Rome, 31 oktober 2025 – Paus Leo XIV heeft in zijn recente apostolische brief over onderwijs John Henry Newman samen met Thomas van Aquino uitgeroepen tot patroonheilige van de onderwijsmissie van de Katholieke Kerk.
In de brief legt de augustijnse paus een verband tussen de twee heiligen, die zes eeuwen van elkaar gescheiden zijn. Beide theologen waren ervan overtuigd dat geloof en rede elkaar niet uitsluiten maar elkaar eerder veronderstellen.
De apostolische brief, gepubliceerd op 28 oktober, is getiteld ‘Nieuwe kaarten van hoop maken’. Leo XIV schreef het ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van Gravissimum educationis. Dit document is een van de verklaringen van het Tweede Vaticaans Concilie; het gaat over de christelijke vorming.
“Christelijk onderwijs is een gezamenlijke taak: niemand onderwijst alleen. De onderwijzende gemeenschap is een ‘wij’ waarin de docent, de leerling, het gezin, het administratief en ondersteunend personeel, de pastoors en de burgermaatschappij samenkomen om leven te creëren. Dit ‘wij’ voorkomt dat het water stagneert in het moeras van ‘zo is het altijd gedaan’ en dwingt het om te stromen, te voeden en te irrigeren”, schrijft Leo XIV.
Geloof en rede
“Het fundament blijft hetzelfde: de persoon, beeld van God (Gen 1,26), in staat tot waarheid en relatie. Daarom is de kwestie van de relatie tussen geloof en rede geen optioneel hoofdstuk: ‘religieuze waarheid is niet slechts een onderdeel, maar een voorwaarde van algemene kennis’. Deze woorden van de heilige John Henry Newman – die ik in de context van dit Jubileum van de Onderwijswereld met grote vreugde tot medepatroon van de onderwijsmissie van de Kerk uitroep, samen met de heilige Thomas van Aquino – zijn een uitnodiging om ons opnieuw in te zetten voor een kennis die zowel intellectueel verantwoord en streng als diep menselijk is.”
Sint-Thomas van Aquino (ca. 1225-1274), bekend als de Doctor Angelicus (‘Engelachtige Leraar’), legde het christelijk geloof uit met behulp van onder meer de filosofie van Aristoteles.
De heilige John Henry Newman (1801-1890) was een anglicaanse geestelijke die rooms-katholiek werd omdat volgens hem in de Katholieke Kerk de volle waarheid van het christelijk geloof wordt beleefd, verkondigd en bewaard.
In zijn meest diepzinnige werk, Grammar of Assent (1870), probeerde Newman aan te tonen dat het geloof in God en de claims van het christendom rationeel zijn, zelfs zonder duidelijk wetenschappelijk of wiskundig bewijs. Hij maakt in het boek onderscheid tussen een ‘notioneel begrip’ van God en een ‘werkelijk begrip’ van God. Het eerste ziet in dat er een opperwezen bestaat. Daartegenover staat het inzicht dat het geloof in de ene God leidt tot een transformatie. Het werkelijke begrip van God omvat directe, persoonlijke en ervaringsgerichte kennis die ons hele wezen aanspreekt, niet alleen ons intellect. Met andere woorden, het is een geloof vanuit het hart, niet alleen vanuit het hoofd. Volgens Newman vindt de overgang van een theoretisch begrip naar een werkelijk begrip van God plaats met behulp van het geweten.