In de Bijbelse geschiedenis is ‘aartsvaders’ de aanduiding van de stamvaders van het volk Israël: Abraham, Isaäk en Jakob.

Genesis

De Aartsvaders oftewel de Bijbelse Patriarchen zijn de stamvaders van Gods uitverkoren volk: AbrahamIsaäk en Jakob. De verhalen van hun levens worden verteld in Genesis, het eerste boek van de Bijbel.

Verbond

JHWH had Abram geroepen om uit Mesopotamië weg te trekken naar het land Kanaän. Toen Abram negenennegentig jaar was sloot JHWH een verbond met hem en noemde hem voortaan Abraham. “Ik sluit mijn verbond met u en uw nakomelingen, generatie na generatie, een altijddurend verbond: Ik zal uw God zijn en de God van uw nakomelingen" (Gen. 17, 7). Daarop gaf Hij hem de verbondszegen.

Zegen

JHWH's verbond ging niet over op Abrahams zoon Ismaël maar op Isaäk, de enige zoon van Abraham en zijn vrouw Sara. Isaäk huwde met Rebekka. Zij konden geen kinderen krijgen en smeekten JHWH daarom om nageslacht. Hun gebed werd verhoord en ze kregen een tweeling: Esau en Jakob. De aartsvaderlijke zegen zou overgaan van Isaäk op zijn oudste zoon Esau, maar Jakob wist deze via een list te bemachtigen. 

Israël

Omdat Esau zich bedrogen voelde, besloot hij zijn broer te bestrijden. Jacob, die ervan overtuigd was dat zijn gezegende staat JHWH's wil was, raakte daardoor in een diepe geestelijke crisis. Tijdens een nachtelijk gevecht met een engel, kreeg hij de naam Israël, dat 'hij die met God gestreden heeft' betekent.

'De God van Abraham, Isaäk en Jakob'

Als in de loop van de verdere geschiedenis van Israël door heidenen werd gevraagd naar de identiteit van de God van de Israëlieten, dan werd steevast geantwoord: 'Hij is de God van Abraham, Isaäk en Jakob'. 

Voorvaderen van Abraham

Niet alleen Abraham, Isaäk en Jakob worden patriarchen genoemd, ook Israëls stamvaders vóór en na hen worden soms zo aangeduid. De aartsvaders van vóór de Zondvloed (antediluviaal) zijn: Adam, Seth, Enos, Kenan, Mahalalel, Jered, Henoch, Methuselem, Lamech, Noach (Gen. 5, 1-32). Als postdiluviale patriarchen worden aangemerkt de nakomelingen van Noach en de voorvaderen van Abraham: Sem, Arpaksad, Selach , Eber, Peleg, Reü, Serug, Nachor en Terach (Gen. 11, 10-32). Soms worden de twaalf zonen van Jakob aangeduid als de Twaalf Patriarchen.

Vereerd als heiligen

De universele catechismus van de Katholieke Kerk zegt dat de aartsvaders heiligen zijn. 'De aartsvaders en de profeten en andere personen uit het Oude Testament werden altijd vereerd en zullen altijd vereerd worden als heiligen in alle liturgische tradities van de kerk' (# 61). In de Romeinse ritus van de Katholieke Kerk staat van de aartsvaders geen aparte gedachtenis op de liturgische kalender. Wel worden ze aangeroepen in de Litanie van Alle Heiligen.