Petrus-en-Pauluskerk in Wolder een rijksmonument is, moet bij elke ingreep in de bodem een omgevingsvergunning bij de gemeente worden aangevraagd, aldus een woordvoerder van de gemeente Maastricht. Alleen is deze voorafgaand aan graafwerkzaamheden in het schip van de kerk niet aangevraagd, en dus niet verleend, door de gemeente. Daardoor is niet volgens de officiële regels gehandeld.
“We waren ons er niet van bewust. We waren in de veronderstelling dat dit binnen de geldende kaders viel”, aldus het kerkbestuur.
De gemeente Maastricht heeft de opgraving inmiddels gemeld bij de Erfgoedinspectie, die de zaak nu onderzoekt. Het kerkbestuur zegt volledige medewerking te verlenen. “Wij hebben er vertrouwen in dat de uitkomsten van dit proces recht zullen doen aan de zorgvuldigheid van het onderzoek en de bijzondere betekenis van deze ontdekking”, luidt het. “De afgelopen periode hebben wij met betrokken partijen gewerkt aan een bijzonder onderzoek, met de intentie om dit zorgvuldig en in goede samenwerking te laten verlopen.”