Kardinaal Lodovico Altieri (detail van lithografie door Franz Eybl, ca. 1840)

Rome, 23 maart 2026Paus Leo XIV heeft vandaag erkend dat kardinaal Lodovico Altieri (1805-1867) uit naastenliefde zijn leven heeft opgeofferd. Daarmee is diens zaligverklaringsproces weer een stap verder gekomen. De kandidaat heeft nu de titel ‘Eerbiedwaardige Dienaar Gods’.

In 2017 gaf paus Franciscus in zijn motu-proprio Maiorem hac dilectionem een nieuwe reden om iemand zalig te verklaren. Naast het martelaarschap en de heldhaftige deugdzaamheid voegde de Argentijnse paus de zelfopoffering toe. Van kandidaten van wie het vast is komen te staan dat zij hun eigen leven liefdevol opofferden omwille van anderen, komen in aanmerking voor zaligverklaring. Evenals de heldhaftig deugdzamen moet bij deze nieuwe categorie nog een wonder op hun voorspraak worden erkend om tot de eer der altaren te worden verheven.

Lodovico Altieri, kardinaal-bisschop van Albano, werd in de zomer van 1867 erop geattendeerd dat er in de Albano een cholera-epidemie was uitgebroken. Meteen ging hij daarnaartoe om er mee te helpen met de verpleging van zieken en stervenden. Zelf raakte hij ook besmet; hij stierf op 11 augustus van dat jaar.

De in Rome geboren Lodovico was een zoon van prins Paluzzo Altieri van Oriolo en prinses Maria Anna van Saksen. Van vaderszijde was hij een verwant van paus Clemens X (Emilio Altieri, 1590-1676) en van moederszijde stamde hij af van de Rooms-Duitse keizer Jozef I en de Poolse koning August II.

Lodovico Altieri werd in 1833 tot priester gewijd en in 1836 tot bisschop. Tot 1845 was hij apostolisch nuntius in Wenen. Paus Gregorius XVI creëerde hem op 14 december 1840 kardinaal in pectore (in het geheim), wat echter pas na zijn aftreden als nuntius bekend werd gemaakt.

Hij nam deel aan het conclaaf van 1846, dat paus Pius IX koos. Samen met de kardinalen Luigi Vannicelli Casoni en Gabriele Sermattei della Genga was hij lid van het driemanschap dat Rome tussen 1849 en 1850 regeerde na de kortstondige Romeinse Republiek. Tijdens de revolutionaire opstanden in Rome in 1848 vluchtte Altieri samen met paus Pius IX naar Gaeta.

Vanaf 1857 tot zijn dood was hij Camerlengo van de Heilige Roomse Kerk. In 1860 werd Alteri kardinaal-bisschop van het suburbicaire bisdom Albano. Later werd hij benoemd tot prefect van de Congregatie van de Index en op 8 maart 1863 door paus Pius IX tot aartspriester van de Lateraanse Basiliek.